Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Notulen vorige zitting
De gemeenteraad keurt unaniem de notulen van de zitting van 24 november 2025 goed.
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Voorlopige vaststelling van de wijziging van de gemeenteweg gekend als voetweg nummer 90 in satelliet gemeente Boortmeerbeek met ontwerp van rooilijnplan
Gelet op het decreet gemeentewegen van 1 september 2019;
Gelet alle buurt- en voetwegen uit de atlassen van de buurtwegen door dit decreet gemeentewegen zijn geworden;
Gelet voetweg of sentier met nummer 90 opgenomen is in de atlas van de buurtwegen van de satellietgemeente Boortmeerbeek;
Overwegende het deel van voetweg tussen de Provinciesteenweg en de Pleinstraat een breedte heeft van 1.65 meter en gelegen is op private bedding;
Gelet op het opmetingsplan van voetweg 90 zoals opgesteld door landmeter Cuyt van 9 mei 2023 met referentie 1573/1;
Gelet op dezelfde plan door de landmeter werd aangeduid welke deel van de voetweg niet toegankelijk is;
Gelet op het besluit van het college van burgemeester en schepenen zoals besloten in zitting van 12 juni 2023 met de vaststelling van de verhinderde doorgang op voetweg met nummer 90 in de satellietgemeente Boortmeerbeek en dit aan de zijde van de Pleinstraat;
Gelet op het besluit van 30 juni 2025 met opdracht aan landmeter Cuyt tot opmaak van een gemeentelijk rooilijnplan over te gaan;
Overwegende het voorstel van ontwerp voor rooilijnplan zoals ontvangen van landmeter Cuyt op 18 augustus 2025;
Overwegende het voorstel de voetweg vanaf Provinciesteenweg en dit aan de voortuinen van huisnummers 25 en 27 te verbreden overeenkomstig het huidig gebruik op deze voetweg en delen van private percelen;
Overwegende hiermee tevens de mogelijkheid geboden wordt aan de nutsbedrijven en in het bijzonder aan Fluvius te voorzien in aanleg van riolering;
Overwegende deze trage verbinding opgenomen is gemeentelijk beleidsplan ‘trage wegenplan’;
Overwegende de intentie het openbaar gebruik van buurtwegen, voetwegen en zachte verbindingswegen te garanderen door opname in het openbaar domein;
Gelet op het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 8 september 2025 met de aanvaarding van het ontwerp van rooilijnplan voor deel voetweg 90 en de bijhorende schattingsverslagen;
Overwegende het ontwerp van rooilijnplan de intentie van het college van burgemeester en schepenen weergeeft de vermelde voetweg toe te voegen aan het openbaar domein;
Overwegende dat gemeentewegen worden vastgesteld door een rooilijnplan;
Gelet op het bijgevoegd dossier ‘ROOILIJN- EN INNAMEPLAN VERBINDING
PROVINCIESTEENWEG - PLEINSTRAAT VOETWEG (NR. 90)’ van 15 december 2025 met planreferentie ‘INDEX C/ 15.12.2025/ VOORLOPIGE VASTSTELLING IN DE GEMEENTERAAD VAN 15/12/202'
met het ontwerp van het rooilijnplan voor het wijzigen van gemeenteweg voetweg met nummer 90 zoals opgemaakt door de aangestelde landmeter Landmeterbureel Ludo Cuyt bv met Expert Ludo Cuyt LAN 05/1123, wonende Haachtsestraatje 16 te 3150 Haacht;
Gelet het bijgevoegd dossier volgende elementen omvat:
● Ontwerp van rooilijnplan,
● Innametabel betrokken percelen,
● Coördinatenlijst hoekpunten nieuwe rooilijnen en lijnlengten tussen de hoekpunten,
● De schattingen van de minwaarden voor de getroffen percelen worden geraamd op een totaal van 16.540,00 EUR. Deze vergoedingen zijn ontstaan ten gevolge van de waardeverminderingen door de verwervingen van delen van de oorspronkelijke percelen door de gemeente Boortmeerbeek en ten laste van de gemeente Boortmeerbeek. De eigenaars van de getroffen percelen zijn de begunstigden,
● De gemeente voorziet geen grondafstand of overdracht van delen van het openbaar domein aan derden of aan percelen van derden. Het ontwerp van rooilijn houdt geen minwaarden voor het openbaar domein in;
Overwegende dat de wijziging van de voorgenoemde gemeentewegen rekening houdt met de principes zoals opgenomen in artikels 3 en 4 van het decreet gemeentewegen;
Overwegende het gemeentewegendecreet bepaalt dat alle bestaande wegen onder het toepassingsgebied van het decreet vallen (algemeen principe 1 van het overgangsrecht);
Overwegende dat de wijziging ten dienste staat van het algemeen belang:
- De volledige voetweg open te stellen voor het publiek,
- De voorgestelde maatregel houdt een wijziging van de ontsluiting van aanpalende percelen in. De lokale verbreding van de voetweg legt voor de achterliggende woningen het openbaar domein vast en zorgt ervoor dat het publiek gebruik van delen van private percelen opgeheven wordt.
- De lokale verbreding van de voetweg biedt de mogelijkheid aan de nutsbedrijven, in het bijzonder aan de gemeentelijke rioolbeheerder, te voorzien in de nutsvoorzieningen voor de achterliggende woningen;
- Inzake verkeersveiligheid worden met deze maatregel geen knelpunten inzake verkeersveiligheid aangepakt maar wordt het gebruiksgemak aanzienlijk vergroot en de toegang tot het netwerk van zachte verbindingen verbeterd en bevestigd,
- Het ontwerp van de voorgestelde maatregel geeft directe invulling aan een gemeentegrensoverschrijdend perspectief waarbij de zachte verbinding kunnen verbonden worden met de bestaande weginfrastructuur van de Pleinstraat, Haacht-station en bij uitbreiding Wespelaar te Haacht,
- De maatregel doet geen afbreuk aan de verschillende planinitiatieven van het college en ondersteunt de verdere duurzame ruimtelijke ontwikkeling in onze gemeente, en houdt hierbij rekening met de noden van de huidige en de toekomstige generaties;
Overwegende dat noch door het ontwerp van rooilijnplan noch door de wijziging van deze gemeenteweg nutsleidingen op privaat domein komen te liggen;
Gelet op de bepalingen van het Decreet lokaal bestuur en latere wijzigingen;
BESLUIT: eenparig.
art. 1
Het deel van de gemeenteweg voetweg 90 tussen Provinciesteenweg en Pleinstraat te Boortmeerbeek te wijzigen.
art. 2
Het ontwerp van rooilijnplan voor de wijziging van vernoemd deel van voetweg 90 voorlopig vast te stellen overeenkomstig het bijgevoegd dossier ‘ROOILIJN- EN INNAMEPLAN VERBINDING PROVINCIESTEENWEG - PLEINSTRAAT VOETWEG (NR. 90)’ van 15 december 2025 met planreferentie ‘INDEX C/ 15.12.2025/ VOORLOPIGE VASTSTELLING IN DE GEMEENTERAAD VAN 15/12/2025'.
art. 3
Principieel akkoord te gaan met innames en de schattingen van de innames nodig voor de realisatie van de gemeenteweg.
art. 4
De verworven delen op te nemen in het gemeentelijk patrimonium en toe te voegen aan het openbaar domein.
art. 5
Het college van burgemeester en schepenen op te dragen de uitrusting van de gemeentewegen verder uit te werken.
art. 6
Het college van burgemeester en schepenen op te dragen het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan aan een openbaar onderzoek te onderwerpen dat, binnen een ordetermijn van dertig dagen na de voorlopige vaststelling, minstens wordt aangekondigd door:
1° aanplakking aan het gemeentehuis en ter plaatse, minstens aan het begin- en eindpunt van het nieuwe wegdeel;
2° een bericht op de website van de gemeente of in het gemeentelijk infoblad;
3° een bericht in het Belgisch Staatsblad;
4° een afzonderlijke mededeling die met een beveiligde zending wordt gestuurd naar de woonplaats van de eigenaars van de onroerende goederen die zich bevinden in het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan;
5° een afzonderlijke mededeling aan de aanpalende gemeenten, als de weg paalt aan de gemeentegrens en deel uitmaakt van een gemeentegrensoverschrijdende verbinding;
6° een afzonderlijke mededeling aan de deputatie en het departement;
7° een afzonderlijke mededeling aan de beheerders van aansluitende openbare wegen;
8° een afzonderlijke mededeling aan de maatschappijen van openbaar vervoer.
art. 7
De resultaten van het openbaar onderzoek grondig te onderzoeken en deze onder de vorm van een definitief rooilijnplan voor te leggen aan de gemeenteraad.
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Vaststelling reglement gebruik digitale infoborden
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40;
Gelet op het besluit van college van burgemeester en schepenen van 17 juni 2024 betreffende de plaatsing van digitale infoschermen - concessie-overeenkomt;
Gelet op het besluit van college van burgmeester en schepenen van 1 december 2025 betreffende het reglement gebruik digitale infoborden;
Gelet op de nood aan duidelijke afspraken omtrent het gebruik van de digitale infoschermen door verenigingen, partners van het lokaal bestuur en andere niet-commerciële organisaties;
Overwegende dat een uniform reglement noodzakelijk is voor een transparante, correcte en efficiënte verwerking van aanvragen;
Overwegende dat het ontwerpreglement werd voorbereid door de dienst communicatie en wordt voorgelegd voor vaststelling;
BESLUIT: eenparig.
art. 1
De gemeenteraad stelt het 'reglement gebruik digitale infoborden' vast.
art. 2
Het reglement, zoals opgenomen in bijlage, maakt integraal deel uit van dit besluit.
Kris Lamberts Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Marc Usewils Bert Meulemans Alex De Coninck Johan Neefs Lobke Michiels Ann Morissens Wouter Decat Ellen Leaerts Nick Doms Michel Baert Patrick Pelsmaekers Willy Stroobants Annick DeKeyser Remi Serranne Daisy De Neef Cynthia Van de Vloet Audrey Bogaerts Nele Hiers Jurgen Vervaeck Vally Mommens Karin Derua Brent Vercauter Hans Crol aantal voorstanders: 15 , aantal onthouders: 8 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Samenwerkingsovereenkomst tussen Zelfstandige Groepering Interleuven - Ondersteunende Activiteiten
Juridische context:
- het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
- de statuten van Interleuven, zoals door de algemene vergadering laatst gewijzigd werd op 24 september 2025.
- de samenwerkingsovereenkomst tussen de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten en haar leden 2020-2025 die de gemeente heeft goedgekeurd.
Feitelijke context:
- De statuten van Interleuven bepalen dat de deelnemers beroep kunnen doen op de diensten op basis van wederzijdse exclusiviteit en volgens een kosten- en expertisedelend principe.
- Op basis van de wijziging van de statuten van Interleuven op de algemene vergadering van 24 september 2025 worden volgende diensten door de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten aangeboden:
1.1. Bouw & infra – ontwerp en opvolging van infrastructuurwerken
1.2. Bouw & infra – ontwerp en opvolging van gebouwen
1.3. Bouw & infra – veiligheidscoördinatie ontwerp en verwezenlijking bij
infrastructuurwerken
1.4. Bouw & infra – veiligheidscoördinatie ontwerp en verwezenlijking bij gebouwen
1.5. Bouw & infra – technische en administratieve begeleiding, adviseren en coördineren
van projecten
2.1. Omgeving – planning, ontwerp en onderzoek
2.2. Uitvoering Omgeving – omgevingsvergunningenbeleid
2.3. Omgeving – Huis voor omgevingsKwaliteit (ad hoK)
2.4. Omgeving – ondersteuning gemeentelijke omgevingsdienst
2.5. Omgeving – projectwerking milieu & klimaat
2.6. Omgeving – omgevingshandhaving
2.7. Omgeving – Vervoerregio Leuven
2.8. Omgeving – GIS-inventarisatie en/of actualisatie van ruimtelijke situeerbare gegevens
3. SLIMME REGIO
3.1. Slimme regio – informatieveiligheid
3.2. Slimme regio – begeleiding bij de uitbouw en het gebruik van het regionaal digitaal
loket kinderopvang
3.3. Slimme regio – begeleiding bij de uitbouw van een dataplatform
3.4. Slimme regio – adviesverlening slimme regio/gemeente
4. PROJECTONTWIKKELING
4.1. Projectontwikkeling – ondersteuning lokaal woonbeleid
4.2. Projectontwikkeling – realisatie van woonprojecten
4.3. Projectontwikkeling – ondersteuning ruimtelijk-economisch beleid
4.4. Projectontwikkeling – (her)ontwikkeling en optimalisatie van bedrijventerreinen en
bedrijfspanden
4.5. Projectontwikkeling – ondernemen: adviesverlening bedrijfshuisvestingsbeleid
4.6. Projectontwikkeling – projectregie en gebiedsontwikkeling
4.7. Projectontwikkeling – begeleiding en ondersteuning in vastgoed(transacties).
4.8. Projectontwikkeling – patrimoniumbeheer
● De werking van de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten wordt opgevolgd door een stuurgroep waarin alle deelnemers worden vertegenwoordigd.
● De gemeente duidde een vertegenwoordiger aan voor de komende legislatuur en voor deelname aan de stuurgroep die op 24 september 2025 heeft plaatsgevonden.
● Tijdens deze stuurgroep werd de huidige samenwerkingsovereenkomst tussen de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten en haar leden 2020-2025 geactualiseerd in een versie 2026-2031.
● Er werd bovendien een nieuwe versie van de individuele samenwerkingsovereenkomst Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten goedgekeurd voor de periode 2026-2031.
● In deze nieuwe versie werd de mogelijkheid tot uitzondering voor één project per afgesloten subnummer opgenomen.
Argumentatie:
De gemeente als deelnemer van Interleuven en als deelnemer van de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’ is in de mogelijkheid om beroep te doen op de diensten van haar intercommunale, alsook op deze diensten dewelke in exclusiviteit worden aangeboden, waardoor de wetgeving overheidsopdrachten niet van toepassing is.
De toekenning van diensten aan de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’ heeft door de gezamenlijke aanwerving van personeel onder meer volgende voordelen:
● schaalvoordelen en gedeelde expertise,
● flexibiliteit in inzet en taakverdeling,
● continuïteit en kennisopbouw binnen de regio.
De statuten van Interleuven voorzien in een vergoedingssysteem waarbij op transparante basis de kosten kunnen worden toegewezen. Voor de aanrekening van de prestaties zal gewerkt worden met een open boekhouding.
De uurlonen voor de personeelsleden worden door de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’ op basis van de reële kostprijs als volgt bepaald (toestand op 01-03-2025):
- Algemeen projectleider/specialist-expert : 133,00 euro inclusief BTW
: (basis na de komma 132,82 inclusief BTW)
- Projectleider : 118,00 euro inclusief BTW
: (basis na de komma 117,85 inclusief BTW)
- Projectmedewerker - expert : 109,00 euro inclusief BTW
: (basis na de komma 108,50 inclusief BTW)
- Projectmedewerker : 97,00 euro inclusief BTW
: (basis na de komma 97,273 inclusief BTW)
De hier opgegeven uurlonen zijn gekoppeld aan de indexaanpassing van de lonen zoals toepasselijk in de openbare sector. Alle andere kosten, zoals verplaatsingskosten, uitrustingskosten, ... zijn begrepen in deze uurprijs.
De uurlonen worden telkens berekend op een cijfer na de komma waarna overgegaan wordt tot afronding op het lagere of hogere eenheidscijfer. Bij een volgende indexering wordt terug uitgegaan van het vorige, na de komma bekomen cijfer, zodat telkens een correcte berekening van de uurtarieven plaatsvindt.
Dat het afsluiten van deze samenwerkingsovereenkomst tevens tot gevolg heeft dat de gemeente zich ertoe verbindt om voor de diensten dewelke in deze overeenkomst worden omschreven, uitsluitend een beroep te doen op de diensten van de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’, en dit voor een welomschreven periode dewelke echter de duur van zes jaar niet mag overschrijden.
De gemeente kan aldus kiezen om voor de betrokken diensten een beroep te doen op de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’, dan wel om deze diensten zelf uit te oefenen, doch ziet hierbij wel af van de mogelijkheid om de dienst, gedurende de looptijd van de exclusiviteit, te laten uitvoeren door derden, tenzij de gemeente beroep doet op de uitzonderingsclausule voor één project per afgesloten afgesloten subnummer.
Dat voor de uitvoering van deze exclusieve taken wordt gewerkt overeenkomstig in bijlage toegevoegde samenwerkingsovereenkomst.
Dat de gemeente het dan ook aangewezen acht om voornoemde diensten aan de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’ toe te kennen.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen;
BESLUIT: 15 stemmen ja: Lobke Michiels, Michel Baert, Annick DeKeyser, Bert Meulemans, Ellen Leaerts, Nick Doms, Daisy De Neef, Ann Morissens, Willy Stroobants, Patrick Pelsmaekers, Johan Neefs, Marc Usewils, Alex De Coninck, Remi Serranne en Wouter Decat.
8 onthoudingen: Karin Derua, Audrey Bogaerts, Hans Crol, Jurgen Vervaeck, Cynthia Van de Vloet, Brent Vercauter, Vally Mommens en Nele Hiers.
art. 1
De raad hecht zijn goedkeuring aan de samenwerkingsovereenkomst tussen de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten en haar leden, actualisatie 2026-2031.
art. 2
De volgende diensten, zoals voorzien in de bijlagen van de statuten van Interleuven, worden in exclusiviteit toegekend aan de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’ met ingang van 01-01-2026 tot en met 31-12-2031, met dien verstande dat opdrachten die werden toegekend vóór het verstrijken van voormelde periode, zullen worden afgewerkt onder het systeem van de exclusieve dienstverlening:
1. BOUW & INFRA
1.4. Bouw & infra – veiligheidscoördinatie ontwerp en verwezenlijking bij gebouwen
1.5. Bouw & infra – technische en administratieve begeleiding, adviseren en coördineren van projecten
2. OMGEVING
2.4. Omgeving – ondersteuning gemeentelijke omgevingsdienst
Het ondersteunen en adviseren van de gemeentelijke omgevingsdienst.
2.4.2. Milieu en klimaat
2.5. Omgeving – projectwerking milieu & klimaat
Het voor en met het lokaal bestuur opzetten, uitwerken en uitvoeren van milieu- en/of klimaat-acties en projecten in uitvoering van het gemeentelijk milieu &klimaatbeleid, de burgemeestersconvenant, LEKP en andere gemeentelijke verplichtingen inzake milieu & klimaat.
2.6. Omgeving – omgevingshandhaving
Het ondersteunen van het lokaal bestuur/de politiezone bij het uitvoeren van de taken inzake omgevingshandhaving (zijnde milieu, ruimtelijke ordening, onroerend erfgoed), door:
2.6.2. geïntegreerde omgevingshandhaving: aan de hand van een goedgekeurd beleidskader, omgevingshandhavingsdossiers behandelen via proactief en reactief optreden door gekwalificeerde intergemeentelijke handhavingsmedewerkers, voor het milieu-, en/of het ruimtelijke ordenings- en/of het onroerend erfgoedluik.
2.6.3. het aanbieden en uitrollen van een pakket aan sensibiliseringscampagnes met betrekking tot omgevingshandhaving
3. SLIMME REGIO
3.2. Slimme regio – begeleiding bij de uitbouw en het gebruik van het regionaal digitaal loket kinderopvang.
3.2.1. Basisondersteuning regionaal digitaal loket kinderopvang.
art. 3
De uitvoering van deze diensten gebeurt overeenkomstig de in bijlage toegevoegde samenwerkingsovereenkomst.
art. 4
Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met het uitvoeren van huidige beslissing.
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Deelname van de gemeente aan de ‘Samenwerkingsovereenkomst betreffende de organisatie van Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen (INL) in het kader van een Dienst Algemeen Economisch Belang (DAEB) voor de periode 2026 – 2031 uitgevoerd door IGO div’
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 25 november 2019, houdende goedkeuring van de Samenwerkingsovereenkomst 2020-2025 ‘Intergemeentelijke Natuur- & Landschapsploegen (INL)';
Overwegende dat INL een dienstverlening van IGO div is en als doel heeft het lokale biodiversiteit-, landschaps- en klimaatbeleid concreet op het terrein vorm te geven. Om dit te realiseren zet INL hoofdzakelijk werknemers met een grote afstand tot de arbeidsmarkt in en draagt zo bij aan de duurzame tewerkstelling van deze kwetsbare doelgroep.
Overwegende dat IGO div samen werkt met het collectieve maatwerkbedrijf IGO-W vzw voor de uitvoering van de werkzaamheden en stelt in hoofdzaak werknemers te werk die een erkenning hebben om in het collectieve maatwerkbedrijf te werken;
Overwegende dat via deze samenwerkingsovereenkomst jaarlijks een vooraf afgesproken jaarprogramma uitgevoerd wordt op basis van een gegarandeerd urenpakket;
Gelet op de collegebeslissing van 14 april 2025, houdende de principiële goedkeuring voor deelname in een intergemeentelijke meerjarenovereenkomst (2026-2031) voor natuur- en landschapsploegen (INL) zonder de samenwerking met of de tussenkomst van de provincie
Vlaams-Brabant;
Gelet op het gemeentedecreet;
BESLUIT: eenparig.
art. 1
Deel te nemen aan de ‘Samenwerkingsovereenkomst betreffende de organisatie van Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen (INL) in het kader van een Dienst Algemeen Economisch Belang (DAEB) voor de periode 2026 – 2031 uitgevoerd door IGO div’.
art. 2
De gemeente neemt deel aan de Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen met 2,5 VTE (3.625 uren) waarbij 1.450 uren = 1 VTE, met als kostprijs een maximale bijdrage (vrijstelling BTW mits exclusiviteit) van:
● 55.796 euro per VTE voor 2026
● 58.028 euro per VTE voor 2027
● 60.349 euro per VTE voor 2028
● 62.763 euro per VTE voor 2029
● 65.273 euro per VTE voor 2030
● 67.884 euro per VTE voor 2031
art. 3
Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan IGO div.
Kris Lamberts Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Lobke Michiels Annick DeKeyser Remi Serranne Ellen Leaerts Marc Usewils Alex De Coninck Bert Meulemans Nick Doms Daisy De Neef Johan Neefs Michel Baert Willy Stroobants Patrick Pelsmaekers Nele Hiers Wouter Decat Cynthia Van de Vloet Vally Mommens Brent Vercauter Hans Crol Ann Morissens Jurgen Vervaeck Karin Derua Audrey Bogaerts aantal voorstanders: 13 , aantal onthouders: 3 , aantal tegenstanders: 7 Goedgekeurd
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Meerjarenplan AGB Boortmeerbeek 2026-2031
Gelet op het decreet van 22 december 2017 betreffende het lokaal bestuur, met inbegrip van de bepalingen over de meerjarenplanning en de beleids- en beheerscyclus (BBC) voor lokale besturen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen, dat de methodologische en procedurele kaders vastlegt voor de opmaak en uitvoering van meerjarenplannen;
Gelet op het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (MB BBC);
Gelet op de voorstellen en advies van het directiecomité na raadpleging van de gemeentelijke adviesraden en de betrokken diensten;
Overwegende dat het meerjarenplan 2026-2031 een strategisch instrument is dat de beleidsdoelen, prioriteiten, projecten en financiële middelen vastlegt voor de komende periode, in lijn met de strategische keuzes van de gemeenteraad en de beleidsdoelen van de Vlaamse overheid;
Overwegende dat het meerjarenplan op een verantwoorde wijze voorziet in de noodzakelijke investeringen, de maatschappelijke behoeften en de uitbouw van de gemeentelijke diensten, met inachtneming van de beschikbare financiële middelen en de structurele begrotingsdiscipline;
BESLUIT: 13 stemmen ja: Lobke Michiels, Michel Baert, Annick DeKeyser, Bert Meulemans, Ellen Leaerts, Nick Doms, Daisy De Neef, Willy Stroobants, Patrick Pelsmaekers, Johan Neefs, Marc Usewils, Alex De Coninck en Remi Serranne.
7 stemmen tegen: Ann Morissens, Hans Crol, Wouter Decat, Cynthia Van de Vloet, Brent Vercauter, Vally Mommens en Nele Hiers.
3 onthoudingen: Karin Derua, Audrey Bogaerts en Jurgen Vervaeck.
art. 1
Het meerjarenplan 2026-2031 van het autonoom gemeentebedrijf Boortmeerbeek zoals voorgesteld door de Raad van Bestuur van het AGB goed te keuren.
Kris Lamberts Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Alex De Coninck Nick Doms Patrick Pelsmaekers Annick DeKeyser Daisy De Neef Michel Baert Johan Neefs Bert Meulemans Willy Stroobants Remi Serranne Marc Usewils Ellen Leaerts Lobke Michiels Wouter Decat Cynthia Van de Vloet Audrey Bogaerts Hans Crol Vally Mommens Nele Hiers Karin Derua Ann Morissens Jurgen Vervaeck Brent Vercauter aantal voorstanders: 13 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 10 Goedgekeurd
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Meerjarenplan gemeente Boortmeerbeek 2026-2031
Gelet op het decreet van 22 december 2017 betreffende het lokaal bestuur, met inbegrip van de bepalingen over de meerjarenplanning en de beleids- en beheerscyclus (BBC) voor lokale besturen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen, dat de methodologische en procedurele kaders vastlegt voor de opmaak en uitvoering van meerjarenplannen;
Gelet op het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (MB BBC);
Gelet op de voorstellen en advies van het college van burgemeester en schepenen na raadpleging van de gemeentelijke adviesraden en de betrokken diensten;
Overwegende dat het meerjarenplan 2026-2031 een strategisch instrument is dat de beleidsdoelen, prioriteiten, projecten en financiële middelen vastlegt voor de komende periode, in lijn met de strategische keuzes van de gemeenteraad en de beleidsdoelen van de Vlaamse overheid;
Overwegende dat het meerjarenplan op een verantwoorde wijze voorziet in de noodzakelijke investeringen, de maatschappelijke behoeften en de uitbouw van de gemeentelijke diensten, met inachtneming van de beschikbare financiële middelen en de structurele begrotingsdiscipline;
BESLUIT: 13 stemmen ja: Lobke Michiels, Michel Baert, Annick DeKeyser, Bert Meulemans, Ellen Leaerts, Nick Doms, Daisy De Neef, Willy Stroobants, Patrick Pelsmaekers, Johan Neefs, Marc Usewils, Alex De Coninck en Remi Serranne.
10 stemmen tegen: Karin Derua, Audrey Bogaerts, Ann Morissens, Hans Crol, Wouter Decat, Jurgen Vervaeck, Cynthia Van de Vloet, Brent Vercauter, Vally Mommens en Nele Hiers.
art. 1
Het meerjarenplan 2026-2031 zoals voorgesteld door het college van burgemeester en schepenen vast te stellen.
art. 2
Het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de raad van maatschappelijk welzijn goed te keuren. Deze goedkeuring stelt het beleidsrapport in zijn geheel definitief vast.
Kris Lamberts Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Johan Neefs Ellen Leaerts Willy Stroobants Annick DeKeyser Lobke Michiels Michel Baert Patrick Pelsmaekers Daisy De Neef Alex De Coninck Marc Usewils Wouter Decat Remi Serranne Bert Meulemans Ann Morissens Nick Doms Vally Mommens Audrey Bogaerts Cynthia Van de Vloet Hans Crol Jurgen Vervaeck Brent Vercauter Nele Hiers Karin Derua aantal voorstanders: 15 , aantal onthouders: 8 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Aanpassing prijssubsidiereglement AGB Boortmeerbeek
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 28 april 2003 waarin de oprichting en de statuten van het Autonoom Gemeentebedrijf Boortmeerbeek, afgekort AGB Boortmeerbeek werden goedgekeurd;
Gelet op de goedkeuring van de gemeenteraadsbeslissing van 28 april 2003 door de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken op 8 augustus 2003 en de publicatie van deze beslissing in het Belgisch Staatsblad van 26 september 2003;
Overwegende dat het om economisch leefbaar te zijn nodig is dat het Autonoom Gemeentebedrijf Boortmeerbeek vanwege de Gemeente Boortmeerbeek prijssubsidies ontvangt als vergoeding voor de terbeschikkingstelling van de sporthal te Boortmeerbeek;
Gelet op de beheersovereenkomst tussen de gemeente Boortmeerbeek en het Autonoom Gemeentebedrijf Boortmeerbeek;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
BESLUIT: 15 stemmen ja: Lobke Michiels, Michel Baert, Annick DeKeyser, Bert Meulemans, Ellen Leaerts, Nick Doms, Daisy De Neef, Ann Morissens, Willy Stroobants, Patrick Pelsmaekers, Johan Neefs, Marc Usewils, Alex De Coninck, Remi Serranne en Wouter Decat.
8 onthoudingen: Karin Derua, Audrey Bogaerts, Hans Crol, Jurgen Vervaeck, Cynthia Van de Vloet, Brent Vercauter, Vally Mommens en Nele Hiers.
art. 1
Het prijssubsidiereglement ten voordele van het AGB Boortmeerbeek goed te keuren waarvan
de tekst als volgt luidt:
PRIJSSUBSIDIEREGLEMENT AGB Boortmeerbeek
Het Autonoom Gemeentebedrijf Boortmeerbeek heeft haar inkomsten en uitgaven geraamd voor het kalenderjaar 2026. Op basis van deze ramingen heeft het Autonoom Gemeentebedrijf Boortmeerbeek vastgesteld dat voor het kalenderjaar 2026 de inkomsten voor de terbeschikkingstelling van de sporthal minstens 325.860,60 EUR (exclusief btw) moeten bedragen om economisch rendabel te zijn.
Om economisch rendabel te zijn wenst het Autonoom Gemeentebedrijf Boortmeerbeek vanaf 1 januari 2026 de voorziene prijzen (inclusief 6 % btw) voor de terbeschikkingstelling van de sporthal te vermenigvuldigen met een factor 5,95.
De gemeente Boortmeerbeek erkent dat het Autonoom Gemeentebedrijf Boortmeerbeek, op basis van deze ramingen, de voorziene prijzen (inclusief 6% btw) voor de terbeschikkingstelling van de sporthal moet vermenigvuldigen met een factor 5,95 om economisch rendabel te zijn.
Rekening houdend met de sportieve en sociale functie van de sporthal wenst de gemeente Boortmeerbeek dat er tijdens het kalenderjaar 2026 geen prijsverhogingen doorgevoerd worden ten aanzien van huurders van de sporthal. De gemeente Boortmeerbeek wenst immers de prijzen te beperken opdat de sporthal toegankelijk is voor iedereen.
De gemeente Boortmeerbeek verbindt er zich toe om voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2026 deze beperkte prijzen te subsidiëren middels de toekenning van prijssubsidies.
De waarde van de prijssubsidie toegekend door de gemeente Boortmeerbeek voor de terbeschikkingstelling van de sporthal bedraagt de prijs (inclusief 6% btw) die de huurder betaalt vermenigvuldigd met een factor 4,95.
De gesubsidieerde prijzen (inclusief 6% btw) kunnen steeds geherevalueerd worden in het kader van een periodieke evaluatie van de totale exploitatieresultaten van het Autonoom Gemeentebedrijf Boortmeerbeek. In de mate er een prijssubsidieaanpassing noodzakelijk is zal de gemeente Boortmeerbeek deze steeds documenteren.
Het Autonoom Gemeentebedrijf Boortmeerbeek moet op de vijfde werkdag van elke kwartaal de gemeente Boortmeerbeek een overzicht bezorgen van het aantal gebruikers van de sporthal. Dit overzicht dient tevens het bedrag aan te betalen prijssubsidies te bevatten. De afrekening van deze prijssubsidies zal gebeuren middels de uitreiking van een debet nota die het Autonoom Gemeentebedrijf Boortmeerbeek uitreikt aan de gemeente Boortmeerbeek. De gemeente Boortmeerbeek dient deze debet nota te betalen aan het Autonoom Gemeentebedrijf Boortmeerbeek binnen de vijf werkdagen na ontvangst.
Een nieuw prijssubsidiereglement geldig vanaf 1 januari 2027 zal worden onderhandeld tussen de gemeente Boortmeerbeek en het Autonoom Gemeentebedrijf Boortmeerbeek vóór 30 januari 2027.
Kris Lamberts Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Willy Stroobants Daisy De Neef Alex De Coninck Marc Usewils Wouter Decat Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Ann Morissens Annick DeKeyser Ellen Leaerts Johan Neefs Bert Meulemans Nick Doms Remi Serranne Michel Baert Cynthia Van de Vloet Karin Derua Hans Crol Brent Vercauter Audrey Bogaerts Vally Mommens Nele Hiers Jurgen Vervaeck aantal voorstanders: 15 , aantal onthouders: 8 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Belasting op omgevingsvergunningen 2026 - 2031
Juridische grond:
Grondwet, meer bepaald de artikelen 41, 162 enartikel170§4vandegrondwetwaarin o.a. bepaaldwordtdatgeenlastofbelastingdoorde agglomeratie,de federatievan gemeentenen de gemeentekanwordeningevoerd dan dooreen beslissing van hun raad.
WetboekvandeInkomstenbelastingenvan 10 april 1992 en het Invorderingswetboek van 13 april 2019.
Decreetvan30mei2008betreffendedevestiging,deinvorderingendegeschillen- procedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40 § 3, 41,14°, 56, § 3, 7°, 252, 285 t.e.m. 288, 300 en 326 t.e.m. 335 en haar latere wijzigingen, waarin o.a.bepaaldwordtdatdegemeenteraaddegemeentelijkereglementenvaststelt,waaronderde gemeentelijke belasting- en retributiereglementen.
Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid – afgekort het DABM, meer bepaald Titel V.
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009, meer bepaald Titel IV, Hoofdstuk II.
Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, en latere wijzigingen.
Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, zoals gewijzigd, hierna VLAREM II.
Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van de handelingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is.
Besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende bijkomende algemene en sectorale milieuvoorwaarden voor GPBV-installaties, zoals gewijzigd, hierna VLAREM III.
Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en haar bijlagen.
Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2017 tot wijziging van diverse besluiten naar aanleiding van de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning.
Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 aangaande het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
Belastingreglement op afgifte van omgevingsvergunningen voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 van 16 december 2019.
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Financiële impact:
Gezien de ontvangsten zijn ingeschreven in het meerjarenplan 2026-2031 onder jaarbudgetrekening BP2026_2031-0/ACT-134/0020-00/73160000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN/O/0
en dus noodzakelijk zijn voor het behoud van een gezonde financiële toestand van de gemeente.
Motivering:
De belasting op afgifte van omgevingsvergunningen voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 16 december 2019, vervalt op 31 december 2025.
De belasting op afgifte van omgevingsvergunningen moet worden hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031.
Door het Decreet betreffende de omgevingsvergunning is één enkele procedure ingesteld wat betreft de vergunningsplicht of de meldingsplicht, voor zowel de stedenbouwkundige handelingen en de verkavelingen (bedoeld in de artikelen 4.2.1, 4.2.2 en 4.2.15 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening – VCRO) als voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste, de tweede of de derde klasse (bedoeld in artikel 5.2.1 van het Decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid – DABM).
Artikel 5 van het Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning vermeldt de projecten die op grond van respectievelijk het Decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) en van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), ofwel vergunningsplichtig ofwel meldingsplichtig zijn.
Het komt gerechtvaardigd voor om in de vorm van een gemeentebelasting een bijdrage te vragen voor de gemeentelijke inzet van middelen bij de behandeling van vergunningsaanvragen en meldingen in het kader van het Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Het behandelen van aanvragen in het kader van het Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning vergt een aanzienlijke inzet van de gemeentelijke middelen en het is billijk deze inzet door te rekenen aan degene op wiens initiatief en in wiens voordeel de vergunningsprocedures worden doorlopen.
Er wordt voorgesteld om de stedenbouwkundige handelingen en het verkavelen van gronden te onderscheiden van de exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten, zoals bepaald in de indelingslijst behorend tot VLAREM II. Het is ook wenselijk om tariefdifferentiatie te voorzien omwille van de substantiële verschillen wat betreft de administratieve last die veroorzaakt wordt door bepaalde procedurestappen.
Het afleveren van allerlei administratieve stukken brengt voor de gemeente lasten met zich mee. Het is dan ook aangewezen om een belasting te heffen.
Bij de behandeling van een aanvraag voor omgevingsvergunning en bij sommige uitgebreide dossiers is het zinvol om extern advies in te winnen en is het aangewezen om belasting te heffen.
Niet alleen zuiver stedenbouwkundige aspecten moeten worden beoordeeld bij een omgevingsaanvraag met wegenis.
Bij een dergelijk dossier worden interne diensten, zoals de technische dienst en het diensthoofd grondgebiedszaken in het bijzonder belast met bijvoorbeeld vraagstukken over de technische aspecten en de latere onderhouds- en beheersproblemen.
Externe technische adviezen bijvoorbeeld rond riolering en afwatering houden bijzondere werklast in voor de eigen diensten aangezien deze in een ruimer verband dan dit van de omgevingsvergunning zelf moeten worden behandeld.
Dergelijke dossiers hebben steeds meer impact op de mobiliteit waarbij steeds een bijkomende beoordeling op vlak van de totale, eventueel ook regionale, impact met mogelijk extra en uit te besteden studiewerk noodzakelijk is.
Deze elementen verantwoorden een forfaitaire benadering van de belasting in voorkomend geval.
Het is verantwoord om de door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal wonen en de door haar erkende sociale huisvestingsmaatschappijen vrij te stellen voor aanvragen in verband met sociale woningen, omdat deze een sociale opdracht vervullen waarbij winstbejag niet hun doelstelling is.
De ontvangsten zijn onontbeerlijk voor de continuïteit van de algemene werking van de gemeente. De financiële toestand van de gemeente vereist dus het heffen van deze belasting.
Gelet op de bespreking;
BESLUIT: 15 stemmen ja: Lobke Michiels, Michel Baert, Annick DeKeyser, Bert Meulemans, Ellen Leaerts, Nick Doms, Daisy De Neef, Ann Morissens, Willy Stroobants, Patrick Pelsmaekers, Johan Neefs, Marc Usewils, Alex De Coninck, Remi Serranne en Wouter Decat.
8 onthoudingen: Karin Derua, Audrey Bogaerts, Hans Crol, Jurgen Vervaeck, Cynthia Van de Vloet, Brent Vercauter, Vally Mommens en Nele Hiers.
art. 1
Het reglement belasting op omgevingsvergunningen voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 als volgt vast te stellen:
Artikel 1 - Heffingstermijn en belastbaar feit
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op de aanvragen en meldingen bedoeld in het Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Artikel 2 -Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of de rechtspersoon aan wie het stuk door het gemeentebestuur op aanvraag of ambtshalve wordt uitgereikt.
Artikel 3 - Berekeningsgrondslag en tarief
Debelastingbestaatuiteenbedragperdossiertypeverhoogdmeteenbedragperprocedurestap. De bedragen per dossiertype worden cumulatief aangerekend.
Dossiertype | Bedrag | |||||||||||||
Meldingvaneeningedeeldeinrichtingofactiviteit | 20,00EUR | |||||||||||||
Meldingvoorhetuitvoerenvanstedenbouwkundigehandelingen | 20,00EUR | |||||||||||||
Aanvraagvooreenomgevingsvergunningvoorhetuitvoerenvanstedenbouwkundige handelingen |
| |||||||||||||
| -gewoneprocedure | 100,00EUR | ||||||||||||
| -vereenvoudigdeprocedure(metofzonderarchitect) | 50,00EUR | ||||||||||||
| -totmaximaal2woonentiteiten | 100,00EUR | ||||||||||||
| -perbijkomendewoonentiteit(vanaf3woonentiteiten) | 1.400,00EUR | ||||||||||||
Aanvraagvooreenomgevingsvergunningvooreeningedeeldeinrichtingofactiviteit (klasse1of2) |
| |||||||||||||
| -gewoneprocedureklasse1 | 500,00EUR | ||||||||||||
| -gewoneprocedureklasse2 | 100,00EUR | ||||||||||||
| -vereenvoudigdeprocedure(o.a.beperkteveranderingoftijdelijkeactiviteit) | 50,00EUR | ||||||||||||
Aanvraagvooreenomgevingsvergunningvoorhetverkavelenvangronden |
| |||||||||||||
|
-zonderwegenis | totmaximaal2bouwloten | 100,00EUR | |||||||||||
| perbijkomendbouwlot(vanaf 3 bouwloten) | 1.400,00EUR | ||||||||||||
|
-zonderwegenisinfunctievan meergezinswoningprojecten | totmaximaal2bouwloten | 250,00EUR | |||||||||||
| perbijkomendbouwlot(vanaf 3 bouwloten) | 1.400,00EUR | ||||||||||||
|
-metwegenis | totmaximaal2bouwloten | 250,00EUR | |||||||||||
| perbijkomendbouwlot(vanaf 3 bouwloten) | 1.600,00EUR | ||||||||||||
| forfaitairekost | 1.000,00EUR | ||||||||||||
Aanvraagtotomzettingvaneenmilieuvergunningverleendvoor20jaarnaareen permanente vergunning (artikel 390 omgevingsvergunningendecreet) | 250,00EUR | |||||||||||||
Bekendmakingvanhetverstrijkenvanelkegeldigheidsperiodevan20jaarvaneen omgevingsvergunning van onbepaalde duur (artikel 83 §1 lid 3 omgevingsvergunningendecreet) | 250,00EUR | |||||||||||||
Verzoektotbijstellingvandemilieuvoorwaarden | 250,00EUR | |||||||||||||
Verzoektotbijstellingvaneenverkavelingsvergunning | 100,00EUR | |||||||||||||
| -perbijkomendlot | 1.100,00EUR | ||||||||||||
Afstandvandeomgevingsvergunningvoorhetverkavelenvangronden(artikel104 omgevingsvergunningendecreet) | 20,00EUR | |||||||||||||
Meldingvandeoverdrachtvandevergunningvooreeningedeeldeinrichtingof activiteit |
| |||||||||||||
| -volledigeoverdracht | 20,00EUR | ||||||||||||
| -gedeeltelijkeoverdracht | 20,00EUR | ||||||||||||
Aanvraagvaneenstedenbouwkundigattest(artikel5.3.1VlaamseCodexRuimtelijke Ordening) | 50,00EUR | |||||||||||||
Aanvraagvaneenplanologischattest(artikel4.4.24e.v.VlaamseCodexRuimtelijke Ordering) | 500,00EUR | |||||||||||||
Verstrekken van omstandige stedenbouwkundige inlichtingen (afleveren van een stedenbouwkundiguittrekseluithetplannen-envergunningenregister)betreffende onroerendegoederenmethetoogopdeverkoopofoverdrachtvaneigendom) | 65,00EUR | |||||||||||||
Opnameinhetvergunningenregister | 20,00EUR | |||||||||||||
Aanvraagtotvegetatiewijziging | 50,00EUR |
Aanvraagtotsocio-economischevergunning | 100,00EUR |
Procedurestap | Bedrag | ||||
Voorhetdigitaliserenvaneenanaloogingedienddossier(artikel156 omgevingsvergunningenbesluit) | 50,00EUR | ||||
Voorhetorganiserenvaneenopenbaaronderzoek(artikel23 omgevingsvergunningenbesluit) |
| ||||
| -pergewonebrief | 5,00 EUR | |||
| -peraangetekendebrief | 10,00EUR | |||
Voorhetinkennisbrengenvankadastraleeigenaarsenomwonenden(o.a.art23en 62omgevingsvergunningenbesluit) |
| ||||
| -pergewonebrief | 5,00 EUR | |||
| -peraangetekendebrief | 10,00EUR | |||
Voorhetwijzigenvanhetvoorwerpvandeaanvraag(artikel30of45 omgevingsvergunningendecreet) | 25,00EUR | ||||
Voorhetpublicerenvanberichtenindag-ofweekbladen(o.a.artikel22en61 omgevingsvergunningendecreet) | 400,00EUR | ||||
Voorhetaangetekendverzendenvaneenbeslissing | 10,00EUR | ||||
Voorhetorganiserenvaneeninformatievergadering(artikel25 omgevingsvergunningenbesluit) | 100,00EUR | ||||
Voorhetorganiserenvaneenprojectvergadering(artikel8 omgevingsvergunningenbesluit) | 100,00EUR | ||||
Artikel 4 - Vrijstellingen
§1. Zijn van de belasting vrijgesteld:
1° de aanvraag van omgevingsvergunning waarvoor een stilzwijgende weigering werd
ontvangen;
2° de nieuwe omgevingsvergunningsaanvraag die wordt ingediend binnen de zes
maanden na de intrekking van een eerder dossier, op voorwaarde dat het gaat om een
gelijkaardige aanvraag die rekening houdt met de redenen voor intrekking;
3° de gerechtelijke overheden;
4° de openbare besturen, de daarmee gelijkgestelde instellingen en de instellingen van
openbaar nut;
5° de Vlaamse Huisvestingsmaatschappijen en de door de Vlaamse
Huisvestingsmaatschappij erkende sociale huisvestingsmaatschappijen;
6° de aanvragen voor het uitvoeren van beheerswerken in het kader van
beheersovereenkomsten Natuur en Erosie;
7° de dossiers die niet op vraag van de vergunninghouder werden opgestart wanneer het
een exploitatie betreft, met uitzondering van de bekendmaking van het verstrijken van
elke geldigheidsperiode van twintig jaar van een omgevingsvergunning van onbepaalde
duur, overeenkomstig artikel 83, §1, lid 3 van het Omgevingsvergunningendecreet.
Artikel 5 - Wijze van inning
De belastingen bedoeld in artikel 3 moeten bij de afgifte van de aanvraag of de melding zonder uitstel worden betaald, tegen afgifte van een betalingsbewijs. Wanneer de contante inning niet zonder uitstel kan worden uitgevoerd, dan wordt de belasting een kohierbelasting.
Artikel 6 - Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag of de datum van de inning van de contantbelasting.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen per Pastorijstraat 2 te 3190 Boortmeerbeek of via elektronische weg per e-mail fd@boortmeerbeek.be worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.
De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Artikel 7 - Bekendmaking, inwerkingtreding en bestuurlijk toezicht
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286, 287 en 288 Decreet Lokaal Bestuur.
Dit besluit vervangt het besluit van de gemeenteraad van 16 december 2019 betreffende de belasting op de afgifte van de omgevingsvergunningen en treedt in werking op 1 januari 2026.
De toezichthoudende overheid zal op de hoogte gebracht worden van de bekendmaking van het reglement overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.
Kris Lamberts Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Patrick Pelsmaekers Marc Usewils Michel Baert Alex De Coninck Lobke Michiels Willy Stroobants Nick Doms Remi Serranne Annick DeKeyser Bert Meulemans Ellen Leaerts Daisy De Neef Johan Neefs Audrey Bogaerts Cynthia Van de Vloet Jurgen Vervaeck Ann Morissens Vally Mommens Nele Hiers Karin Derua Brent Vercauter Hans Crol Wouter Decat aantal voorstanders: 13 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 10 Goedgekeurd
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Belasting op drijfkracht 2026 - 2031
Juridische grond:
Grondwet, meer bepaald artikelen 41, 162 en 170, §4, waarin o.a. bepaaldwordtdatgeenlastofbelastingdoorde agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente kan worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikelen 2, 40 § 3, 41, 14°, 56, §3, 7°, 252, 285 t.e.m. 288, 300 en 326 t.e.m. 335, waarin o.a.bepaaldwordtdatdegemeenteraaddegemeentelijkereglementenvaststelt,waaronderde gemeentelijke belasting- en retributiereglementen.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Wetboek van de Inkomstenbelastingen en het Invorderingswetboek van 13 april 2019.
Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Omzendbrief BB 2008/7 van 18 juli 2008 aangaande het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Besluit van de gemeenteraad van 16 december 2019 tot vaststelling van het belastingreglement op drijfkracht voor de periode van 1 januari 2020 t.e.m. 31 december 2025.
Motivering:
Het belastingreglement op drijfkracht, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2019 voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025, vervalt op 31 december 2025. De gemeente wenst de belasting op drijfkracht te hernieuwen en integraal te vervangen door dit belastingreglement op motoren voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
De gemeenteraad heeft het nuttig geoordeeld de door dit reglement beoogde motoren te belasten om zich aanvullende inkomsten te verschaffen ter financiering van de uitgaven van algemeen nut waaraan de gemeente het hoofd moet bieden.
Het gemeentebestuur wil de bedrijven aanmoedigen om zorgvuldig om te gaan met hun energieverbruik.
Het gebruik van motoren bij de uitoefening van de bedrijfsactiviteit is een goede indicator voor het belang van die activiteit, net zoals het gezamenlijk vermogen van motoren geldt als een goede indicator voor de draagkracht van een bedrijf.
De drijfkracht vormt een objectief criterium om de bedrijven via een belasting bij te laten dragen aan de algemene kosten van het gemeentebestuur.
De gemeente is genoodzaakt om deze belasting te heffen omwille van haar financiële toestand en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
Financiële impact:
Er zijn geen ontvangsten ingeschreven in het meerjarenplan 2026-2031.
BESLUIT: 13 stemmen ja: Lobke Michiels, Michel Baert, Annick DeKeyser, Bert Meulemans, Ellen Leaerts, Nick Doms, Daisy De Neef, Willy Stroobants, Patrick Pelsmaekers, Johan Neefs, Marc Usewils, Alex De Coninck en Remi Serranne.
10 stemmen tegen: Karin Derua, Audrey Bogaerts, Ann Morissens, Hans Crol, Wouter Decat, Jurgen Vervaeck, Cynthia Van de Vloet, Brent Vercauter, Vally Mommens en Nele Hiers.
art. 1
Het reglement belasting op drijfkracht voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 als volgt vast te stellen:
Artikel 1 - Heffingstermijn en belastbaar feit
DegemeenteBoortmeerbeekheftmetingangvan1januari2026eneindigendop31december2031 eengemeentebelastingopdemotorengebruiktvoornijverheids-, handels-, land- en tuinbouwdoeleinden, evenals op deze gebruikt door de beoefenaars van vrije en zelfstandige beroepen, ongeacht de krachtbron welke deze in beweging brengt.
Debelastingslaatondermeeropdeelektromotoren,destoommachines,deverbrandingsmotoren, de waterturbines, enz... en zonder dat deze opsomming limitatief is.
De belasting is verschuldigd voor de motoren die de belastingplichtige voor de exploitatie van zijn inrichtingofvanhaar bijgebouwengebruikt.
Iedere instellingofonderneming, iedere werfvanom hetevenwelkeaard,diegedurendeeenononderbrokentijdvakvanminstensdriemaandenophet grondgebied van de gemeente gevestigd is, worden als bijgebouw van een inrichting beschouwd.
Voordemotoren,gebruiktvooreenzoalsinhetvoriglidbedoeldenslaanophetgrondgebiedvan een andere gemeente overgebracht bijgebouw, is geen gemeentebelasting verschuldigd voor het tijdvak van het gebruik in de andere gemeente.
Wanneer in hetzij een inrichting, hetzij een zoals hierboven bedoeld bijgebouw, geregeld en duurzaam een verplaatsbare motor wordt gebruikt voor de verbinding met één of meer bijgebouwen,ofmeteenverkeersweg,isdaarvooreenbelastingenkelverschuldigd,indienhetzijde inrichting zelf, hetzij het voornaamste bijgebouw in de gemeente gevestigd is.
Artikel 2 -Belastingplichtige
Debelastingisverschuldigddoordegenediedemotorenovereenkomstighetbepaaldeinartikel1 gebruikt.
Artikel 3 - Bedrag van de belasting
De belasting bedraagt 10,00 EUR per eenheid en per breuk van kilowatt.
Elke belastingplichtige moet jaarlijks ten laatste op 31 oktober van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het gemeentebestuur op een door het gemeentebestuur voorgeschreven aangifteformulier.
Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen. Bij gebrek aan aangifte op de gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008. Het verdwijnen of het definitief buiten gebruik stellen van een belastbare motor in de loop van het jaar dat aan het aanslagjaar voorafgaat geeft aanleiding tot een belastingvermindering.
Deze vermindering gaat in vanaf de maand volgend op het bericht, gezonden aan het gemeentebestuur, betreffende de verdwijning of het buiten gebruik stellen. Het stilleggen voor een ononderbroken tijdvak gelijk aan of groter dan een maand, met uitzondering van de jaarlijkse verplichte vakantieperiode, geeft aanleiding tot een belastingvermindering in verhouding tot het aantal maanden dat het toestel gedurende het jaar voorafgaand aan het belastingjaar ononderbroken buiten werking is geweest. Met een inactiviteit voor een duur van één maand wordt gelijkgesteld de activiteit die beperkt is tot één dag op vier of één week werk na vier weken inactiviteit in de bedrijven die met de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening een akkoord hebben aangegaan inzake de activiteitsvermindering om een massaal ontslag van personeel te voorkomen.
Om deze evenredige vermindering te kunnen genieten moet de belanghebbende aan het gemeentebestuur schriftelijk bericht gegeven hebben van de dag waarop de motor stilligt en na de dag waarop hij terug in werking wordt gesteld. Een ontvangstbewijs zal aan de belanghebbende worden afgeleverd. Dit bericht moet om de drie maanden hernieuwd worden. De vermindering van belasting geldt van de maand af volgend op de datum van ontvangst van het bericht van stillegging tot de maand volgend op deze van wederinwerkingstelling.
De berichtgeving is van substantiële aard en op straf van verval voorgeschreven. Voor het eerste jaar van de belastingheffing kan het bewijs van tijdelijke non-activiteit of van de definitieve buitengebruikstelling echter met alle mogelijke rechtsmiddelen worden geleverd. Indien vastgesteld wordt dat de motor werkt voor het geven van het bericht van wederinwerkingstelling, zal geen vermindering toegestaan worden, hoelang de stillegging ook heeft geduurd. De belasting wordt gevestigd op grond van de belastbare motorkracht tijdens het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar.
Ze wordt berekend per maand en elk gedeelte ervan wordt voor een volledige maand geteld. Indien een motor evenwel tijdens dezelfde maand belastbaar is in verschillende gemeenten, is de belasting verschuldigd aan de gemeente met het grootste aantal dagen gebruik. Is dit aantal gelijk dan wordt de belasting evenredig per halve maand verdeeld. Een motor die voor de eerste maal in werking wordt gesteld, is belastbaar vanaf de volgende maand. Bij staking van de bedrijfsactiviteiten op het grondgebied van de gemeente in de loop van het belastingjaar om welke reden ook, wordt, bij afwijking van het bepaalde in voorgaand artikel, een bijzondere eventueel bijkomende aanslag gevestigd, berekend op basis van de motoren tijdens vorenbedoeld jaargedeelte of jaar gebruikt en verbonden aan het jaar waarin de staking van de bedrijfsactiviteiten plaats heeft.
Voor de bedrijven aangeslagen op basis van het maximum kwartiervermogen zal de eventueel bijkomende aanslag gevestigd worden op basis van het gemiddeld kwartiervermogen tijdens het jaargedeelte of jaar dat er nog bedrijfsactiviteiten waren. De aan te geven waarden zijn deze vermeld op de facturen voor levering van elektrische energie. De belastingplichtigen die onder de toepassing van deze bepaling vallen zijn verplicht, uiterlijk acht dagen na de staking van de bedrijfsactiviteiten, hiervan aangifte te doen bij het gemeentebestuur.
Artikel 4 - Vrijstellingen
- de (reserve)motor die het ganse en onmiddellijk voorafgaande jaar niet werd gebruikt. Deze non activiteit moet blijken uit de om de drie maanden te hernieuwen schriftelijke berichten aan het gemeentebestuur, zoals voorzien bij artikel 5 van dit reglement. Wat het eerste jaar van de belastingheffing aangaat, is het bewijs van de non-activiteit evenwel met alle mogelijke rechtsmiddelen te leveren;
- de motor gebruikt voor het aandrijven van een voertuig dat onder de verkeersbelasting valt of speciaal van deze belasting is vrijgesteld;
- de motor van een draagbaar toestel;
- de motor die een elektrische generator drijft, voor het gedeelte van zijn vermogen dat overeenstemt met dat benodigd voor het drijven van een generator;
- de door perslucht aangedreven motor;
- de motorkracht welke uitsluitend gebruikt wordt voor toestellen tot waterbemaling, verwarming en verluchting;
- de motoren van vaartuigen dienende voor het transport van goederen, alsmede deze aan boord van bedoelde vaartuigen gebruikt;
Artikel 5 - Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 6 - Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 7 - Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete (in voorkomend geval), een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen per post Pastorijstraat 2 te 3190 Boortmeerbeek of via elektronische weg per e-mail fd@boortmeerbeek.be worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.
De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Kris Lamberts Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Audrey Bogaerts Karin Derua Wouter Decat Jurgen Vervaeck Ann Morissens Johan Neefs Michel Baert Marc Usewils Ellen Leaerts Bert Meulemans Remi Serranne Daisy De Neef Annick DeKeyser Lobke Michiels Alex De Coninck Patrick Pelsmaekers Willy Stroobants Nick Doms Cynthia Van de Vloet Nele Hiers Brent Vercauter Hans Crol Vally Mommens aantal voorstanders: 5 , aantal onthouders: 5 , aantal tegenstanders: 13 Verworpen
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Amendement 1 - Open Vld-fractie bij punt 'Belasting op masten en pylonen 2026-2031'
Overwegende dat punt 11 op de agenda van de gemeenteraad de bespreking van de Belasting op masten en pylonen 2026-2031 betreft;
Overwegende dat ter zitting de Open Vld-fractie volgend amendement aan de gemeenteraad voorlegt voor de stemming over het agendapunt 'Belasting op masten en pylonen 2026-2031';
Overwegende dit amendement de wijziging van de oorspronkelijke tekst op volgende wijze voorstelt:
In artikel 5 - Vrijstellingen, de volgende tekst te schrappen: 'masten of pylonen die eigendom zijn van of gebruikt worden door de gemeente of OCMW of het AGB';
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
BESLUIT: 5 stemmen ja: Karin Derua, Audrey Bogaerts, Ann Morissens, Wouter Decat en Jurgen Vervaeck.
13 stemmen tegen: Lobke Michiels, Michel Baert, Annick DeKeyser, Bert Meulemans, Ellen Leaerts, Nick Doms, Daisy De Neef, Willy Stroobants, Patrick Pelsmaekers, Johan Neefs, Marc Usewils, Alex De Coninck en Remi Serranne.
5 onthoudingen: Hans Crol, Cynthia Van de Vloet, Brent Vercauter, Vally Mommens en Nele Hiers.
art. 1
Het amendement dat volgende tekstwijziging aanbrengt aan het ontwerp van de tekst van het besluit op de 'Belasting op masten en pylonen 2026-2031' niet goed te keuren met volgende aanpassing:
In artikel 5 - Vrijstellingen, de volgende tekst te schrappen: 'masten of pylonen die eigendom zijn van of gebruikt worden door de gemeente of OCMW of het AGB'.
Kris Lamberts Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Jurgen Vervaeck Vally Mommens Nele Hiers Audrey Bogaerts Brent Vercauter Karin Derua Hans Crol Cynthia Van de Vloet Johan Neefs Alex De Coninck Bert Meulemans Michel Baert Annick DeKeyser Nick Doms Ellen Leaerts Marc Usewils Remi Serranne Patrick Pelsmaekers Daisy De Neef Lobke Michiels Willy Stroobants Ann Morissens Wouter Decat aantal voorstanders: 8 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 13 Verworpen
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Amendement 2 - Open Vld-fractie bij punt 'Belasting op masten en pylonen 2026-2031'
Overwegende dat punt 11 op de agenda van de gemeenteraad de bespreking van de Belasting op masten en pylonen 2026-2031 betreft;
Overwegende dat ter zitting de Open Vld-fractie volgend amendement aan de gemeenteraad voorlegt voor de stemming over het agendapunt 'Belasting op masten en pylonen 2026-2031';
Overwegende dit amendement de wijziging van de oorspronkelijke tekst op volgende wijze voorstelt:
In artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarief, §1, de tekst te wijzigen als volgt:
Pyloon: 2.500,00 EUR per jaar
Mast: 2.500,00 EUR per jaar;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
BESLUIT: 8 stemmen ja: Karin Derua, Audrey Bogaerts, Hans Crol, Jurgen Vervaeck, Cynthia Van de Vloet, Brent Vercauter, Vally Mommens en Nele Hiers.
13 stemmen tegen: Lobke Michiels, Michel Baert, Annick DeKeyser, Bert Meulemans, Ellen Leaerts, Nick Doms, Daisy De Neef, Willy Stroobants, Patrick Pelsmaekers, Johan Neefs, Marc Usewils, Alex De Coninck en Remi Serranne.
2 onthoudingen: Ann Morissens en Wouter Decat.
art. 1
Het amendement dat volgende tekstwijziging aanbrengt aan het ontwerp van de tekst van het besluit op de 'Belasting op masten en pylonen 2026-2031' niet goed te keuren met volgende aanpassing:
In artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarief, §1, de tekst te wijzigen als volgt:
Pyloon: 2.500,00 EUR per jaar
Mast: 2.500,00 EUR per jaar.
Kris Lamberts Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Willy Stroobants Alex De Coninck Nick Doms Lobke Michiels Annick DeKeyser Patrick Pelsmaekers Johan Neefs Remi Serranne Ellen Leaerts Bert Meulemans Marc Usewils Daisy De Neef Michel Baert Cynthia Van de Vloet Nele Hiers Jurgen Vervaeck Hans Crol Karin Derua Brent Vercauter Vally Mommens Audrey Bogaerts Wouter Decat Ann Morissens aantal voorstanders: 13 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 8 Goedgekeurd
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Belasting op masten en pylonen 2026 - 2031
Juridische grond:
De Grondwet, meer bepaald 41, 162 en 170, § 4.
Het Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992 en het Invorderingswetboek van 13 april 2019.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikelen 2, 40 § 3, 41,14°, 56, § 3, 7°, 252, 285 t.e.m. 288, 300 en 326 t.e.m. 335.
Het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
De Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 aangaande het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De gecoördineerde Omzendbrief van 10 juni 2011 inzake onderrichtingen over gemeentefiscaliteit vanwege het Agentschap voor Binnenlands Bestuur.
De Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 betreffende goedkeurig van de belasting op masten en pylonen voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.
Financiële impact:
De opbrengst van deze belasting is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder de jaarbudgetrekening BP2026_2031-0/ACT-134/0020-00/73609000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN/O/0
en zijn dus noodzakelijk voor het behoud van een gezonde financiële toestand van de gemeente.
Feiten, context en argumentatie:
Het belastingreglement op masten en pylonen, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2019, voor de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2025, vervalt op 31 december 2025. De gemeente wenst deze belasting te hernieuwen en integraal te vervangen door dit belastingreglement op masten en pylonen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
De financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven rechtvaardigt en vereist de invoering van alle rendabele belastingen.
Masten en pylonen belasten bovendien de beperkte nog resterende open ruimte en worden door hun hoogte en specifieke karakter ervaren als landschapsverstorend en hinderlijk door zowel de bewoners als de bezoekers van de gemeente.
Bovendien heeft de aanwezigheid van masten en pylonen een substantiële negatieve invloed op de aantrekkingskracht van de gemeente, zowel als landelijke woonomgeving en als toeristische bestemming.
Hetisdanookbillijkomeenspecifiekebijdrageplichttenlastevandeeigenaarsvanmastenenpylonen opteleggen.Geletophetfeitdatdeaanwezigheidvaneenmastofpyloonaanzienlijkeimpactheeftop de publieke ruimte en infrastructuur en dat zowel de eigenaar(s) van de mast of pyloon, de eigenaar(s) van de grond waarop deze werden opgericht, als de uitbater(s) ervan allen in zekere mate economisch voordeel halen uit de aanwezigheid en het gebruik van deze installaties, en om een efficiënte belastinginningendegelijkheidtussenbelastingschuldigentewaarborgen,ishetaangewezenomdeze partijen hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor de betaling van de belasting.
Erwordtgeopteerdomdemastenenpylonenmeteenhoogtevanminimaal18,5 metertebelastengezien ze vanaf deze hoogte als landschapsverstorend worden ervaren.
Talrijke Vlaamse steden en gemeenten hebben dergelijke belasting ingevoerd met tarieven tot 5.000,00 euro per mast of pyloon per jaar.
Het is billijk om het bedrag van de belasting te laten afhangen van de mate waarin de mast of de pyloon bijdraagt tot de landschapsverstoring, de visuele hinder en vervuiling en het doorbreken van de vrije open ruimte.
Daarbij worden de volgende principes gehanteerd:
● Een individuele op zichzelf staande pyloon met een hoogte van minstens 18,5 meter boven het maaiveld wordt als meer landschapsverstorend en visueel vervuilend beschouwd dan een mast die geplaatst wordt op of tegen een bestaande constructie en zich situerend op een hoogte van minstens 18,5 meter te meten vanaf het maaiveld, wat een hoger belastingtarief voor pylonen rechtvaardigt. Eentariefvan5.000,-europerpyloonperjaar en 2.500,- euro per mast per jaarwordtalsredelijkbeschouwdgeletopdeenorme negatieveimpactvandergelijkeconstructiesopéénvandebelangrijkstetroevenvandegemeente,met name het landschap.
● In geval zich meerdere masten van eenzelfde eigenaar bevinden op eenzelfde bestaande constructie, worden deze gezamenlijk als één mast van de betreffende eigenaar beschouwd, om overbelasting ten aanzien van eenzelfde belastingplichtige te vermijden op eenzelfde activiteit vanuit eenzelfde locatie.
● In geval zich één of meerdere masten bevinden op een bestaande pyloon, het reeds grote landschapsverstorende en visueel vervuilende karakter van de betreffende pyloon door de aanwezigheid van deze masten niet bijkomend wordt verzwaard. De betreffende masten vormen immers als het ware een onderdeel van de pyloon. In concreto impliceert voorliggend principe dat masten die geplaatst werden op of tegen een bestaande pyloon niet apart of supplementair worden belast.
Onderartikel5vanhetreglementzijneenaantalvrijstellingen opgenomen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit raadt aan om een belastingvermindering of vrijstelling voor constructies voor het produceren van groene stroom op te nemen.
De Raad van State heeft geoordeeld dat differentiaties ter aanmoediging van de productie van groene stroom een objectief en redelijk criterium uitmaken die het landschapsverstorende karakter van demastenenpylonencompenseren(RvS14januari2014,nr.226.034enRvS16juni2015,nr.231.593).
Er wordt ook voorzien in een vrijstelling voor verlichtingsmasten en -pylonen, gelet op de maatschappelijke bijdrage die deze verlichtingsmasten en -pylonen leveren in het kader van de bevorderingvandeopenbareveiligheid,hetgeenopvoldoendewijzehetlandschapsverstorendekarakter ervan compenseert. Bovendien ervaart de bevolking minder problemen met de aanwezigheid van dergelijke verlichtingsmasten of -pylonen, nu deze veeleer als van nature thuis horen in het bestaande landschap. Verder heerst er voor deze constructies geen gevoel van het bestaan van een gezondheidsrisico onder de bevolking.
Voor masten en pylonen die eigendom zijn van of gebruikt worden door de gemeente, OCMW of het AGB wordt ook in een vrijstelling voorzien.
Er wordt ook in een vrijstelling voorzien voor masten en pylonen die gebruikt worden voor openbare hulpverlenings-enveiligheidsdienstendieprimaireoverheidstakenuitvoeren.VolgensdeRaadvanState zijn vrijstellingen voor deze constructies die primaire overheidstaken uitoefenen objectief en redelijk verantwoord (RvS 16 juni 2015, nr. 231.593).
Het bestuur wenst tenslotte masten en pylonen voor louter recreatief gebruik vrij te stellen gezien het niet-bedrijfsmatigoogmerkenkaraktervandeconstructieswaarbijhobbyenamateurmetbetrekkingtot het gebruik van de mast of pyloon centraal staan en de constructie niet voor lucratieve doeleinden is bestemd. Deze constructies voor recreatief gebruik zijn duidelijk te onderscheiden van de constructies vananderecommerciëleondernemingengeziendeafwezigheidvaneenbedrijfsmatigaspect,waardoor debijdragecapaciteitvaneigenarenvanconstructiesbestemdvoorhobbyenamateurnietvergelijkbaar is met die van andere, commerciële ondernemingen. Onder masten en pylonen die louter recreatief gebruikt worden zijn onder meer begrepen: masten en pylonen die gebruikt worden in het kader van sportbeoefening, masten en pylonen met een religieuze functie en masten en pylonen die gebruikt worden voor lokale radiozenders en amateurs zodat hiervoor niet meer in een afzonderlijke vrijstellingsgrond moet voorzien worden. Lokale radiozenders en amateurs hebben bovendien een belangrijke maatschappelijke en informatieve functie voor de plaatselijke bevolking.
Hetbestuurisvanoordeeldathetfinancieelvoordeelenlandschapsverstorendkaraktervanvoormelde vrijgestelde masten en pylonen voldoende wordt gecompenseerd door het maatschappelijk belang (belangrijke maatschappelijke, sociale en/of informatieve functie) zodat hiervoor vrijstelling kan worden verleend. Bovendien worden dergelijke constructies door de bevolking minder als storend ervaren en heerst er geen perceptie van het bestaan van een gezondheidsrisico.
Inzake de belastingverhoging (artikel 10 van het reglement) wordt ervoor gekozen om met een progressieveschaaltewerkengelet op het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel.
BESLUIT: 13 stemmen ja: Lobke Michiels, Michel Baert, Annick DeKeyser, Bert Meulemans, Ellen Leaerts, Nick Doms, Daisy De Neef, Willy Stroobants, Patrick Pelsmaekers, Johan Neefs, Marc Usewils, Alex De Coninck en Remi Serranne.
8 stemmen tegen: Karin Derua, Audrey Bogaerts, Hans Crol, Jurgen Vervaeck, Cynthia Van de Vloet, Brent Vercauter, Vally Mommens en Nele Hiers.
2 onthoudingen: Ann Morissens en Wouter Decat.
art. 1
Gelet op de ter zitting ingediende en na stemming verworpen amendementen ingediend door de Open Vld-fractie die de wijziging van de oorspronkelijk tekst op volgende wijze voorstelt:
● In artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarief, §1, de tekst te wijzigen als volgt: Pyloon: 2.500,00 EUR per jaar Mast: 2.500,00 EUR per jaar.
● In artikel 5 - vrijstellingen, de volgende tekst te schrappen: 'masten of pylonen die eigendom zijn van of gebruikt worden door de gemeente of OCMW of het AGB'.
Het reglement belasting op masten en pylonen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 als volgt vast te stellen:
Artikel 1 - Heffingstermijn en belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op masten en pylonen die zich op 1 januari van het aanslagjaar in open lucht op het grondgebied van de gemeente Boortmeerbeek bevinden en zichtbaar zijn vanaf de openbare weg.
Artikel 2 - Definities
Voor toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
● ‘mast’: een vaststaande verticale structuur die op een dak of andere bestaande constructie is geplaatst en waarbij de hoogte van de constructie en mast samen minstens 18,5 meter, te meten vanaf het maaiveld, bedraagt.
● ‘pyloon’: een individuele en op zichzelf staande verticale constructie, met uitsluiting van gebouwen, opgericht op het niveau van het maaiveld en met een hoogte van minstens 18,5 meter, te meten vanaf het maaiveld
Artikel 3 - Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de mast of pyloon op 1 januari van het aanslagjaar. Indien er meerdere eigenaars zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.
§2. De eigenaars van de grond waarop de mast of pyloon werd opgericht en de uitbaters van de mast of pyloon, zijn allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.
Artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarief
§1. Het bedrag van de belasting per mast of pyloon wordt vastgesteld als volgt:
● Pyloon: 5.000,00 EUR per jaar
● Mast: 2.500,00 EUR per jaar
§2. In geval zich meerdere masten van eenzelfde eigenaar op of tegen eenzelfde bestaande constructie bevinden, worden deze als één mast beschouwd. In geval zich één of meerdere masten op of tegen een bestaande pyloon bevinden, worden deze als onderdeel van de pyloon beschouwd.
§ 3. De belasting is jaarlijks en ondeelbaar verschuldigd. Er wordt geen vermindering of terugbetaling van de belasting toegestaan als de mast of pyloon in de loop van het aanslagjaar wordt weggenomen.
Artikel 5 - Vrijstellingen
Worden vrijgesteld van deze belasting:
● masten of pylonen die worden gebruikt voor de productie van windenergie of andere vormen van groene stroom;
● masten of pylonen die dienstig zijn voor de verlichting ten behoeve van de veiligheid;
● masten of pylonen die eigendom zijn van of gebruikt worden door de gemeente of OCMW of het AGB;
● masten of pylonen die gebruikt worden voor openbare hulpverlenings- en veiligheidsdiensten die primaire overheidstaken uitvoeren;
● masten of pylonen die gebruikt worden voor louter recreatief gebruik.
Artikel 6 - Aangifteplicht
§1 Elke belastingplichtige is verplicht uiterlijk op 1 juli van het aanslagjaar bij het gemeentebestuur een aangifte te doen van het aantal masten en pylonen op het grondgebied van de gemeente op een door het gemeentebestuur ter beschikking gesteld aangifteformulier. Hij kan een aangifteformulier bekomen op eenvoudig verzoek bij de administratie of via de website van de gemeente. De aangifte kan ook digitaal gebeuren via het online formulier op de gemeentelijke website.
Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag. De aangifte bevat alle noodzakelijke inlichtingen voor het vestigen van een aanslag.
§2. Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier heeft gekregen, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen bij het gemeentebestuur of downloaden van de gemeentelijke website. Het niet spontaan verkrijgen van een aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van zijn aangifteplicht noch van de belasting.
§3.Deaangiftemoetwordeningediendopvolgendadres:gemeentebestuur, t.a.v. de financiële dienst – Pastorijstraat 2 te 3190 Boortmeerbeek ofviaelektronischeweg,meerbepaaldpere-mailnaar fd@boortmeerbeek.be. De aangifte kan ook digitaal gebeuren via het online formulier op de gemeentelijke website.
Als aangiftedatum geldt de postdatum of bij afgifte, de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Ingeval van verzending via e-mail of via het online formulier op de gemeentelijke website geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.
Artikel 7 - Meldingen
De belastingplichtige moet elke wijziging van de belastbare toestand binnen de maand na de wijziging, op eigen initiatief, melden aan het gemeentebestuur - financiële dienst op volgend Pastorijstraat 2 te 3190 Boortmeerbeek, of via het e-mailadres fd@boortmeerbeek.be of digitaal via de gemeentelijke website.
Artikel 8 - Controle en onderzoek
Het gemeentebestuur controleert de oprechtheid van de aangiften. De belastingplichtigen zijn verplicht deze controle te vergemakkelijken. De gemeente mag de waarachtigheid van de onderschreven aangiften nagaan met al de middelen waarover zij beschikt. Daartoe aangestelde personeelsleden zijn bevoegd elke inbreuk op het huidig reglement vast te stellen en moeten daarvoor toegang krijgen tot alle plaatsen waar de belastbare feiten plaats hebben.
Artikel 9 - Inkohiering
De belasting wordt gevestigd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen.
Artikel 10 - Betalingstermijn
De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 11 - Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen per Pastorijstraat 2 te 3190 Boortmeerbeek.be of via elektronische weg per e-mail fd@boortmeerbeek.be worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.
De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Artikel 12 - Bekendmaking, inwerkingintreding en bestuurlijk toezicht
Het belastingreglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur.
Dit besluit vervangt het besluit van de gemeenteraad van 16 december 2019 op masten en pylonen en treedt in werking op 1 januari 2026.
De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.
Kris Lamberts Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Patrick Pelsmaekers Karin Derua Bert Meulemans Michel Baert Alex De Coninck Annick DeKeyser Remi Serranne Lobke Michiels Wouter Decat Marc Usewils Nick Doms Jurgen Vervaeck Johan Neefs Ellen Leaerts Willy Stroobants Ann Morissens Daisy De Neef Audrey Bogaerts Cynthia Van de Vloet Vally Mommens Brent Vercauter Hans Crol Nele Hiers aantal voorstanders: 18 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 5 Goedgekeurd
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Belasting op ontgravingen 2026 - 2031
Juridische grond:
Grondwet, meer bepaald artikelen 41, 162 en 170, § 4.
Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992 en het Invorderingswetboek van 13 april 2019.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen.
Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 2, 40 § 3, 41,14°, 56, § 3, 7°, 252, 285 t.e.m. 288, 300 en 326 t.e.m. 335.
Decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging.
Besluit van 14 mei 2004 van de Vlaamse regering tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria, en latere wijzigingen.
Omzendbrief van de Vlaamse Regering betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
Omzendbrief BB 2006/03 van 10 maart 2006 betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en uitvoeringsbesluiten.
Het besluit van de gemeenteraad van 16 december 2019 op ontgravingen voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.
Motivering:
Het belastingreglement op ontgravingen zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2019 voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025, vervalt op 31 december 2025. De gemeente wenst dit reglement te hernieuwen en integraal te vervangen door dit belastingreglement op ontgravingen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Het gemeentebestuur wenst particuliere ontgravingen niet te verbieden, maar wenst deze omwille van hygiënische redenen te beperken.
De tarieven die in dit belastingreglement zijn opgenomen hebben enkel betrekking op facultatieve bijkomende dienstverleningen die geen afbreuk doen aan de uitvoering van de wettelijke voorziene en kosteloze opdracht van algemene lijkbezorgingen en het gelijkheidsbeginsel.
De gemeente is genoodzaakt om deze belasting te heffen omwille van haar financiële toestand en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
BESLUIT: 18 stemmen ja: Lobke Michiels, Michel Baert, Annick DeKeyser, Bert Meulemans, Ellen Leaerts, Nick Doms, Daisy De Neef, Karin Derua, Audrey Bogaerts, Ann Morissens, Willy Stroobants, Patrick Pelsmaekers, Johan Neefs, Marc Usewils, Alex De Coninck, Remi Serranne, Wouter Decat en Jurgen Vervaeck.
5 stemmen tegen: Hans Crol, Cynthia Van de Vloet, Brent Vercauter, Vally Mommens en Nele Hiers.
art. 1
Het reglement belasting op ontgravingen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 als volgt vast te stellen:
Artikel 1 - Heffingstermijn en belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt door de gemeente Boortmeerbeek een gemeentebelasting gevestigd op het ontgraven op de gemeentelijke begraafplaats.
Artikel 2 - Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt onder ‘ontgraving’ verstaan: elke handeling die noodzakelijk is om het verwijderen of het herplaatsen van een stoffelijk overschot materieel mogelijk te maken.
Artikel 3 - Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die de ontgraving aanvraagt. De belasting is verschuldigd op het ogenblik van de aanvraag door de persoon die de ontgraving heeft aangevraagd.
Artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarief
Debelastingwordtvastgesteldop1.000,00EURperontgraving.
Artikel 5 - Vrijstellingen
De belasting is niet verschuldigd voor:
● ontgravingen die worden uitgevoerd op bevel van de rechterlijke overheid;
● ontgravingen die plaatsvinden naar aanleiding van een bestemmingswijziging van de gemeentelijke begraafplaats;
● ontgravingen die noodzakelijk zijn in het kader van infrastructuurwerken op de gemeentelijke begraafplaats;
● ontgravingen van voor het vaderland gevallen militairen en burgers;
● ontgravingen die noodzakelijk zijn voor het overbrengen van stoffelijke overschotten die begraven zijn op een in concessie gegeven begraafplaats, van het oude naar het nieuwe kerkhof.
Artikel 6 - Wijze van inning
De belasting wordt geïnd na betalingsverzoek via factuur.
Een ontgraving kan niet worden uitgevoerd zonder de betaling van deze belasting.
De belasting moet door de belastingplichtige zonder uitstel betaald worden tegen afgifte van een kwijting.
Als de contante inning niet zonder uitstel kan worden uitgevoerd, dan wordt de belasting ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7 - Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag of de datum van de inning van de contantbelasting.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen Pastorijstraat 2 te 3190 Boortmeerbeek of via elektronische weg per e-mail fd@boortmeerbeek.be worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.
De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Artikel 8 - Bekendmaking, inwerkingtreding en bestuurlijk toezicht
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286, 287 en 288 Decreet Lokaal Bestuur.
Dit besluit vervangt het besluit van de gemeenteraad van 16 december 2019 betreffende het belastingreglement op ontgravingen voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 en treedt in werking op 1 januari 2026.
De toezichthoudende overheid zal op de hoogte gebracht worden van de bekendmaking van het reglement overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.
Kris Lamberts Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Daisy De Neef Ann Morissens Willy Stroobants Bert Meulemans Ellen Leaerts Michel Baert Johan Neefs Lobke Michiels Remi Serranne Nick Doms Alex De Coninck Marc Usewils Wouter Decat Patrick Pelsmaekers Annick DeKeyser Brent Vercauter Nele Hiers Audrey Bogaerts Jurgen Vervaeck Vally Mommens Cynthia Van de Vloet Karin Derua Hans Crol aantal voorstanders: 15 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 8 Goedgekeurd
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Belasting op tweede verblijven 2026 - 2031
Juridische grond:
Gelet op de Grondwet, meer bepaald de artikelen 41, 162 en 170 § 4, waarin o.a. wordt bepaald dat geen last of belasting door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente kan worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.
GeletophetWetboekvandeInkomstenbelastingenenzijnuitvoeringsbesluiten.
Gelet het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, de artikelen 2, 40 § 3, 41,14°, 56, § 3, 7°, 252, 285 t.e.m. 288, 300 en 326 t.e.m. 335 en latere wijzigingen waarin o.a. bepaald wordt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt, waaronder de gemeentelijke belasting- en retributiereglementen.
GeletophetDecreetvan30mei2008betreffendedevestiging,deinvorderingendegeschillen- procedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
De Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 aangaande het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering,Wonen,GelijkeKansenenArmoedebestrijdingvan15februari2019betreffendede gemeentefiscaliteit.
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 houdende de belasting op tweede verblijven.
Financiële impact:
De ontvangsten zijn ingeschreven in het meerjarenplan 2026-2031 onder jaarbudgetrekening BP2026_2031-0/ACT-134/0020-00/73770000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN/O/0
en is dus noodzakelijk voor het behoud van een gezonde financiële toestand van de gemeente.
Motivering:
Het belastingreglement op tweede verblijven, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2019 voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025, vervalt op 31 december 2025. De gemeente wenst de belasting op tweede verblijven te hernieuwen en integraal te vervangen door dit belastingreglement op tweede verblijven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Het voorgaande belastingreglement werd geëvalueerd en bijgesteld om het zo correct mogelijk te kunnen toepassen.
De gemeenteraad acht het noodzakelijk om een geldelijke bijdrage te vragen in de financiering van de gemeentelijke uitgaven lastens de eigenaars van woningen die niet als hoofdverblijfplaats worden aangewend.
De gemeente levert belangrijke financiële inspanningen om kwaliteitsvolle dienstverlening aan te bieden en om het openbaar domein en de gemeentelijke infrastructuur te onderhouden. Dit heeft een weerslag op het gemeentelijk budget.
Iedereen die op het grondgebied van de gemeente woont of verblijft, maar geen bijdrage levert in de financiering van de gemeentelijke uitgaven via de aanvullende gemeentebelasting, moet enigszins geldelijk bijdragen in de financiering van de gemeentelijke uitgaven. Deze belasting geldt dan ook als compensatie voor de derving van inkomsten op het vlak van de aanvullende personenbelasting.
De gemeenteraad acht het toegepaste tarief per tweede verblijf gematigd en billijk voor de duur van het belastingreglement.
De gemeente is genoodzaakt om belastingen te heffen omwille van haar financiële toestand en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
De vrijstellingen van de belasting die in dit reglement zijn opgenomen sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
Gelet op de gevoerde bespreking;
BESLUIT: 15 stemmen ja: Lobke Michiels, Michel Baert, Annick DeKeyser, Bert Meulemans, Ellen Leaerts, Nick Doms, Daisy De Neef, Ann Morissens, Willy Stroobants, Patrick Pelsmaekers, Johan Neefs, Marc Usewils, Alex De Coninck, Remi Serranne en Wouter Decat.
8 stemmen tegen: Karin Derua, Audrey Bogaerts, Hans Crol, Jurgen Vervaeck, Cynthia Van de Vloet, Brent Vercauter, Vally Mommens en Nele Hiers.
art. 1
Het reglement belasting op tweede verblijven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 als volgt vast te stellen:
Artikel 1 - Heffingstermijn en belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting gevestigd op tweede verblijven op het grondgebied van de gemeente Boortmeerbeek.
Artikel 2 - Definities
Als tweede verblijf wordt beschouwd elke private woongelegenheid die niet het hoofdverblijf is van de eigenaar, de huurder of de gebruiker ervan maar die op elk moment door hen kan worden bewoond en waarvoor niemand is ingeschreven in de bevolkingsregisters of het vreemdelingenregister van de gemeente Boortmeerbeek op 1 januari van het aanslagjaar.
De hoedanigheid van het tweede verblijf wordt beoordeeld op 1 januari van het aanslagjaar. Ten aanzien van de gebruiker van het tweede verblijf wordt geen rekening gehouden met verdere onderverhuring, tijdelijke verhuring of gratis gebruiksverlening van het woonverblijf.
De mogelijkheid tot onmiddellijke bewoning blijkt uit de feiten. Aanwezigheid van voldoende meubilair, eet- en slaapmogelijkheid, sanitaire voorzieningen en recente facturen van elektriciteit en water kunnen hier indicaties zijn.
Tweede verblijven zijn landhuizen, bungalows, kleine of grote weekendhuizen of buitengoederen, appartementen, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger.
Lokalen die uitsluitend bestemd zijn om een beroepsactiviteit uit te oefenen, garages, tenten en motorhomes worden niet als tweede verblijf beschouwd.
Als tweede verblijven wordt niet beschouwd:
● de lokalen die vergund zijn voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit- of verenigingsactiviteit;
● de verplaatsbare caravans, tenzij ze tenminste zes maanden van het aanslagjaar opgesteld blijven om als woongelegenheid aangewend te worden.
Een verblijf dat tegelijk als woongelegenheid en voor de uitoefening van een beroepsactiviteit wordt gebruik of vergund is, wordt eveneens als tweede verblijf beschouwd.
Artikel 3 - Belastingplichtige en belastbaar tijdstip
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf.
Zijn belastingplicht geldt ook wanneer het tweede verblijf verhuurd wordt, door een derde feitelijk gebruikt wordt of tijdelijk niet gebruikt wordt.
Zijn belastingplicht geldt ongeacht het feit of hij al dan niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente.
In geval van vruchtgebruik, recht van opstal of recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door de vruchtgebruiker, de opstalhouder of erfpachthouder. De eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
In geval van mede-eigendom is iedere mede-eigenaar belastingplichtig voor zijn deel. Elke mede-eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
In geval van multi-eigendom, is iedere multi-eigenaar belastingplichtig volgens zijn toegewezen deel. Elke multi-eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
In geval van eigendomsoverdracht van het onroerend goed zal de belasting verschuldigd zijn door de nieuwe eigenaar met ingang van 1 januari die volgt op de datum waarop de overdracht van het onroerend goed heeft plaatsgehad.
Artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarief
§1 De belasting is ondeelbaar en voor het ganse aanslagjaar verschuldigd door de belastingplichtige op 1 januari van het aanslagjaar.
§2 Debelastingwordtvastgesteldop500,00EURpertweedeverblijfperjaar.
Artikel 5 - Aangifteplicht
§1. Elke belastingplichtige moet jaarlijks ten laatste op 31 januari van het aanslagjaar een
aangifte indienen bij het gemeentebestuur Boortmeerbeek - financiële dienst – Pastorijstraat 2
te 3190 Boortmeerbeek - op een door het gemeentebestuur voorgeschreven aangifteformulier.
§2. Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op
eenvoudig verzoek bekomen bij het gemeentebestuur of downloaden van de gemeentelijke
website. Het niet spontaan verkrijgen van een aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige
niet van de belasting.
§3. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het
ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een
wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
§4. De aangifte kan via elektronische weg worden ingediend, meer bepaald per e-mail naar
fd@boortmeerbeek.be. In dat geval geldt de datum van de elektronische verzending als datum
van indiening van de aangifte.
Artikel 6 - Meldingen
In geval van eigendomsoverdracht van het onroerend goed in de loop van het jaar moet de nieuwe eigenaar aangifte hiervan doen binnen de maand bij het gemeentebestuur Boortmeerbeek- financiële dienst op volgend adres Pastorijstraat 2 te 3190 Boortmeerbeek of via het mailadres fd@boortmeerbeek.be.
Artikel 7 - Controle en onderzoek
Het gemeentebestuur controleert de oprechtheid van de aangiften. De belastingplichtigen zijn verplicht deze controle te vergemakkelijken. De gemeente mag de waarachtigheid van de onderschreven aangiften nagaan met al de middelen waarover zij beschikt. Daartoe aangestelde personeelsleden zijn bevoegd elke inbreuk op het huidig reglement vast te stellen en moeten daarvoor toegang krijgen tot alle plaatsen waar de belastbare feiten plaats hebben. De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
Artikel 8 - Ambtshalve belasting
§1. Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan vanwege de belastingplichtige op de aangiftedatum vermeld in artikel 6, kan de belasting ambtshalve gevestigd worden overeenkomstig artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen.
§2. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 100%.
Het bedrag van deze belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Artikel 9 - Inkohiering
De belasting wordt gevestigd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen.
Artikel 10 - Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen de 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 11 - Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag en een belastingverhoging een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen per post Pastorijstraat 2 te 3190 Boortmeerbeek of via elektronische weg er e-mail fd@boortmeerbeek.be worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.
De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Artikel 12 - Bekendmaking, inwerkingintreding en bestuurlijk toezicht
Het belastingreglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur.
Dit besluit vervangt het besluit van de gemeenteraad van 16 december 2019 houdende de belasting op tweede verblijven en treedt in werking op 1 januari 2026.
De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.
Kris Lamberts Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Ellen Leaerts Daisy De Neef Willy Stroobants Patrick Pelsmaekers Remi Serranne Annick DeKeyser Marc Usewils Wouter Decat Bert Meulemans Alex De Coninck Lobke Michiels Johan Neefs Nick Doms Michel Baert Ann Morissens Jurgen Vervaeck Audrey Bogaerts Karin Derua Cynthia Van de Vloet Vally Mommens Brent Vercauter Hans Crol Nele Hiers aantal voorstanders: 15 , aantal onthouders: 5 , aantal tegenstanders: 3 Goedgekeurd
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Belasting op vergunning bestemd voor exploiteren van diensten voor verhuren van voertuigen met bestuurder 2026 - 2031
Juridische grond:
Geletop de Grondwet, meer bepaald deartikelen 41, 162 en170§4, waarin o.a.bepaaldwordtdatgeenlastofbelastingdoorde agglomeratie,de federatievan gemeentenen de gemeentekanwordeningevoerd dan dooreen beslissing van hun raad.
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40 § 3, 41,14°, 56, § 3, 7°, 252, 285 t.e.m. 288 en 326 t.e.m. 335 en haar latere wijzigingen, waarin o.a.bepaaldwordtdatdegemeenteraaddegemeentelijkereglementenvaststelt,waaronderde gemeentelijke belasting- en retributiereglementen.
Geletophetdecreetvan30mei2008betreffendedevestiging,deinvorderingendegeschillen- procedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Gelet op het Decreet van 20 april 2001, betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg en tot oprichting van de mobiliteitsraad van Vlaanderen, gewijzigd door het decreet van 13 februari 2004, door het decreet van 8 mei 2009 en door het decreet van 4 april 2014.
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
Het Besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2003, betreffende de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder.
Gelet op de Omzendbrief BB 2008/7 van 18 juli 2008 aangaande het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering,Wonen,GelijkeKansenenArmoedebestrijdingvan15februari2019betreffendede gemeentefiscaliteit.
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 betreffende het belastingreglement op de vergunning bestemd voor het exploiteren van diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder.
Financiële impact:
De ontvangsten zijn ingeschreven in het meerjarenplan 2026-2031 onder jaarbudgetrekening BP2026_2031-0/ACT-134/0020-00/73415000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN/O/0 en is dus noodzakelijk voor het behoud van een gezonde financiële toestand van de gemeente.
Motivering:
De belasting op op de vergunning bestemd voor het exploiteren van diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 16 december 2019, vervalt op 31 december 2025. De belasting op de vergunning bestemd voor het exploiteren van diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder moet worden hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031.
De gemeente streeft een algemene en evenwichtige spreiding van de belastingdruk na over alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente.
Het is gerechtvaardigd om een billijke financiële tussenkomst te vragen van al wie, al dan niet gevraagd, een beroep doet op de dienstverlening van de gemeente.
De aanwezigheid en exploitatie van diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder vergen een verhoogde inzet van gemeentelijke middelen, onder meer voor het toezicht op de naleving van de regelgeving, de controle op standplaatsen, verkeersveiligheid en de handhaving van de openbare orde.
De belasting op diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder, draagt bij tot een ordelijke organisatie van het lokaal mobiliteitsbeleid, bevordert een kwaliteitsvolle dienstverlening en verzekert eerlijke concurrentie tussen exploitanten op het gemeentelijk grondgebied.
Gelet op het feit dat verhuurdiensten met bestuurder een impact hebben op de parkeerdruk, de verkeerscirculatie en de leefbaarheid in bepaalde delen van de gemeente, is het billijk dat deze sectoren bijdragen in de kosten die hierdoor voor de gemeente ontstaan.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
BESLUIT: 15 stemmen ja: Lobke Michiels, Michel Baert, Annick DeKeyser, Bert Meulemans, Ellen Leaerts, Nick Doms, Daisy De Neef, Ann Morissens, Willy Stroobants, Patrick Pelsmaekers, Johan Neefs, Marc Usewils, Alex De Coninck, Remi Serranne en Wouter Decat.
3 stemmen tegen: Karin Derua, Audrey Bogaerts en Jurgen Vervaeck.
5 onthoudingen: Hans Crol, Cynthia Van de Vloet, Brent Vercauter, Vally Mommens en Nele Hiers.
art. 1
Het reglement belasting op vergunning bestemd voor exploiteren van diensten voor verhuren van voertuigen met bestuurder voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 als volgt vast te stellen:
Artikel 1 - Heffingstermijn en belastbaar feit
§1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting gevestigd op de vergunning of de hernieuwing van de vergunning bestemd voor het exploiteren van een dienst voor het verhuren van voertuigen met bestuurder.
Artikel 2 - Definities
De definities opgenomen in het Decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg en het Besluit van 18 juli 2003 van de Vlaamse regering betreffende de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder zijn van toepassing op dit reglement.
Artikel 3 - Belastingplichtige
Debelastingisverschuldigddoordenatuurlijkeofrechtspersoondiehouderisvandevergunning voor het exploiteren van een dienst voor het verhuren van voertuigen met bestuurder.
Artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarieven
§1. Hetbedragvandebelastingwordtvastgesteldop 250,00 EUR per jaar per vergund voertuig.
§2 Volgens artikel 49 §5 van het decreet van 20/04/2001 worden deze bedragen aangepast volgens de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december van het jaar voorafgaand aan het belastingjaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2000.
§3 De belasting is ondeelbaar ten laste van de houder van de vergunning vermeld op 1 januari van het aanslagjaar of op het moment van de afgifte van de vergunning. Ze is aldus verschuldigd voor het hele jaar, onafhankelijk van het moment waarop de vergunning werd afgegeven.
De vermindering van het aantal voertuigen geeft geen aanleiding tot een belastingteruggave. Dit geldt eveneens voor de opschorting of de intrekking van een vergunning of het buiten werking stellen van één of meer voertuigen voor welke reden dan ook.
Artikel 5 - Aangifteplicht
§1. Elke belastingplichtige moet jaarlijks uiterlijk op 30 september van het aanslagjaar per inrichting een afzonderlijke aangifte indienen bij het gemeentebestuur Boortmeerbeek – financiële dienst – Pastorijstraat 2 te 3190 Boortmeerbeek, op een aangifteformulier dat het gemeentebestuur ter beschikking stelt.
§2. Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen bij het gemeentebestuur of downloaden van de gemeentelijke website. Het niet spontaan verkrijgen van een aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van de belasting.
§3. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
§4. De aangifte kan via elektronische weg worden ingediend, meer bepaald per e-mail naar fd@boortmeerbeek.be. In dat geval geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.
Artikel 6 - Meldingen
De belastingplichtige moet elke wijziging, aanvang of stopzetting van een economische activiteit binnen de 10 dagen, uit eigen beweging, melden aan het gemeentebestuur Boortmeerbeek - financiële dienst op volgend adres Pastorijstraat 2 te 3190 Boortmeerbeek of via het mailadres fd@boortmeerbeek.be
Artikel 7 - Controle en onderzoek
Het gemeentebestuur controleert de oprechtheid van de aangiften. De belastingplichtigen zijn verplicht deze controle te vergemakkelijken. De gemeente mag de waarachtigheid van de onderschreven aangiften nagaan met al de middelen waarover zij beschikt. Daartoe aangestelde personeelsleden zijn bevoegd elke inbreuk op het huidig reglement vast te stellen en moeten daarvoor toegang krijgen tot alle plaatsen waar de belastbare feiten plaats hebben.
Artikel 8 - Inkohiering
De belasting wordt gevestigd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen.
Artikel 9 - Betalingstermijn
De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10 - Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen per post Pastorijstraat 2 te 3190 Boortmeerbeek of via elektronische weg per e-mail fd@boortmeerbeek.be worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.
De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Artikel 11 - Bekendmaking en inwerkingtreding
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286, 287 en 288 Decreet Lokaal Bestuur.
De toezichthoudende overheid zal op de hoogte gebracht worden van de bekendmaking van het reglement overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.
Dit besluit vervangt het besluit van de gemeenteraad van 16 december 2019 betreffende het belastingreglement op diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder en treedt in werking op 1 januari 2026.
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Amendement - Open Vld-fractie bij punt 'Belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde drukwerken 2026-2031'
Overwegende dat punt 15 op de agenda van de gemeenteraad de bespreking van de Belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde drukwerken 2026-2031 betreft;
Overwegende dat ter zitting de Open Vld-fractie volgend amendement aan de gemeenteraad voorlegt voor de stemming over het agendapunt 'Belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde drukwerken 2026-2031';
Overwegende dit amendement de wijziging van de oorspronkelijke tekst op volgende wijze voorstelt:
In artikel 6 - Vrijstellingen
Schrappen van de zin: 'voor zover het drukwerk of de gelijkgestelde producten verspreid worden in de sperperiode voor het voeren van politieke propaganda';
De tekst zal dan als volgt worden voorgelegd:
In artikel 6 - Vrijstellingen
Vrijstelling van de belasting wordt verleend als:
1° de opdracht tot drukken of produceren uitgaat van een politieke partij die een lijst indiende voor de Europese, Federale, gewestelijke, provinciale of gemeentelijke verkiezingen of van een kandidaat op die lijst;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
BESLUIT: eenparig.
art. 1
Het amendement dat volgende tekstwijziging aanbrengt aan het ontwerp van de tekst van het besluit op de 'Belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde drukwerken 2026-2031' betreft goed te keuren met volgende aanpassing:
In artikel 6 - Vrijstellingen
Schrappen van de zin: 'voor zover het drukwerk of de gelijkgestelde producten verspreid worden in de sperperiode voor het voeren van politieke propaganda';
De tekst zal als volgt worden voorgelegd:
In artikel 6 - Vrijstellingen
Vrijstelling van de belasting wordt verleend als:
1° de opdracht tot drukken of produceren uitgaat van een politieke partij die een lijst indiende voor de Europese, Federale, gewestelijke, provinciale of gemeentelijke verkiezingen of van een kandidaat op die lijst;
Kris Lamberts Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Karin Derua Johan Neefs Jurgen Vervaeck Lobke Michiels Wouter Decat Ann Morissens Patrick Pelsmaekers Bert Meulemans Nick Doms Willy Stroobants Michel Baert Alex De Coninck Daisy De Neef Ellen Leaerts Marc Usewils Audrey Bogaerts Remi Serranne Annick DeKeyser Brent Vercauter Nele Hiers Hans Crol Cynthia Van de Vloet Vally Mommens aantal voorstanders: 18 , aantal onthouders: 5 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde drukwerken 2026 - 2031
Juridische grond:
Geletop de Grondwet, meer bepaald artikelen 41, 162 en 170, §4, waarin o.a. bepaaldwordtdatgeenlastofbelastingdoorde agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente kan worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.
Gelet op de artikelen 2, 40 § 3, 41, 14°, 56, §3, 7°, 252, 285 t.e.m. 288, 300 en 326 t.e.m. 335 van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, waarin o.a.bepaaldwordtdatdegemeenteraaddegemeentelijkereglementenvaststelt,waaronderde gemeentelijke belasting- en retributiereglementen.
Geletophetdecreetvan30mei2008betreffendedevestiging,deinvorderingende geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering,Wonen,GelijkeKansenenArmoedebestrijdingvan15februari2019betreffendede gemeentefiscaliteit.
Gelet op het Wetboek van de Inkomstenbelastingen en zijn uitvoeringsbesluiten.
Gelet op het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (zgn. materialendecreet), met latere wijzigingen.
Geletophet BesluitvandeVlaamse Regeringvan17 februari2012 totvaststellingvanhetVlaams reglementbetreffendehetduurzaambeheervanmateriaalkringlopenenafvalstoffen(VLAREMA), met latere wijzigingen.
Gelet op besluit van de gemeenteraad van 27 maart 2023 tot vaststelling van het belastingreglementopverspreidingvanniet-geadresseerdedrukwerkenenvangelijkgestelde producten voor de periode van juli 2023 t.e.m. december 2025.
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Feiten, context en argumentatie:
Het belastingreglement op verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde producten loopt ten einde op 31 december 2025 en dient omwille van de financiële toestand van de gemeente te worden vernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten heeft ook een ecologische component, met name het ontmoedigen van de veelverspreiding van reclame of publiciteit en het ontmoedigen van communicatiecampagnes op papier of wegwerpmateriaal. Deze hebben immers niet alleen een negatieve impact op het grondstoffenverbruik, maar ook op de inzameling en verwerking van afval door de gemeente.
Het tarief voor het drukwerk wordt vastgesteld op 0,03 EUR.
Het drukwerk of het gelijkgesteld product voor de verkiezingen en in het kader van een volksraadpleging wordt vrijgesteld van de belasting om het democratisch discours maximale kansen te geven.
Het drukwerk of het gelijkgesteld product wordt in deze context verdeeld in het kader van het algemeen belang. Het is informatief, het heeft geen winstgevend oogmerk en het wordt beperkt in de tijd tijdens de periode van de verkiezingen of de volksraadpleging verdeeld.
Het drukwerk of het gelijkgesteld product van openbare instellingen, notarissen, door de gemeente erkende verenigingen, vormings- en onderwijsinstellingen, socioculturele en sportverenigingen, bedoeld om de inwoners te informeren over aangelegenheden van openbaar nut of hun socioculturele activiteiten, worden vrijgesteld van de belasting. Dat staat niet in de weg dat deze instellingen ook – in de eerste plaats – meer milieuvriendelijke manieren kunnen benutten om hun informatie te verspreiden.
Vermits reclamedrukwerk en vergelijkbare materialen bij het andere papierafval worden ingezameld en hierdoor de kosten voor de papierophaling toenemen, is het billijk dat de bijkomende lasten worden doorgerekend aan de verantwoordelijke uitgevers en verspreiders. De belasting draagt ertoe bij de afvalberg te verkleinen en tegelijkertijd een deel van de gemeentelijke kosten te recupereren.
Deze maatregelen zijn noodzakelijk om zowel de financiële duurzaamheid van de gemeente te waarborgen als het ecologische beleid te versterken.
Geletopdefinanciëletoestandvandegemeente;
Financiële impact:
De inkomsten van deze belastingen worden geboekt op de registratiesleutel BP2026_2031-0/ACT-134/0020-00/73424000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN/O/0.
Feiten, context en argumentatie:
Het belastingreglement op verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde producten loopt ten einde op 31 december 2025 en dient omwille van de financiële toestand van de gemeente te worden vernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten heeft ook een ecologische component, met name het ontmoedigen van de veelverspreiding van reclame of publiciteit en het ontmoedigen van communicatiecampagnes op papier of wegwerpmateriaal. Deze hebben immers niet alleen een negatieve impact op het grondstoffenverbruik, maar ook op de inzameling en verwerking van afval door de gemeente.
Het tarief voor het drukwerk wordt vastgesteld op 0,03 EUR.
Het drukwerk of het gelijkgesteld product voor de verkiezingen en in het kader van een volksraadpleging wordt vrijgesteld van de belasting om het democratisch discours maximale kansen te geven. Het drukwerk of het gelijkgesteld product wordt in deze context verdeeld in het kader van het algemeen belang. Het is informatief, het heeft geen winstgevend oogmerk en het wordt beperkt in de tijd tijdens de periode van de verkiezingen of de volksraadpleging verdeeld.
Het drukwerk of het gelijkgesteld product van openbare instellingen, notarissen, door de gemeente erkende verenigingen, vormings- en onderwijsinstellingen, socioculturele en sportverenigingen, bedoeld om de inwoners te informeren over aangelegenheden van openbaar nut of hun socioculturele activiteiten, worden vrijgesteld van de belasting. Dat staat niet in de weg dat deze instellingen ook – in de eerste plaats – meer milieuvriendelijke manieren kunnen benutten om hun informatie te verspreiden.
Vermits reclamedrukwerk en vergelijkbare materialen bij het andere papierafval worden ingezameld en hierdoor de kosten voor de papierophaling toenemen, is het billijk dat de bijkomende lasten worden doorgerekend aan de verantwoordelijke uitgevers en verspreiders. De belasting draagt ertoe bij de afvalberg te verkleinen en tegelijkertijd een deel van de gemeentelijke kosten te recupereren.
Deze maatregelen zijn noodzakelijk om zowel de financiële duurzaamheid van de gemeente te waarborgen als het ecologische beleid te versterken.
Geletopdefinanciëletoestandvandegemeente;
BESLUIT: 18 stemmen ja: Lobke Michiels, Michel Baert, Annick DeKeyser, Bert Meulemans, Ellen Leaerts, Nick Doms, Daisy De Neef, Karin Derua, Audrey Bogaerts, Ann Morissens, Willy Stroobants, Patrick Pelsmaekers, Johan Neefs, Marc Usewils, Alex De Coninck, Remi Serranne, Wouter Decat en Jurgen Vervaeck.
5 onthoudingen: Hans Crol, Cynthia Van de Vloet, Brent Vercauter, Vally Mommens en Nele Hiers.
art. 1
Gelet op het heden aangenomen en toegevoegde amendement dat ter zitting werd ingediend door de Open Vld-fractie waardoor de oorspronkelijk tekst als volgt wordt gewijzigd:
In artikel 6 - Vrijstellingen
Vrijstelling van de belasting wordt verleend als:
1° de opdracht tot drukken of produceren uitgaat van een politieke partij die een lijst indiende voor de Europese, Federale, gewestelijke, provinciale of gemeentelijke verkiezingen of van een kandidaat op die lijst;
Het reglement belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde drukwerken voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 als volgt vast te stellen:
Artikel 1 - Heffingstermijn en belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een gemeentebelasting op de verspreiding van ongeadresseerde drukwerk en van gelijkgestelde producten in brievenbussen en op de openbare weg op het grondgebied van de gemeente Boortmeerbeek geheven.
Artikel 2 - Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:
1° verspreiding: bedeling in brievenbussen en op de openbare weg door persoonlijke afgifte of via een display. De verspreiding van hetzelfde drukwerk of gelijkgestelde product over een zeker tijdsverloop, wordt als één verspreiding aangezien;
2° gelijkgestelde producten: alle stalen en andere promo-artikelen die meegenomen kunnen worden en die aanzetten om diensten, producten of transacties te doen gebruiken, verbruiken of aankopen. Voorbeelden zijn samples en bedrukte gadgets Deze opsomming is niet limitatief;
3° ongeadresseerd: het ontbreken van individuele adressering. Ook collectieve adresaanduiding of een gedeeltelijke adresvermelding wordt beschouwd als ongeadresseerd.
Artikel 3 - Belastingplichtige
Belastingplichtige is de natuurlijke of de rechtspersoon die de opdracht gaf om het drukwerk te drukken of om het gelijkgestelde product te produceren. De belastingplichtige doet aangifte van zijn belastingschuld overeenkomstig artikel 7.
Als de opdrachtgever geen aangifte gedaan heeft overeenkomstig artikel 7 en niet gekend is op basis van gegevens waarover de gemeente beschikt, bestaat er een weerlegbaar vermoeden dat de verantwoordelijke uitgever als opdrachtgever is opgetreden.
Artikel 4 - Hoofdelijkheid
De verantwoordelijke uitgever, de drukker of producent van het gelijkgestelde product en de natuurlijke of de rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product wordt verspreid, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 5 - Berekeningsgrondslag en tarief
De verschuldigde belasting wordt verkregen door vermenigvuldiging van het eenheidstarief met het aantal exemplaren.
Het eenheidstarief wordt vastgesteld op 0,03 EUR.
Artikel 6 - Vrijstellingen
Vrijstelling van de belasting wordt verleend als:
1° de opdracht tot drukken of produceren uitgaat van een politieke partij die een lijst indiende voor de Europese, Federale, gewestelijke, provinciale of gemeentelijke verkiezingen of van een kandidaat op die lijst;
2° het drukwerk kadert in een gemeentelijke volksraadpleging, voor zover het verspreid wordt aan de gerechtigde deelnemers van de volksraadpleging overeenkomstig artikel 317 van het decreet over het lokaal bestuur tot uiterlijk de dag van de volksraadpleging;
3° het drukwerk uitgaat van openbare instellingen, notarissen, erkende gemeentelijke verenigingen, vormings- en onderwijsinstellingen, socioculturele verenigingen en sportverenigingen;
4° Publicaties die maximaal vier keer per jaar worden bedeeld.
Artikel 7 - Aangifteplicht
De belastingschuldige is gehouden bij het gemeentebestuur een voorafgaande aangifte te doen ten minste drie werkdagen vóór elke verspreiding van de onder artikel 1 bedoelde reclame.
De aangifte dient alle inlichtingen te bevatten nodig voor het vestigen van de aanslag en bevat minimaal:
● Naam, adres en identificatienummer van de belastingschuldige: ondernemingsnummer en/of vestigingsnummer indien een rechtspersoon en rijksregisternummer indien een natuurlijke persoon,
● Datum van de verspreiding,
● Aantal verspreide exemplaren en de benaming van het drukwerk of van het gelijkgesteld product,
● Plaats van verspreiding ingeval van het ter beschikking stellen van drukwerken via een display of andere verdeelsysteem.
Bij gebreke aan aangifte, bij niet-tijdige of onnauwkeurige aangifte door de belastingschuldigen, wordt de aanslag van ambtswege door de gemeente gevestigd op basis van het aantal exemplaren verspreid over de 3 deelgemeenten, meer bepaald 5.900 exemplaren.
De aangifte wordt ingediend op volgend adres Pastorijstraat 2 te 3190 Boortmeerbeek via het mailadres fd@boortmeerbeek.be.
Artikel 8 - Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9 - Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10 - Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete (in voorkomend geval), een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen per post Pastorijstraat 2 te 3190 Boortmeerbeek of via elektronische weg per e-mail fd@boortmeerbeek.be worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.
De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Artikel 11 - Bekendmaking, inwerkingtreding en bestuurlijk toezicht
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286, 287 en 288 Decreet Lokaal Bestuur.
Dit besluit vervangt het besluit van de gemeenteraad van 27 maart 2023 tot vaststelling van het belastingreglement op verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde producten voor de periode van juli 2023 t.e.m. december 2025 en treedt in werking op 1 januari 2026.
De toezichthoudende overheid zal op de hoogte gebracht worden van de bekendmaking van het reglement overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Belasting op vervoer van personen met een politievoertuig 2026 - 2031
Juridische grond:
Grondwet, meer bepaald de artikelen 41, 162 enartikel170§4vandegrondwetwaarin o.a. bepaaldwordtdatgeenlastofbelastingdoorde agglomeratie,de federatievan gemeentenen de gemeentekanwordeningevoerd dan dooreen beslissing van hun raad.
WetboekvandeInkomstenbelastingenvan 10 april 1992 en het Invorderingswetboek van 13 april 2019.
Decreetvan30mei2008betreffendedevestiging,deinvorderingendegeschillen- procedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40 § 3, 41,14°, 56, § 3, 7°, 252, 285 t.e.m. 288, 300 en 326 t.e.m. 335 en haar latere wijzigingen, waarin o.a.bepaaldwordtdatdegemeenteraaddegemeentelijkereglementenvaststelt,waaronderde gemeentelijke belasting- en retributiereglementen.
Koninklijk Besluit van 28 december 1950 houdende het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken, inzonderheid op artikel 93, 4°.
Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 aangaande het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
Het belastingreglement op vervoer van personen met een politievoertuig van 16 december 2019 voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.
Financiële impact:
Gezien de ontvangsten zijn ingeschreven in het meerjarenplan 2026-2031 onder jaarbudgetrekening BP2026_2031-0/ACT-134/0020-00/73120000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN/O/0 en dus noodzakelijk zijn voor het behoud van een gezonde financiële toestand van de gemeente.
Motivering:
Het belastingreglement op vervoer van personen met een politievoertuig, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 16 december 2019, vervalt op 31 december 2025. Het belastingreglement op vervoer van personen met een politievoertuig moet worden hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031.
Het is billijk is om sommige kosten die worden gemaakt ingeval van tussenkomst van de lokale politie terug te vorderen.
Er wordt aan personen die overlast veroorzaken van die aard dat een vervoer per politievoertuig noodzakelijk wordt, een belasting opgelegd die, enerzijds, een bijdrage vormt in de door hen veroorzaakte kosten en, anderzijds, beoogt recidive te voorkomen.
De politiezone Boortmeerbeek-Haacht-Keerbergen is niet gemachtigd om zelf belastingen vast te stellen. Daarom moet de belasting vastgesteld worden door de gemeenteraden en verloopt de inning ook via de gemeentelijke administratie.
De ontvangsten zijn onontbeerlijk voor de continuïteit van de algemene werking van de gemeente.
De financiële toestand van de gemeente vereist dus het heffen van deze belasting.
BESLUIT: eenparig.
art. 1
Het reglement belasting op vervoer van personen met een politievoertuig voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 als volgt vast te stellen:
Artikel 1 - Heffingstermijn en belastbaar feit
§1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting gevestigd op het vervoer van personen met een politievoertuig.
§2. Deze belasting is verschuldigd in de volgende gevallen:
● openbare dronkenschap of vermoedelijke alcoholintoxicatie ten gevolge van een positieve ademanalyse of de weigering om een ademanalyse te ondergaan;
● het veroorzaken van overlast, zijnde gedragingen die de levenskwaliteit van inwoners kunnen beperken op een wijze die de normale druk van het sociale leven overschrijdt, waardoor de normale last die het leven in de samenleving onvermijdelijk meebrengt wordt overstegen;
● bestuurlijke aanhouding, om welke reden ook.
§3 De belasting is niet verschuldigd indien blijkt dat de interventie werd uitgevoerd op andere gronden.
De belasting is niet verschuldigd bij het vervoer van gerechtelijk aangehouden personen bedoeld in artikel 93, 4° van het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken.
Artikel 2 - Belastingplichtige
De belastingplichtige is de vervoerde persoon of in voorkomend geval, de voor hem burgerlijk verantwoordelijke persoon.
Artikel 3 - Berekeningsgrondslag en tarief
§1. De belasting bedraagt 100,00 EUR per rit en per vervoerde persoon. De belasting is forfaitair, ondeelbaar en verschuldigd per belastbaar feit, zoals omschreven in artikel 1.
De belasting is verschuldigd vanaf het moment waarop de vervoerde persoon op zijn eindbestemming is gebracht.
§2. Voor de toepassing van dit reglement wordt onder een “rit” verstaan: het traject dat aanvangt bij het uitrukken van het politievoertuig en eindigt wanneer de betrokkene op zijn eindbestemming is afgezet.
Als eindbestemming geldt de plaats die, naargelang de omstandigheden, het meest aangewezen is, waaronder onder meer:
1° het politiecommissariaat;
2° de woonplaats van de betrokkene;
3° de verblijfplaats van een meerderjarige die het ouderlijk gezag of het feitelijk toezicht uitoefent;
4° een verpleeginstelling;
5° een cel in het politiekantoor;
6° elke andere plaats die, gelet op de concrete omstandigheden, als aangewezen kan worden beschouwd.
Artikel 4 - Wijze van inning
De belasting wordt geïnd na betalingsverzoek via factuur.
De belasting moet door de belastingplichtige zonder uitstel betaald worden tegen afgifte van een kwijting.
Als de contante inning niet zonder uitstel kan worden uitgevoerd, dan wordt de belasting ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 5 - Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag of de datum van de inning van de contantbelasting.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen per post Pastorijstraat 2 te 3190 Boortmeerbeek of via elektronische weg per e-mail fd@boortmeerbeek.be worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.
De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Artikel 6 - Bekendmaking, inwerkingtreding en bestuurlijk toezicht
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286, 287 en 288 Decreet Lokaal Bestuur.
Dit besluit vervangt het besluit van de gemeenteraad van 16 december 2019 betreffende de belasting op vervoer van personen met een politievoertuig en treedt in werking op 1 januari 2026.
De toezichthoudende overheid zal op de hoogte gebracht worden van de bekendmaking van het reglement overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.
Kris Lamberts Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Remi Serranne Ellen Leaerts Lobke Michiels Willy Stroobants Patrick Pelsmaekers Johan Neefs Bert Meulemans Alex De Coninck Annick DeKeyser Daisy De Neef Michel Baert Nick Doms Marc Usewils Nele Hiers Vally Mommens Audrey Bogaerts Cynthia Van de Vloet Hans Crol Karin Derua Jurgen Vervaeck Brent Vercauter Ann Morissens Wouter Decat aantal voorstanders: 13 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 8 Goedgekeurd
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Milieubelasting 2026 - 2031
Juridische grond:
Grondwet, meer bepaald de artikelen 41, 162 en artikel 170 § 4 van de grondwet waarin o.a. bepaald wordt dat geen last of belasting door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente kan worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.
Wetboek van de Inkomstenbelastingen van 10 april 1992 en het Invorderingswetboek van 13 april 2019.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen- procedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40 § 3, 41,14°, 56, § 3, 7°, 252, 285 t.e.m. 288 en 326 t.e.m. 335 en haar latere wijzigingen, waarin o.a. bepaald wordt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt, waaronder de gemeentelijke belasting- en retributiereglementen.
Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 aangaande het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019.
Belastingreglement op de milieubelasting van 16 december 2019.
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Motivering:
De milieubelasting, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 16 december 2019, vervalt op 31 december 2025. De milieubelasting moet worden hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031.
De gemeente verstrekt een algemene dienstverlening in het kader van het milieu, waaronder diverse acties ter bescherming en bevordering van de leefomgeving.
Er rusten algemene wettelijke verplichtingen op de gemeente inzake milieubeleid en duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen.
De gemeente neemt talrijke milieu-initiatieven in het belang van alle inwoners, zoals sensibilisatiecampagnes, subsidiëringsbeleid, maatregelen inzake waterbeheersing, verwerking van slib, de strijd tegen sluikstorten en andere preventieve en remediërende acties.
Deze dienstverlening is gelijk voor alle gebruikers en kan niet onder het principe ‘de vervuiler betaalt’ worden geplaatst, aangezien deze initiatieven geen betrekking hebben op de behandeling van afvalstoffen, zodat een gelijkmatige verdeling van de lasten verantwoord is.
De ophaling en verwerking van restafval en gesorteerd afval, evenals het algemeen onderhoud en de opkuis van het openbaar domein, brengen aanzienlijke werkingskosten met zich mee voor de gemeente.
Het heffen van een afzonderlijke milieubelasting draagt bij tot de sensibilisering van de bevolking en het mogelijk maken van bijkomende milieu-initiatieven.
De ontvangsten zijn onontbeerlijk voor de continuïteit van de algemene werking van de gemeente.
De financiële toestand van de gemeente vereist dus het heffen van deze belasting.
BESLUIT: 13 stemmen ja: Lobke Michiels, Michel Baert, Annick DeKeyser, Bert Meulemans, Ellen Leaerts, Nick Doms, Daisy De Neef, Willy Stroobants, Patrick Pelsmaekers, Johan Neefs, Marc Usewils, Alex De Coninck en Remi Serranne.
8 stemmen tegen: Karin Derua, Audrey Bogaerts, Hans Crol, Jurgen Vervaeck, Cynthia Van de Vloet, Brent Vercauter, Vally Mommens en Nele Hiers.
2 onthoudingen: Ann Morissens en Wouter Decat.
art. 1
Het reglement milieubelasting voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 als volgt vast te stellen:
Artikel 1 - Heffingstermijn en belastbaar feit
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse milieubelasting gevestigd.
Artikel 2 - Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door elk gezin dat gewoonlijk of tijdelijk verblijft op het grondgebied van de gemeente, zoals ingeschreven in de bevolkingsregisters op 1 januari van het aanslagjaar.
§2. De belasting is eveneens verschuldigd door de natuurlijke persoon die als referentiepersoon op een adres in het rijksregister van de gemeente is opgenomen, alsook door de natuurlijke persoon die als enige meerderjarige referentiepersoon samenwonend met minderjarigen op een adres in het rijksregister van de gemeente is opgenomen. De toestand op 1 januari van het aanslagjaar is bepalend.
§3. De belasting is verschuldigd door de uitbater van een standplaats binnen een kampeerterrein of weekendverblijfpark voor elke standplaats die gedurende het aanslagjaar wordt ingenomen of beschikbaar is voor gebruik. De belastingplichtige wordt geacht de belasting door te rekenen aan de betrokken gebruiker(s) overeenkomstig de door de gemeente vastgelegde regeling.
§4. De belasting is verschuldigd door elke nijverheids-, handels- of andere instelling, vereniging of groepering die over een eigen vestiging beschikt op het grondgebied van de gemeente. De belasting wordt in dit geval geheven op in hoofde van de betreffende instelling, vereniging of groepering.
§5. Onder “gezin” wordt verstaan: de omschrijving zoals vermeld in de laatste algemene onderrichtingen betreffende het houden van de bevolkingsregisters.
§6. Indien meerdere belastingplichtigen in aanmerking komen voor dezelfde woon- of verblijfseenheid, wordt de belasting geheven van de persoon of rechtspersoon die als hoofd- of referentiepersoon in de registers is opgenomen.
Artikel 3 - Berekeningsgrondslag en tarieven
§1. De belasting wordt vastgesteld op 60,00 EUR per jaar en per gezin dat gewoonlijk of tijdelijk verblijft op het grondgebied van de gemeente.
Voor de bepaling van de gezinssamenstelling wordt uitsluitend rekening gehouden met de toestand op 1 januari van het aanslagjaar.
§2. De belasting bedraagt 40,00 EUR per jaar voor:
1° de individuele natuurlijke persoon die als referentiepersoon op een adres in het rijksregister van de gemeente is ingeschreven;
2° de individuele natuurlijke persoon die als enige meerderjarige referentiepersoon samenwoont met minderjarigen op een adres dat in het rijksregister van de gemeente is opgenomen.
Ook hier wordt enkel de toestand op 1 januari van het aanslagjaar in aanmerking genomen.
§3. De belasting bedraagt 40,00 EUR per jaar per standplaats binnen een kampeerterrein of weekendverblijfpark.
§4. Voor elke nijverheids-, handels- of andere instelling, vereniging of groepering die beschikt over een eigen vestiging op het grondgebied van de gemeente, wordt de belasting vastgesteld op 60,00 EUR per jaar.
De belasting wordt in dit geval geheven in hoofde van de betrokken nijverheids-, handels- of andere instelling, vereniging of groepering.
Artikel 4 - Aangifteplicht
§1. Elke belastingplichtige moet jaarlijks uiterlijk op 31januarivan het aanslagjaar per inrichting een afzonderlijke aangifte indienen bij het gemeentebestuur Boortmeerbeek – financiële dienst – Pastorijstraat 2 te 3190 Boortmeerbeek op een aangifteformulier dat het gemeentebestuur ter beschikking stelt.
§2. Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen bij het gemeentebestuur of downloaden van de gemeentelijke website. Het niet spontaan verkrijgen van een aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van de belasting.
§3. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
§4. De aangifte kan via elektronische weg worden ingediend, meer bepaald per e-mail naar fd@boortmeerbeek.be In dat geval geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.
Artikel 5 - Inkohiering
De belasting wordt gevestigd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen.
Artikel 6 - Betalingstermijn
De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 7 - Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen per Pastorijstraat 2 te 3190 Boortmeerbeek of via elektronische weg per e-mail fd@boortmeerbeek.be worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.
De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Artikel 8 - Bekendmaking, inwerkingtreding en bestuurlijk toezicht
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286, 287 en 288 Decreet Lokaal Bestuur.
Dit besluit vervangt het besluit van de gemeenteraad van 16 december 2019 betreffende het belastingreglement op milieubelasting en treedt in werking op 1 januari 2026.
De toezichthoudende overheid zal op de hoogte gebracht worden van de bekendmaking van het reglement overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.
Kris Lamberts Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Remi Serranne Bert Meulemans Annick DeKeyser Willy Stroobants Alex De Coninck Nick Doms Michel Baert Ann Morissens Marc Usewils Patrick Pelsmaekers Daisy De Neef Ellen Leaerts Lobke Michiels Wouter Decat Johan Neefs Audrey Bogaerts Karin Derua Jurgen Vervaeck Cynthia Van de Vloet Brent Vercauter Vally Mommens Hans Crol Nele Hiers aantal voorstanders: 15 , aantal onthouders: 5 , aantal tegenstanders: 3 Goedgekeurd
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Retributiereglement op het in bewaring houden van goederen van derden
Gelet op artikel 170 § 4 van de grondwet waarin bepaald wordt dat geen last of belasting door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente kan worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad;
Gelet op artikel 40 § 3 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen waarin bepaald wordt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt, waaronder de gemeentelijke belasting- en retributiereglementen;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Overwegende dat het gemeentebestuur moet instaan voor de bewaring van bij uitdrijving uitgezette goederen en van op de openbare weg achtergelaten goederen;
Overwegende dat in geval van gemotoriseerde voertuigen of bij uitdrijvingen de omvang en het volume van deze achtergelaten goederen dermate is dat bijzondere bewaarinitiatieven moeten worden genomen;
Overwegende dat de gemeente slechts over beperkte stockageruimte beschikt;
Overwegende dat een bewaartermijn van minimaal zes maanden moet worden gerespecteerd;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
BESLUIT: 15 stemmen ja: Lobke Michiels, Michel Baert, Annick DeKeyser, Bert Meulemans, Ellen Leaerts, Nick Doms, Daisy De Neef, Ann Morissens, Willy Stroobants, Patrick Pelsmaekers, Johan Neefs, Marc Usewils, Alex De Coninck, Remi Serranne en Wouter Decat.
3 stemmen tegen: Karin Derua, Audrey Bogaerts en Jurgen Vervaeck.
5 onthoudingen: Hans Crol, Cynthia Van de Vloet, Brent Vercauter, Vally Mommens en Nele Hiers.
art. 1
Het retributiereglement op het in bewaring houden van goederen van derden met ingang van 1 januari 2026 als volgt vast te stellen:
Artikel 1 - Omschrijving
De gemeente Boortmeerbeek heft met ingang van 1 januari 2026 een retributie op het bewaren van achtergelaten goederen van gekende personen.
Artikel 2 - Retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de eigenaar van de goederen of zijn rechtverkrijgenden die de tussenkomst noodzakelijk maken.
Artikel 3 - Tarief van de retributie
De retributie wordt vastgesteld op 1,00 EUR per dag.
Artikel 4 - Invordering
De retributie wordt geïnd na betalingsverzoek via factuur. Bij gebrek aan betaling in der minne zal de retributie burgerrechtelijk ingevorderd worden.
De retributie vervalt wanneer na zes maanden de gemeente gebruik maakt van haar recht op verkoop en/of verwijdering van deze goederen.
Artikel 5 - Intrekking voorgaande retributiereglementen
Alle voorgaande retributiereglementen met hetzelfde onderwerp worden opgeheven.
Kris Lamberts Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Lobke Michiels Willy Stroobants Annick DeKeyser Johan Neefs Bert Meulemans Michel Baert Alex De Coninck Remi Serranne Daisy De Neef Ellen Leaerts Patrick Pelsmaekers Marc Usewils Nick Doms Jurgen Vervaeck Hans Crol Ann Morissens Nele Hiers Brent Vercauter Cynthia Van de Vloet Audrey Bogaerts Karin Derua Wouter Decat Vally Mommens aantal voorstanders: 13 , aantal onthouders: 10 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Retributiereglement op werken ten laste van derden 2026 - 2031
Gelet op artikel 170 § 4 van de grondwet waarin bepaald wordt dat geen last of belasting door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente kan worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad;
Gelet op artikel 40 § 3 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen waarin bepaald wordt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt, waaronder de gemeentelijke belasting- en retributiereglementen;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Overwegende dat de gemeente op vraag van derden werken uitvoert die niet louter of uitsluitend als werken aan het openbaar patrimonium te begrijpen zijn;
Overwegende dat dergelijke werken de uitzondering blijven en normaal in relatie staan tot andere werkzaamheden die de gemeente op zich neemt;
Overwegende dat de gemeente occasioneel diensten verleent aan burgers, op hun uitdrukkelijk verzoek, aangezien bijvoorbeeld alleen een vertegenwoordiger van de gemeente de dienst kan verlenen maar de gemeente niet gehouden is deze dienst te voorzien en de vragende burger ook niet verplicht is beroep te doen op deze dienst aangezien alternatieve mogelijkheden bestaan (bv. afhalen administratieve documenten ten gevolge van laattijdigheid of nalatigheid van de aanvragende burger);
Overwegende de hoge kosten dewelke hiermee gepaard gaan;
Overwegende dat een objectieve aantoonbare grond gegeven moet worden aan alle inkomsten van de gemeente;
Overwegende dat zonder gemeenteraadsbesluit over een retributie ter zake de kostprijs betwist kan worden;
Overwegende dat het past een retributie in te stellen ten belope van de werkelijk gemaakte onkosten;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
BESLUIT: 13 stemmen ja: Lobke Michiels, Michel Baert, Annick DeKeyser, Bert Meulemans, Ellen Leaerts, Nick Doms, Daisy De Neef, Willy Stroobants, Patrick Pelsmaekers, Johan Neefs, Marc Usewils, Alex De Coninck en Remi Serranne.
10 onthoudingen: Karin Derua, Audrey Bogaerts, Ann Morissens, Hans Crol, Wouter Decat, Jurgen Vervaeck, Cynthia Van de Vloet, Brent Vercauter, Vally Mommens en Nele Hiers.
art. 1
Het retributiereglement op werken ten laste van derden met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 als volgt vast te stellen:
Artikel 1 - Omschrijving
De gemeente Boortmeerbeek heft met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie voor het gebruik van materiaal, materieel en diensten van het personeel door derden.
Artikel 2 - Retributieplichtige
De retributie is verschuldigd voor een dienst verricht door het gemeentebestuur op uitdrukkelijk verzoek van een derde wanneer de dienst niet onder de openbare dienstverlening wordt begrepen. De verzoeker wordt vooraf van de toepassing van het retributiereglement ingelicht.
Artikel 3 - Retributieplichtige
De retributie wordt vastgesteld op:
1. materiaal: de aangewende hoeveelheden tegen de gangbare dagprijs op het ogenblik van de werken of dienstverlening.
2. materieel:
• per ingezet voertuig met chauffeur: 35,00 EUR/uur
• het overige materieel is gratis, tenzij de gemeente zelf tot huur moet overgaan. In dat geval wordt de huurprijs aangerekend.
3. personeel: 32,00 EUR/uur per persoon.
Artikel 4 - Invordering
De retributie wordt geïnd na betalingsverzoek via factuur. Bij gebrek aan betaling in der minne zal de retributie burgerrechtelijk ingevorderd worden.
Artikel 5 - Tarief van de retributie
Alle voorgaande retributiereglementen met hetzelfde onderwerp worden opgeheven.
Kris Lamberts Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Remi Serranne Bert Meulemans Vally Mommens Alex De Coninck Ellen Leaerts Nick Doms Nele Hiers Johan Neefs Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Daisy De Neef Michel Baert Hans Crol Marc Usewils Cynthia Van de Vloet Annick DeKeyser Brent Vercauter Willy Stroobants Karin Derua Jurgen Vervaeck Audrey Bogaerts Wouter Decat Ann Morissens aantal voorstanders: 18 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 3 Goedgekeurd
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Retributiereglement op het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein voor ambulante handel buiten de wekelijkse markt en de jaarmarkten
Gelet op artikel 170 § 4 van de grondwet waarin bepaald wordt dat geen last of belasting door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente kan worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad;
Gelet op artikel 40 § 3 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen waarin bepaald wordt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt, waaronder de gemeentelijke belasting- en retributiereglementen;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Gelet op de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten, zoals gewijzigd door de wet van 4 juli 2005 en 20 juli 2006 en het koninklijk besluit van 4 september 2006;
Gelet op het feit dat de wekelijkse markt en jaarmarkten niet onder de toepassing van dit reglement vallen;
Overwegende dat de uitoefening van ambulante activiteiten op plaatsen langsheen het openbaar domein lasten met zich meebrengen voor de gemeente en het daarom billijk is hiervoor een retributie te vragen;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
BESLUIT: 18 stemmen ja: Lobke Michiels, Michel Baert, Annick DeKeyser, Bert Meulemans, Ellen Leaerts, Nick Doms, Daisy De Neef, Hans Crol, Willy Stroobants, Patrick Pelsmaekers, Johan Neefs, Marc Usewils, Alex De Coninck, Remi Serranne, Cynthia Van de Vloet, Brent Vercauter, Vally Mommens en Nele Hiers.
3 stemmen tegen: Karin Derua, Audrey Bogaerts en Jurgen Vervaeck.
2 onthoudingen: Ann Morissens en Wouter Decat.
art. 1
De gemeenteraad beslist om een retributie te heffen met ingang van 1 januari 2026 op het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein voor ambulante handel buiten de wekelijkse markt en de jaarmarkten.
art. 2
De gemeenteraad keurt het ingesloten reglement goed vanaf het aanslagjaar 2026.
Kris Lamberts Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Daisy De Neef Michel Baert Nick Doms Remi Serranne Bert Meulemans Annick DeKeyser Patrick Pelsmaekers Ellen Leaerts Johan Neefs Marc Usewils Alex De Coninck Wouter Decat Lobke Michiels Willy Stroobants Ann Morissens Audrey Bogaerts Jurgen Vervaeck Cynthia Van de Vloet Brent Vercauter Karin Derua Nele Hiers Vally Mommens Hans Crol aantal voorstanders: 15 , aantal onthouders: 8 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Retributiereglement concessies, naamplaatjes en ontgravingen
Argumentatie:
De gemeenteraad besloot in haar zitting van 16 december 2019 een retributie te heffen op concessies en herdenkingsplaatjes voor asverstrooiingen voor de periode 2020-2025.
De gemeenteraad besloot in haar zitting van 16 december 2019 een retributie te heffen op ontgravingen voor de periode 2020-2025.
Volgende motieven zijn aanleiding tot dit besluit:
- de financiële toestand van de gemeente
- het is wenselijk de retributies te behouden voor het aanslagjaar 2026 uitgezonderd op volgende twee punten:
Bij de prijsberekening voor een herdenkingsplaatje worden opgenomen:
- het herdenkingsplaatje
- de plaatsing en het onderhoud ervan
- de administratieve begeleiding en afhandeling op administratief en financieel vlak
De plaatselijke graveur heeft zijn opdracht stopgezet, waardoor een nieuwe graveur werd aangezocht. De kostprijs voor een gegraveerd naamplaatje stijgt lichtjes. Een prijsverhoging van respectievelijk 25,00 EUR (inwoners) en 40,00 EUR (niet-inwoners) naar 30,00 en 45,00 EUR is redelijk.
Het gemeentebestuur wenst particuliere ontgravingen niet te verbieden, maar omwille van de hygiënische aspecten wel te beperken. Het is echter zo dat ontgravingen van grafkisten een andere arbeidsinzet vergt dan het ontgraven van urnes uit een columbariumnis of een urnenveld. Een proportionele matiging van de retributie afhankelijk van de arbeidsinzet is gerechtvaardigd: de retributie voor de ontgraving van een urne wordt als dusdanig gematigd van 1.000,00 EUR naar 250,00 EUR.
Juridische grond:
Artikel 170 § 4 van de grondwet bepaalt de fiscale autonomie van de gemeente en stelt dat geen last of belasting kan worden ingevoerd, dan door een beslissing van haar raad.
Artikel 173 van het Gemeentedecreet bepaalt dat van de burger een retributie kan worden gevorderd als belasting ten behoeve van de gemeente.
Artikel 40 § 3 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt, waaronder de gemeentelijke belasting- en retributiereglementen.
Het decreet van 16 januari 1994 op de begraafplaatsen en de lijkverzorging en latere wijzigingen.
Het besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 betreffende de organisatorische inrichting en het beheer van begraafplaatsen en crematorium en latere wijzingen.
Het besluit van de gemeenteraad van 17 maart 2008 betreffende de vaststelling van de duur van concessies op de begraafplaatsen.
Het besluit van de gemeenteraad van 25 februari 2013 betreffende het reglement op de gemeentelijke begraafplaatsen.
Financiële gevolgen:
De uitgaven worden gebudgetteerd onder volgende jaarbudgetrekeningen:
- Aanmaakkosten documenten, schouwingen en graveerwerk: BP2026_2031-0/ACT-142/0130-00/61319999/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN/U/0
De opbrengstenworden gebudgetteerd onder volgende jaarbudgetrekeningen:
- Opbrengsten uit prestaties: Graftekens - naamplaatjes BP2026_2031-0/ACT-142/0990-00/70021000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN/O/0
- Opbrengsten uit prestaties: Ontgraving
BP2026_2031-0/ACT-142/0990-00/70022000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN/O/0
- Opbrengsten uit concessies BP2026_2031-0/ACT-142/0990-00/70023000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN/O/0
- Recuperaties van kosten schouwing BP2026_2031-0/ACT-142/0990-00/74500000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN/O/0 Terugvordering kosten van overlijden
Dit onder voorbehoud van goedkeuring van de meerjarenplanning die voorgelegd wordt op de gemeenteraad van 15 december 2025.
BESLUIT: 15 stemmen ja: Lobke Michiels, Michel Baert, Annick DeKeyser, Bert Meulemans, Ellen Leaerts, Nick Doms, Daisy De Neef, Ann Morissens, Willy Stroobants, Patrick Pelsmaekers, Johan Neefs, Marc Usewils, Alex De Coninck, Remi Serranne en Wouter Decat.
8 onthoudingen: Karin Derua, Audrey Bogaerts, Hans Crol, Jurgen Vervaeck, Cynthia Van de Vloet, Brent Vercauter, Vally Mommens en Nele Hiers.
art. 1
Het retributiereglement concessies, naamplaatjes en ontgravingen met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 als volgt vast te stellen:
Grafconcessies
Artikel 1 - Omschrijving
De gemeente Boortmeerbeek heft met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie voor de grafconcessies die voor de eerste maal worden verleend.
Artikel 2 - Tarief van de retributie
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
- 1.620,00 EUR voor de inwoners van de gemeente
- 2.110,00 EUR voor niet-inwoners.
De retributie voor de hernieuwde grafconcessie wordt vastgesteld op 500,00 EUR.
De retributie voor een concessie van 20 jaar, toegestaan in het kader van een gehele of gedeeltelijke ontgraving van een kerkhof op initiatief van de gemeente, wordt vastgesteld op 500,00 EUR.
Columbariumnissen en urnenveldgraf
Artikel 3 - Omschrijving
De gemeente Boortmeerbeek heft met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie voor het ter beschikking stellen van een columbariumnis en urnenveldgraf bij wijze van grafconcessie.
Artikel 4 - Tarief van de retributie
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
- 1.620,00 EUR voor de inwoners van de gemeente
- 2.110,00 EUR voor niet-inwoners.
De retributie voor de hernieuwde grafconcessie wordt vastgesteld op 500,00 EUR.
De retributie voor een concessie van 20 jaar, toegestaan in het kader van een gehele of gedeeltelijke ontgraving van een kerkhof op initiatief van de gemeente, wordt vastgesteld op 500,00 EUR.
Herdenkingsplaatjes asverstrooiing
Artikel 5 - Omschrijving
De gemeente Boortmeerbeek heft met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie voor het graveren, plaatsen en onderhouden van een herdenkingsplaatje op de herdenkingsmuur voor asverstrooiden.
Artikel 6 - Tarief van de retributie
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
- 30,00 EUR voor de inwoners van de gemeente op het ogenblik van het overlijden of de aanvraag
- 45,00 EUR voor niet-inwoners
Ontgravingen
Artikel 7 - Omschrijving
Onder een (particuliere) ontgraving wordt verstaan elke handeling die nodig is om het herplaatsen of verwijderen van een stoffelijk overschot materieel mogelijk te maken en dit op aanvraag van de nabestaanden.
Zijn aldus vrijgesteld van de retributie:
- ontgravingen die op bevel van de rechterlijke overheid uitgevoerd worden
- ontgravingen naar aanleiding van een bestemmingsverandering van de gemeentelijke begraafplaats
- ontgravingen naar aanleiding van infrastructuurwerken op de gemeentelijke begraafplaats
- ontgravingen van voor het vaderland gevallen militairen en burgers
- ontgravingen nodig voor het overbrengen van stoffelijke overschotten, begraven in een in concessie gegeven begraafplaats, van een oud naar een nieuw kerkhof en dit binnen de duurtijd van de aangekochte concessie
Artikel 8 - Tarief van de ontgraving
De retributie wordt vastgesteld op 1.000,00 EUR voor de ontgraving van een grafkist en 250,00 EUR voor de ontgraving van een urne.
Algemene bepaling
Artikel 9 - Retributieplichtige
De natuurlijke persoon of rechtspersoon die de concessie, het naamplaatje of de ontgraving aanvraagt.
Artikel 10 - Invordering
De retributie wordt geïnd bij de aanvraag na betalingsverzoek via factuur.
De betaling van de retributie gaat vooraf aan de plaatsing van het herdenkingsplaatje of de ontgraving.
Bij niet betaling wordt de retributie een kohierbelasting die vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 11
Alle voorgaande retributiereglementen met hetzelfde onderwerp op te heffen.
Kris Lamberts Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Remi Serranne Marc Usewils Alex De Coninck Ellen Leaerts Bert Meulemans Willy Stroobants Lobke Michiels Karin Derua Annick DeKeyser Johan Neefs Nick Doms Audrey Bogaerts Jurgen Vervaeck Daisy De Neef Michel Baert Patrick Pelsmaekers Nele Hiers Hans Crol Vally Mommens Brent Vercauter Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Wouter Decat aantal voorstanders: 16 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 5 Goedgekeurd
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Reglement premies familiale gebeurtenissen 2026-2031
Argumentatie:
De gemeente Boortmeerbeek wenst een sociaal gerichte politiek te voeren. Daarom zorgt zij voor een financiële ondersteuning naar aanleiding van welbepaalde familiale gebeurtenissen zoals hieronder weergegeven.
De gemeente Boortmeerbeek vindt het gepast om bij een huwelijksvoltrekking of viering van een 100-jarige een geschenk te overhandigen.
Onder familiale gebeurtenissen wordt verstaan:
● een geboorte
● een adoptie van een minderjarig kind
● een huwelijk
● een huwelijksjubileum
● de viering van een eeuweling (100 jaar of meer)
Financiële gevolgen:
De uitgaven werden gebudgetteerd onder volgende jaarbudgetrekeningen:
● 2026/ACT-142/0710-00/61410050/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN/U/0 Receptie- en representatiekosten jubilarissen, huwelijken en eeuwelingen.
● 2026/ACT-142/0710-00/64910000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN/U/500 Toelagen voor geboortes, adopties, jubilea en eeuwelingen.
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
BESLUIT: 16 stemmen ja: Lobke Michiels, Michel Baert, Annick DeKeyser, Bert Meulemans, Ellen Leaerts, Nick Doms, Daisy De Neef, Karin Derua, Audrey Bogaerts, Willy Stroobants, Patrick Pelsmaekers, Johan Neefs, Marc Usewils, Alex De Coninck, Remi Serranne en Jurgen Vervaeck.
5 stemmen tegen: Hans Crol, Cynthia Van de Vloet, Brent Vercauter, Vally Mommens en Nele Hiers.
2 onthoudingen: Ann Morissens en Wouter Decat.
art. 1
Het reglement premies familiale gebeurtenissen voor de dienstjaren 2026 tot en met 2031 als volgt vast te stellen:
Artikel 1 - Geboortepremie
§1. De gemeente verleent een premie van 75,00 EUR voor elke geboorte die in het bevolkingsregister van de gemeente wordt ingeschreven. Deze premie wordt automatisch toegekend uiterlijk één jaar na de inschrijving van de pasgeborene in het bevolkingsregister. De geschenkbon is één jaar geldig vanaf de uitreiking en kan niet worden verlengd.
§2. Deze premie wordt toegekend aan de ouder(s) bij wie het kind gedomicilieerd wordt. De premie wordt slechts aan één van beide ouders toegekend.
Artikel 2 - Adoptiepremie
§1. De gemeente verleent een premie van 75,00 EUR voor elke minderjarige die wordt geadopteerd en in het bevolkingsregister van Boortmeerbeek wordt ingeschreven. Deze premie wordt automatisch toegekend uiterlijk één jaar na de inschrijving van de geadopteerde in het adoptiegezin in Boortmeerbeek. De geschenkbon is één jaar geldig vanaf de uitreiking en kan niet worden verlengd.
§2. Deze premie wordt toegekend aan de adoptant(en).
Artikel 3 - Huwelijken en huwelijksjubilea
§1. De gemeente voorziet een geschenk ter waarde van circa 30,00 EUR voor een huwelijk dat afgesloten wordt in de gemeente.
§2. De gemeente kent naast een geschenk ter waarde van circa 30,00 EUR ook nog een premie toe van 125,00 EUR bij een jubileum van 50, 60, 65, 70 en 75 jaar huwelijk.
§3. De premie en het geschenk worden overhandigd tijdens een jaarlijkse viering van de jubilea door het college van burgemeester en schepenen of wanneer uitdrukkelijk gewenst bij de jubilarissen thuis.
Artikel 4 - Eeuwelingen
§1. De gemeente kent een premie toe van 150,00 EUR wanneer een inwoner 100 jaar wordt.
§2. De gemeente voorziet een geschenk ter waarde van circa 50,00 EUR wanneer een inwoner 100 of plus 100 jaar wordt.
§3. De premie en het geschenk worden overhandigd door een afvaardiging van het college van burgemeester en schepenen bij de jarige thuis.
Artikel 5 - Premies in de vorm van geschenkbonnen
De premies worden uitgekeerd in de vorm van gemeentelijke geschenkbonnen, te verzilveren binnen het jaar na uitreiking bij een handelaar in Boortmeerbeek die deelneemt aan het gemeentelijke initiatief van de geschenkbonnen.
Artikel 6
Deze premies en geschenken worden vastgesteld voor de dienstjaren 2026 tot en met 2031.
Vertegenwoordiger met stemrecht voor de gemeente in de Raad van Bestuur - Nick Doms Kris Lamberts Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua aantal voorstanders: 16 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 7 Goedgekeurd
Vertegenwoordiger zonder stemrecht voor de gemeente in de Raad van Bestuur - Kari De Cordt Kris Lamberts Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua aantal voorstanders: 22 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 1 Goedgekeurd
Plaatsvervangend vertegenwoordiger met stemrecht voor de gemeente in de Raad van Bestuur - Bert Meulemans Kris Lamberts Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua aantal voorstanders: 13 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 10 Goedgekeurd
Plaatsvervangend vertegenwoordiger zonder stemrecht voor de gemeente in de Raad van Bestuur - Elke Eggerickx Kris Lamberts Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua Patrick Pelsmaekers Lobke Michiels Wouter Decat Ellen Leaerts Audrey Bogaerts Nick Doms Alex De Coninck Remi Serranne Brent Vercauter Hans Crol Willy Stroobants Johan Neefs Annick DeKeyser Cynthia Van de Vloet Ann Morissens Marc Usewils Jurgen Vervaeck Nele Hiers Michel Baert Vally Mommens Daisy De Neef Bert Meulemans Karin Derua aantal voorstanders: 22 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 1 Goedgekeurd
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Oprichting Projectvereniging IGS Cultuur - COBRA
Gelet op het bovenlokaal Cultuurdecreet dd. 15 juni 2018;
Overwegende dat de oprichting van de Intergemeentelijke Culturele Samenwerking (IGS) met de naam COBRA een versterking beoogt van de cultuurbeleving en -ontwikkeling in de regio Oost-Brabant. De IGS richt zich op kennisdeling, dienstverlening, en de gezamenlijke ontwikkeling van culturele initiatieven en projecten, zoals beschreven in het meerjarenplan. Dit zorgt voor een structurele en doelgerichte samenwerking tussen de steden en gemeenten en biedt een platform voor de implementatie van grotere culturele projecten die de regio ten goede komen;
Overwegende dat de werking van COBRA wordt gestructureerd en vastgelegd in een heldere Cultuurnota, die in februari 2026 aan de gemeenteraden wordt gepresenteerd;
Gezien de oprichting van de projectvereniging Cobra door alle deelnemende steden en gemeenten zal gebeuren;
Overwegende dat de gemeente een vertegenwoordiger met stemrecht, een vertegenwoordiger zonder stemrecht en voor de beide een plaatsvervanger mag voorzien in de Raad van Bestuur;
Gelet op de geheime stemming waarbij 23 stembiljetten in de stembus werden aangetroffen met volgend resultaat:
vertegenwoordiger met stemrecht:
● Nick Doms 16 JA - 7 NEEN
plaatsvervangend vertegenwoordiger met stemrecht:
● Bert Meulemans 13 JA - 10 NEEN
vertegenwoordiger zonder stemrecht:
● Kari De Cordt 22 JA - 1 NEEN
plaatsvervangend vertegenwoordiger zonder stemrecht:
● Elke Eggerickx 22 JA - 1 NEEN
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
BESLUIT: eenparig.
Vertegenwoordiger met stemrecht voor de gemeente in de Raad van Bestuur - Nick Doms
aangenomen na geheime stemming: 16 stemmen voor; 7 stemmen tegen;
Plaatsvervangend vertegenwoordiger met stemrecht voor de gemeente in de Raad van Bestuur - Bert Meulemans
aangenomen na geheime stemming: 13 stemmen voor; 10 stemmen tegen;
Vertegenwoordiger zonder stemrecht voor de gemeente in de Raad van Bestuur - Kari De Cordt
aangenomen na geheime stemming: 22 stemmen voor; 1 stem tegen;
Plaatsvervangend vertegenwoordiger zonder stemrecht voor de gemeente in de Raad van Bestuur - Elke Eggerickx
aangenomen na geheime stemming: 22 stemmen voor; 1 stem tegen;
art. 1
De gemeenteraad beslist tot oprichting van de projectvereniging Cobra.
art. 2
De gemeenteraad keurt de ontwerpstatuten goed.
art. 3
De gemeenteraad keurt het ontwerp van samenwerkingsovereenkomst met de steden en gemeenten Aarschot, Begijnendijk, Bekkevoort, Bierbeek, Boortmeerbeek, Boutersem, Diest, Geetbets, Haacht, Herent, Hoegaarden, Holsbeek, Keerbergen, Kortenaken, Kortenberg, Landen, Leuven, Linter, Lubbeek, Oud-Heverlee, Rotselaar, Scherpenheuvel-Zichem, Tielt-Winge, Tienen, Tremelo, Zoutleeuw goed en bevestigt gehouden te zijn tot uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst tot 15 februari 2032.
art. 4
Dit besluit wordt ter kennis gebracht van de financieel directeur.
art. 5
De oprichtingsakte wordt binnen een termijn van dertig dagen na de dagtekening ervan ter informatie voorgelegd aan de toezichthoudende overheid.
art. 6
Nick Doms, schepen, aan te duiden als vertegenwoordiger met stemrecht en Bert Meulemans, schepen, aan te duiden als plaatsvervangend vertegenwoordiger met stemrecht voor de gemeente in de Raad van Bestuur.
art. 7
Kari De Cordt, Deskundige vrije tijd, aan te duiden als vertegenwoordiger zonder stemrecht en Elke Eggerickx, Afdelingshoofd Mens, aan te duiden als plaatsvervangend vertegenwoordiger zonder stemrecht voor de gemeente in de Raad van Bestuur.
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Samenwerking Interleuven
VRAAG: In het collegeverslag van 24 november kon gelezen worden dat de samenwerking met Interleuven wordt teruggeschroefd.
Er zal nog verder samengewerkt worden voor milieu en voor handhaving inzake ruimtelijke ordening. Andere zaken zullen we zelf gaan doen of via studiebureaus.
Mijn vragen hierbij zijn de volgende:
Wanneer gesproken wordt over het werken met studiebureaus: op welke wijze zal deze samenwerking georganiseerd worden? Wordt hier een overheidsaanbesteding uitgeschreven en wat is de inschatting omtrent de impact op de kostprijs van deze operatie?
ANTWOORD: Raadslid Jurgen Vervaeck geeft aan dat het antwoord op deze vraag reeds werd verstrekt tijdens de behandeling van punt 4, zijnde “Samenwerkingsovereenkomst tussen Zelfstandige Groepering Interleuven – Ondersteunende Activiteiten”.
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Aanstelling gemeentelijk stedenbouwkundig inspecteur
VRAAG: Aansluitend op de vorige vraag heb ik in het verslag van het CBS van 10 november kunnen lezen dat een nieuwe stedenbouwkundig inspecteur zou zijn aangesteld door het CBS.
Behoudens vergissing kadert dit nog steeds in de samenwerking met Interleuven en betreft het hier ook iemand die voor Interleuven werkt.
Hierbij is mijn vraag hoe deze samenwerking precies georganiseerd wordt. Werkt de betrokken dame op afroep of is zij op vaste tijdstippen ter beschikking van de gemeente en ter plaatse? Welke kostprijs is hieraan verbonden?
ANTWOORD: Raadslid Jurgen Vervaeck geeft aan dat het antwoord op deze vraag reeds werd verstrekt tijdens de behandeling van punt 4, zijnde “Samenwerkingsovereenkomst tussen Zelfstandige Groepering Interleuven – Ondersteunende Activiteiten”.
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Zit- en picknickbank onder spoorwegbrug Pastorijstraat
VRAAG: In het verslag van het CBS van 3 november lezen we dat overwogen werd de zit- en picknickbanken onder de spoorwegbrug in de Pastorijstraat te verwijderen.
Een en ander is onderzocht naar aanleiding van een aanhoudende problematiek van sluikstorten en overlast.
Ik lees in het betrokken besluit een eenduidige motivatie om deze banken te verwijderen in de hoop de problematiek terug te dringen, doch vervolgens wordt zonder enige motivatie besloten deze banken toch, tegen alle adviezen in, ter plaatse te behouden.
Aangezien het besluit zelf naar goede gewoonte niet gemotiveerd is, bij deze een vraag tot motivatie. Waarom werd deze beslissing tegen alle adviezen en argumenten in genomen?
ANTWOORD: Naar aanleiding van de vastgestelde problematiek van sluikstorten en overlast ter hoogte van de spoorwegbrug in de Pastorijstraat werd binnen het kader van een coachingtraject met Mooimakers en Ecowerf een onderzoek opgestart. Dit traject omvat periodieke overlegmomenten om de drie maanden en heeft een looptijd van twee jaar.
In dit kader wordt per locatie en per vuilnisbak geanalyseerd welk type afval wordt aangetroffen, met als doel te evalueren of vuilnisbakken behouden, verplaatst of verwijderd dienen te worden. Op de betrokken locatie werd vastgesteld dat zich foutief afval in de aanwezige vuilnisbak bevond. Ter preventie van foutief afval en sluikstorten werd in dat verband het advies geformuleerd om de zit- en picknickbanken ter plaatse te verwijderen.
Het college van burgemeester en schepenen heeft dit advies afgewogen tegen het belang van de publieke toegankelijkheid en het comfort voor passanten. Vanuit de overweging dat de zit- en picknickbanken een rustpunt vormen voor inwoners en bezoekers, werd beslist deze ter plaatse te behouden. Deze beslissing kadert in een evenwichtige afweging tussen het beperken van overlast en het behouden van publieke rust- en ontmoetingsinfrastructuur.
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Kosten milieuhandhavingsprojecten
VRAAG: In de aanrekeningenlijst bij het college van 6 oktober bevindt zich een aanrekening vanwege Interleuven ten belope van 11.610,50 EUR met als toelichting “Milieuhandhavingsprojecten 04-06/2025”. Waarop heeft deze aanrekening betrekking?
ANTWOORD: De aanrekening van Interleuven ten belope van 11.610,50 EUR heeft betrekking op de uitvoering van milieuhandhavingsprojecten in de periode april tot en met juni 2025. Dergelijke aanrekeningen worden trimestrieel overgemaakt door Interleuven en bevatten een geglobaliseerd overzicht van de projecten en activiteiten die in de betrokken periode door medewerkers van Interleuven werden uitgevoerd.
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Leegstandsbelasting
VRAAG: Op deze zitting keuren wij 14 lokale belastingreglementen goed. Het betreffen stuk voor stuk verlengingen van bestaande reglementen.
Het belastingreglement inzake leegstand is hier echter niet bij en wordt dus klaarblijkelijk niet verlengd.
Mijn vragen:
ANTWOORD: Er werd vastgesteld dat de toepassing van het belastingreglement inzake leegstand door IGO Leuven niet steeds volledig consistent is verlopen en dat een deel van het reglement voor interpretatie vatbaar blijkt te zijn. Om deze reden werd IGO Leuven uitgenodigd voor een overleg over de toepassing en mogelijke aanpassing van het reglement. Het voornemen is het belastingreglement inzake leegstand te herzien en opnieuw ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad in 2026.
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Busvervoer
VRAAG: In het verleden konden onze scholen voor uitstappen tijdens de schooluren rekenen op busvervoer via de gemeente.
Recent mocht ik evenwel vernemen dat een van onze basisscholen zoals elk jaar “Doeland” in der sporthal in Hofstade wenste te bezoeken, doch dat ditmaal slechts een “kleine” bus door de gemeente ter beschikking werd gesteld. (35 leerlingen+ leerkrachten)
Derhalve diende de school een beroep te doen op ouders voor vervoer. Dit houdt uiteraard risico’s in qua verzekering e.d.m.
Mijn vraag is dan ook: waarom is het busvervoer plots teruggeschroefd en waarom is hier nergens een formele beslissing over terug te vinden?
ANTWOORD: Het busvervoer voor schooluitstappen is niet structureel teruggeschroefd. De busmaatschappij heeft de gemeente bijna een maand vóór de geplande uitstap van de basisschool naar “Doeland” in Hofstade geïnformeerd dat er die dag geen chauffeur beschikbaar was. De gemeente heeft de school tijdig op de hoogte gebracht, waarna de school ervoor heeft gekozen de uitstap te laten doorgaan en proactief ouders te contacteren voor vrijwillig vervoer. De school blijft verzekerd voor dit vervoer. Dergelijke oplossingen zijn in het verleden eveneens toegepast, bijvoorbeeld wanneer de beschikbare busruimte beperkt is of om de kostprijs van de uitstap te reduceren.
Dit dossier toont aan dat de afspraken en samenwerking correct verlopen, zodat een formele nota of bijkomend besluit door het college niet noodzakelijk is. Ter volledigheid: sinds vorig jaar beschikt de gemeente over drie bussen die kunnen worden ingezet, in plaats van twee.
Zitting van 15 12 2025
Openbare zitting
Fietssuggestiestroken
VRAAG: Ik wens het andermaal te hebben over de verbreking van de overheidsopdracht inzake de fietssuggestiestroken.
Omtrent deze kwestie mochten we al de nodige cinema mochten ondergaan waarbij de bevoegde schepen bij hoog en bij laag beweerde dat “slechts” een schadevergoeding van afgerond 54.000 EUR zou moeten worden betaald aan de aannemer, en dit in weerwil van de inhoud van de verslagen van het CBS.
Ondertussen is uit de aanrekeningenlijst bij het collegeverslag van 10 november gebleken dat er aan deze aannemer daadwerkelijk een bedrag van 85.112,07 EUR is betaald als verbrekingsvergoeding voor de fietssuggestiestroken.
Vandaar dan ook mijn vragen:
ANTWOORD: Op basis van het overschrijvingsbewijs kan worden bevestigd dat op 12 november 2025 een betaling van 54.967,94 EUR werd uitgevoerd aan de aannemer als verbrekingsvergoeding voor de fietssuggestiestroken. Het hogere bedrag van 85.112,07 EUR dat in de aanrekeningslijst bij het collegeverslag van 10 november 2025 vermeld stond, is per vergissing opgenomen. Deze fout is ontstaan doordat het bedrag uit een brief van Willemen aanvankelijk onjuist werd overgenomen in de lijst. Bij de eigenlijke betaling werd echter het correcte bedrag van 54.967,94 EUR voldaan. De vermelding in de aanrekeningslijst betreft bijgevolg een administratieve vergissing en niet de werkelijke betaling.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.