NOTULEN - GR

Zitting van maandag 22 februari 2021

 

Aanwezig:

Steven Michiels voorzitter

Karin Derua burgemeester

Michel Baert, Hans De Locht, Annick DeKeyser, Denis Bosny, Remi Serranneschepenen

Bert Meulemans, Maurice Vanmeerbeeck, Audrey Bogaerts, Eddy Mortier, Ann Sleyp, Ann Morissens, Hans Crol, Wouter Decat, Rodrigue Bijlsma, Sigrid Van Obbergen, Maria Luise Altmutter, Regina Wolfs, Willy Stroobants, Steven D'hont, Gert Verschueren              raadsleden

Johan Smits algemeen directeur

Verontschuldigd:

Steven Van Loock raadslid

 

Overzicht punten

Zitting van 22 02 2021

 

 

Openbare zitting

 

Notulen vorige zitting

 

De gemeenteraad keurt de notulen van de zitting van 25 januari 2021 unaniem goed.

 

Publicatiedatum: 31/03/2021
Overzicht punten

Zitting van 22 02 2021

 

 

Openbare zitting

 

Aanwijzing omgevingsambtenaar

 

Gelet op het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;

 

Overwegende dat dit decreet de integratie van de stedenbouwkundige procedure en de milieuvergunningsprocedure tot doel heeft;

 

Gelet op artikel 9 §1 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning dat bepaalt dat iedere gemeente minimaal één gemeentelijke omgevingsambtenaar moet aanduiden;

 

Overwegende dat de gemeente hiervoor beroep kan doen op eigen personeel of op personeel van een intergemeentelijk samenwerkingsverband;

 

Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 25 september 2017 waarmee de heer Robin Oliviers, als ruimtelijk planner verbonden aan Interleuven, werd aangesteld als gemeentelijk omgevingsambtenaar;

 

Overwegende dat de heer Robin Oliviers Interleuven en derhalve ook de gemeente heeft verlaten om een andere taak op te nemen;

 

Gelet op het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 14 december 2020 met betrekking tot de aanstelling van mevrouw Tine Bergmans als stedenbouwkundige;

 

Overwegende dat de aanstelling van een omgevingsambtenaar in zijn functie van omgevingsambtenaar nominatief door de gemeenteraad moet gebeuren;

 

Overwegende dat mevrouw Tine Bergmans over de nodige deskundigheid beschikt om de taak van omgevingsambtenaar te kunnen vervullen;

 

Overwegende dat mevrouw Tine Bergmans op 22 maart 2021 in dienst treedt;

 

Gelet op de geheime stemming waarbij 22 stembiljetten in de stembus werden aangetroffen met volgend resultaat:

aanstelling als omgevingsambtenaar: Tine Bergmans  22 JA - 0 NEEN - 0 ONTHOUDING;

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

BESLUIT: eenparig.
 

art. 1 

Mevrouw Tine Bergmans, Sint-Lambertusstraat 23, 1910 Kampenhout, geboren te Bonheiden op 4 september 1986, aan te wijzen als omgevingsambtenaar vanaf 22 maart 2021.

 

art. 2 

Betrokkene, de provincie Vlaams-Brabant en de Vlaamse overheid in kennis te stellen van dit besluit.

 

Publicatiedatum: 31/03/2021
Overzicht punten

Zitting van 22 02 2021

 

 

Openbare zitting

 

Kosteloze grondafstand Rijmenamsebaan

 

Gelet op het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening;

 

Gelet op de Vlaamse codex ruimtelijke ordening;

 

Gelet op het Decreet houdende de Gemeentewegen van 3 mei 2019;

 

Gelet op het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, in het bijzonder artikel 31 dat het volgende bepaalt:

Ҥ 1. Als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, roept het college van burgemeester en schepenen, in voorkomend geval op verzoek van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg.

 

De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.

 

§ 2. Als het college van burgemeester en schepenen niet de bevoegde overheid is die in eerste aanleg over de aanvraag beslist, dan bezorgt de gemeente de beslissing van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg binnen zestig dagen na het verzoek aan de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15.”

 

Gelet op het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, in het bijzonder artikel 47 dat het volgende bepaalt:

“Als de vergunningsaanvraag wegenwerken omvat waarvoor de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, neemt de gemeenteraad daarover een besluit. De gemeenteraad neemt daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek. Uiterlijk tien dagen na de gemeenteraadszitting stelt de gemeente de gemeenteraadsbeslissing ter beschikking hetzij van de bevoegde omgevingsvergunningscommissie als die advies moet verlenen, hetzij van het bevoegde bestuur als geen advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is.”

 

Gelet op de toelichting bij decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014 en het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning:

"Art. 47. Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning herneemt de welbekende regeling van de tussenkomst van de gemeenteraad over de zaak van de wegen. Voor alle duidelijkheid wordt ook hier herhaald:

         de bevoegde overheid mag rechtstreeks weigeren zonder het dossier aan de gemeenteraad voor te leggen;

         de regeling geldt zowel voor aanvragen voor stedenbouwkundige handelingen als voor het verkavelen van gronden;

         beslist de gemeenteraad ongunstig over de zaak van de wegen, dan kan de bevoegde overheid geen vergunning verlenen, ook niet in beroep;

         de gemeenteraad spreekt zich enkel uit over de zaak van de wegen, niet over de vergunningsaanvraag;

         de gemeenteraad bespreekt enkel de bezwaren die handelen over de zaak van de wegen, niet de andere bezwaarschriften.”

 

Aanleiding en context:

De omgevingsvergunningsaanvraag beoogt het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van een perceel in 5 loten waarvan 4 bestemd voor halfopen bebouwing en één lot bestemd voor gratis grondafstand, het slopen van een woning en het rooien van 19 bomen volgens het bijgevoegde plan van 17 juni 2020 van landmeter Jan Foqué bvba:

 

         Lot 1: ±3a97ca groot, met een grillige driehoekige vorm van ±10,90 meter breed ter hoogte van de Rijmenamsebaan ±45,52 meter diep. Er is geen breedte beschikbaar aan de Pastorijstraat, daar dit perceel niet grenst aan de Pastorijstraat.  Het bouwkader bedraagt 7 meter op 15 meter.

         Lot 2: ±4a85ca groot, met een rechthoekige vorm van ±10 meter breed ter hoogte van de Rijmenamsebaan, ±45,52 meter diep met een breedte van ±9,36 meter ter hoogte van de Pastorijstraat. Het bouwkader bedraagt 7 meter op 15 meter.

         Lot 3: ±4a03ca groot, met een rechthoekige vorm van ±10 meter breed ter hoogte van de Rijmenamsebaan, ±45,49 meter diep met een breedte van ±14,50 meter ter hoogte van de Pastorijstraat. Het bouwkader bedraagt 7 meter op 12 meter.

         Lot 4: ±5a09ca groot, met een driehoekige vorm van ±21,69 meter breed ter hoogte van de Rijmenamsebaan, ±34,87 meter diep met een breedte van ±38,61 meter ter hoogte van de Pastorijstraat. Ter hoogte van de kruising van beide straten is er een perceelbreedte van ±6,79 meter. Het bouwkader bedraagt 7 meter op 12 meter.

         Kavel 5: ±00a71ca groot, rechthoekig van vorm en bestemd voor gratis grondafstand. De gemiddelde breedte bedraagt ±1,12 meter en de geschatte lengte betreft ±62,56 meter volledig gelegen langs de Pastorijstraat.

         Vastleggen van een rooilijn voor het gedeelte langs de Pastorijstraat waarop de omgevingsvergunningsaanvraag betrekking heeft.

 

De percelen waarop de aanvraag is gelegen, zijn volgens het gewestplan gelegen in woongebied en parkgebied. Het gebruik van deze gebieden is geregeld in het inrichtingenbesluit van 28 december 1972, meer bepaald in de artikels 5 en 6. De voorgestelde verkaveling is deels strijdig met de bestemming van het gewestplan en de bepalingen van het inrichtingenbesluit, meer bepaald voor lot 2.

 

Beoordeling:

De voorliggende omgevingsvergunningsaanvraag voor het verkavelen van gronden voorziet door middel van lot 5 in een kosteloze grondafstand. De bedoeling van de aanvrager van de omgevingsvergunningsaanvraag voor het verkavelen van gronden is het zonder kosten voor de gemeente afstaan van een stuk grond aan het openbaar wegdomein en de vastlegging van de rooilijn langs de Pastorijstraat waaraan de verkaveling grenst.              

Lot 5  kan worden beschreven als ±00a71ca groot, rechthoekig van vorm en bestemd voor kosteloze grondafstand. De gemiddelde breedte bedraagt ±1,12 meter en de geschatte lengte betreft ±62,56 meter volledig gelegen langs de Pastorijstraat. Volgens het plan van landmeter Jan Foqué bvba zal lot 5 zonder kosten voor de gemeente aan de gemeente Boortmeerbeek worden afgestaan om gevoegd te worden bij het openbaar wegdomein. Voor dit gedeelde van het plangebied wordt de rooilijn van de Pastorijstraat juridisch vastgelegd door middel van bijgevoegd rooilijnplan opgemaakt door landmeter Jan Foqué bvba.

 

Het voornemen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, meer bepaald de voorliggende kosteloze grondafstand, geeft uitvoering aan artikel 3 (doelstellingen) en aan artikel 4 (principes) van het Decreet houdende de Gemeentewegen van 3 mei 2019 en wordt aan deze artikels getoetst.

 Artikel 3 

o Door het inlijven van het voorgestelde lot 5 bij de openbare wegenis wordt de berm gelegen in de Pastorijstraat eigendom van de gemeente Boortmeerbeek. De berm kan hierdoor onderhouden worden door de gemeente Boortmeerbeek, waardoor deze ook beter betreedbaar zal zijn. De Pastorijstraat is een belangrijke verbindingsweg voor de zwakke weggebruiker tussen de Rijmenamsebaan en het centrum van Boortmeerbeek.

 

 Artikel 4 

o 1° : De meerwaarde voor de gemeente is enerzijds te zoeken in de mogelijkheid tot het gemeentelijk beheer van de bermen met de positieve effecten hiervan gelegen tegen parkgebied die met het beter beheer van deze berm samengaan. Ten tweede stelt de verwerving van de berm van de Pastorijstraat de gemeente Boortmeerbeek in staat om een groter gedeelte van de openbare wegenis in openbaar gebruik te nemen.

o 2° : De gemeenteweg beter gekend als de Pastorijstraat wordt verder versterkt door de voorgestelde kosteloze grondafstand. Zie ook 1°.

o 3° De voorgestelde maatregel houdt geen wijziging van de ontsluiting van aanpalende percelen in. Inzake verkeersveiligheid worden met deze maatregel geen knelpunten inzake verkeersveiligheid opgelost.  De gebruiker heeft echter wel de mogelijkheid de gekende hoofdwegen te verlaten en te kiezen voor een autoluwe verbindingsweg.

o 4° : Gelet op de specifieke ligging is de inpassing van de voorgestelde maatregel in een  gemeentegrensoverschrijdend perspectief eerder beperkt.

o 5° : De maatregel doet geen afbreuk aan de verschillende planinitiatieven van het college van burgemeester en schepenen maar ondersteunt eerder de duurzame ruimtelijke ontwikkeling in de gemeente Boortmeerbeek én houdt rekening met de noden van de huidige en de toekomstige generaties.

 

Deze grondafstand moet uiterlijk bij de eerste verkoop of bebouwing van een bouwlot gebeuren en dit bij het verlijden van de akte. De verkavelaar moet een negatief bodemattest, afgeleverd door OVAM, voorleggen bij de overdracht.

 

Tijdens het openbaar onderzoek, dat gelopen heeft van 17 juli 2020 tot en met 15 juli 2020, werden geen bezwaren ingediend die betrekking hebben op het wegenisdossier of in verband kunnen gebracht worden met de beoordelingsgronden opgesomd in art. 3 en 4 van het decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019.

 

Artikel 16 en artikel 20 van het decreet houdende de gemeentewegen bepalen dat het rooilijnplan, respectievelijk het grafisch plan, de eventuele waardevermeerdering bevat. Blijkens het gewoonterecht wordt er aan eigenaar dewelke zijn of haar grond kosteloos afstaat aan de gemeente niet gevraagd de geschatte meer- of minwaarde te moeten vergoeden. De meer-  of minwaarde wordt bij kosteloze grondafstand als 0,00 EUR geschat.

 

Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

BESLUIT: eenparig.
 

art. 1

De aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg zoals aangeduid op het bijgevoegde verkavelingsontwerp van 17 juni 2020 van landmeter Jan Foqué, zoals gevoegd bij de omgevingsvergunningsaanvraag voor het verkavelen van gronden met kenmerk OMV_2020082058 (OMV2020/00124VK) goed te keuren.             

Lot 5 dat kan worden beschreven als een kavel van ±00a71ca groot, rechthoekig van vorm en bestemd voor kosteloze grondafstand. De gemiddelde breedte van het lot bedraagt ±1,12 meter en de geschatte lengte ±62,56 meter volledig gelegen langs de Pastorijstraat. Het lot zal volgens het plan van  landmeter Jan Foqué zonder kosten voor de gemeente aan de gemeente Boortmeerbeek worden afgestaan om gevoegd te worden bij het openbaar wegdomein.

 

art. 2  

De rooilijn voor het gedeelte van de Pastorijstraat waarop het rooilijnplan van 17 juni 2020 van landmeter Jan Foqué zoals gevoegd bij de omgevingsvergunningsaanvraag voor het verkavelen van gronden met kenmerk OMV_2020082058 (OMV2020/00124VK) wordt vastgelegd volgens datzelfde rooilijnplan.

 

art. 3

De verkavelaar moet een negatief bodemattest voorleggen dat betrekking heeft op de hierbij af te stane gronden, afgeleverd door OVAM.

De afstanddoener verklaart dat hij geen weet heeft van bodemverontreiniging die schade kan berokkenen aan het gemeentebestuur van Boortmeerbeek of aan derden, of die aanleiding kan geven tot een saneringsverplichting, tot gebruikersbeperkingen of tot andere maatregelen die de overheid in dit verband kan opleggen.

 

art. 4

De grondafstand moet uiterlijk bij de eerste verkoop of bebouwing van een bouwlot gebeuren en dit bij het verlijden van de desbetreffende akte.

Alle kosten, rechten en honoraria verbonden aan deze grondafstand zijn ten laste van de verkavelaar.

De verkavelaar moet een afschrift van de notariële akte te bezorgen aan de gemeente Boortmeerbeek om aan te tonen dat deze voorwaarde werd nageleefd.

 

art. 5

Tegen dit besluit van de gemeenteraad kan binnen de 30 dagen in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering. De procedure van dit beroep verloopt volgens art. 31/1 van het Omgevingsdecreet.

 

art. 6 

Dit besluit van de gemeenteraad is nietig:

         wanneer de omgevingsvergunningsaanvraag voor het verkavelen van gronden met dossiernummer OMV_2020082058 (OMV2020/00124VK) niet wordt verleend, of wanneer deze in administratief of jurisdictioneel beroep wordt vernietigd;

         wanneer het voorwerp van de omgevingsvergunning niet binnen de in de vergunning voorziene of wettelijke termijn wordt gerealiseerd.

 

Publicatiedatum: 31/03/2021
Overzicht punten

Zitting van 22 02 2021

 

 

Openbare zitting

 

Actieplan PBW 2021 en goedkeuring globaal preventieplan 2020-2025

 

Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 28 september 2020 met betrekking tot de goedkeuring van het actieplan PBW 2020 - 2021;

 

Gelet op het aangepast ontwerp van actieplan PBW 2021 zoals opgesteld door de interne preventieadviseur van Interleuven;

 

Gelet op de bespreking van het actieplan PBW 2021 in de schoot van het HOCBOC van 21 januari 2021;

 

Gelet op het voorstel van het beheerscomité Welzijn & Preventie Interleuven over de gezamenlijke thema's voor het actieplan PBW 2021;

 

Gelet op het voorstel van het college van burgemeester en schepenen van 8 februari 2021 tot vaststelling van het actieplan PBW 2021;

 

Overwegende de noodzaak de rechtspositieregeling (RPR) en het arbeidsreglement te actualiseren;

 

Overwegende dat ingevolge het verslag van de arbeidsinspectie het noodzakelijk is bijzondere aandacht te schenken aan aspecten van het psychosociaal welzijn binnen de organisatie;

 

Overwegende dat het hierdoor wenselijk is ook het globaal preventieplan 2020-2025 te actualiseren;

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

BESLUIT: eenparig.
 

art. 1

Het actieplan PBW 2021 als volgt vast te stellen:

1. Opleiding aanslaan van lasten (G + anderen indien van toepassing) 

2. Risicoanalyse opladen van li-ion batterijen (samen met besturen aangesloten bij Interleuven) 

3. Eigen punt(en): 

     - actualisatie RPR en arbeidsreglement
     - opvolging actiepunten verslag arbeidsinspectie 

4. Verderzetting actieplan PBW 2020 

5. PBW-opleiding (vijfdaagse) plaatselijke contactpersonen PBW en leidinggevenden 

6. Specifiek actieplan PBW 2021 gemeente en OCMW Boortmeerbeek geformuleerd in globaal preventieplan 2021-2025

 

art. 2

Het geactualiseerde globaal preventieplan 2021 - 2025 goed te keuren.

 

Publicatiedatum: 31/03/2021
Overzicht punten

Zitting van 22 02 2021

 

 

Openbare zitting

 

Reglement verblijfplaatsenonderzoek

 

Overwegende dat volgende feiten en context van de basis van de beslissing vormen:

"Het komt de gemeenten toe de modaliteiten te bepalen volgens de welke de woonstcontroles in het kader van een verblijfplaatsonderzoek moeten verricht worden.  De lokale politie steunt het bepalen van een eenduidige strategie met betrekking tot het uitvoeren van de woonstcontroles en het vastleggen van uniforme verslagen binnen de politiezone Boortmeerbeek - Haacht - Keerbergen.  

De gemeenteraad is bevoegd voor het opmaken van de gemeentelijke reglementen van inwendig bestuur en kan bijgevolg de modaliteiten bepalen volgens dewelke de woonstcontroles worden verricht; 

De lokale overheid moet een onderzoek naar de reële verblijfplaats uitvoeren.  In de Algemene Onderrichtingen betreffende het houden van de  bevolkingsregisters van 31 maart 2019 wordt dit onderzoek in beginsel toevertrouwd aan de lokale politie;

Om een goede samenwerking tussen de lokale politie en het gemeentebestuur te bevorderen dienen er formele afspraken te worden gemaakt betreffende de uitvoering van het onderzoek naar de werkelijke verblijfplaats van personen en gezinnen op het grondgebied van de gemeente.  Dit in overeenstemming met de omzendbrief van 30 augustus 2013 met betrekking tot de aandachtspunten voor een correcte registratie in de bevolkingsregisters, het oordeelkundig toepassen van de afvoering van ambtswege en de strijd tegen domiciliefraude;

De diensten Burgerzaken van de gemeente Haacht en  Boortmeerbeek binnen de politiezone Boortmeerbeek-Haacht-Keerbergen stelden een gezamenlijk 'reglement inwendig bestuur betreffende het onderzoek naar de werkelijke verblijfplaats van personen op het grondgebied' op, en dit conform de geldende wetgeving en onderrichtingen;

Eind januari 2021 werd in Haacht en Boortmeerbeek de digitale woonstcontrole geïmplementeerd.  Het reglement dat wordt opgesteld in functie van het nieuwe digitale werken werd besproken met de commissaris en coördinator informatie- en technologiegestuurde politie van de zone Boortmeerbeek-Haacht-Keerbergen en heeft tot doel om binnen de politiezone op een uniforme manier te kunnen werken;"

 

Gelet op de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988, artikel 119 (en latere wijzigingen);

 

Gelet op de Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang, het verblijf, de vestiging en de

verwijdering van vreemdelingen, artikel 12;

 

Gelet op de Wet van 19 juli 1991 (B.S. 3 september 1991) betreffende de bevolkingsregisters, de

identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet

van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;

 

Gelet op het Koninklijk Besluit van 16 juli 1992 (B.S. 15 augustus 1992) betreffende de

bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister;

 

Gelet op de ministeriële omzendbrief van 7 oktober 1992 betreffende het houden van de

bevolkingsregisters  en het vreemdelingenregister (de algemene onderrichtingen), gecoördineerde

versie van 31 maart 2019;

 

Gelet op de ministeriële omzendbrief van de FOD Binnenlandse Zaken van 30 augustus 2013 met

betrekking tot de aandachtspunten voor een correcte registratie in de bevolkingsregisters, het

oordeelkundig toepassen van de afvoering van ambtswege en de strijd tegen de domiciliefraude;

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

BESLUIT: eenparig.
 

Inwendig reglement betreffende de modaliteiten van het onderzoek naar de werkelijke verblijfplaats van personen en gezinnen op het grondgebied van de gemeente Boortmeerbeek

 

Hoofdstuk 1: Aangifte van de adreswijziging

 

Artikel 1

Iedereen die zijn hoofdverblijfplaats wil vestigen in Boortmeerbeek moet dit aangeven bij de dienst Burgerzaken. De aangifte moet gebeuren binnen de acht werkdagen nadat de nieuwe woning effectief betrokken werd.

 

Artikel 2

Elke Belg en elke niet-Belg die reeds beschikt over een rijksregisternummer kan een aangifte van adreswijziging indienen

- via het e-loket op de gemeentelijke website www.boortmeerbeek.be – aangifte adreswijziging

- aan het loket van dienst Burgerzaken;

- per mail (burgerzaken@boortmeerbeek.be) of per brief met vermelding van alle rijksregisternummers van alle personen die mee verhuizen.

 

Artikel 3

Niet-Belgen die voor het eerst een inschrijving vragen melden zich persoonlijk bij de dienst burgerzaken.

 

Hoofdstuk 2: Verblijfplaatsonderzoek

 

Artikel 4

Het gemeentebestuur legt de modaliteiten vast van het onderzoek naar de hoofdverblijfplaats van personen of gezinnen op het grondgebied Boortmeerbeek. Het college van burgemeester en schepenen bepaalt de vorm en de inhoud van het onderzoeksverslag.

 

Artikel 5

Het onderzoek van de reële verblijfplaats van een persoon die zijn hoofdverblijfplaats in Boortmeerbeek vestigt, wordt uitgevoerd door Politiezone Boortmeerbeek/Haacht/Keerbergen binnen de vijftien werkdagen na de aangifte.

 

Hoofdstuk 3: Onderzoeksverslag

 

Artikel 6

De lokale politie stelt een onderzoeksverslag op van zijn vaststellingen in de digitale toepassing.

 

Dit verslag moet conform de algemene onderrichtingen volgende gegevens bevatten:

- Data en uren waarop de controles hebben plaatsgevonden;

- Identiteit van de aangetroffen personen;

- De vaststellingen waaruit blijkt dat de betrokkenen effectief hun hoofdverblijfplaats hebben op

  het in de aangifte vermelde adres;

- De gezinssamenstelling van de betrokkenen, wie is de referentiepersoon;

- Eventuele relevante opmerkingen over de woning zelf;

- Conclusies van het onderzoek;

- Motivering in geval van negatieve vaststelling;

- Datum van het verslag;

- Naam en graad van de politieambtenaar die het onderzoek heeft gevoerd;.

 

Hoofdstuk 4: Effectieve inschrijving

 

Artikel 7

Na afloop van het verblijfplaatsonderzoek, en binnen de maand na de datum van aangifte, geeft de dienst Burgerzaken aan de gemeente van de vorige verblijfplaats ofwel kennis dat betrokkene ingeschreven is in de registers ofwel dat zijn aanvraag tot inschrijving geweigerd is. De eventuele beslissing tot niet-inschrijving moet met redenen omkleed worden en ter kennis gebracht worden van betrokkene.

 

Artikel 8

De datum van inschrijving stemt overeen met de datum waarop de aangifte van verandering van hoofdverblijfplaats werd verricht.

Wanneer de aangifte van verblijfsverandering schriftelijk gebeurt, dan is de datum van inschrijving de datum van ontvangst door de gemeente van het schrijven van de burger waarbij de verblijfsverandering wordt gemeld.

Wanneer de aangifte van verblijfsverandering gebeurt per e-mail of e-loket, dan is de datum van inschrijving de datum van kennisneming hiervan door de gemeente.

 

Hoofdstuk 5: Adreswijziging van een niet-ontvoogde minderjarige

 

Artikel 9

De minderjarige wordt ingeschreven op het adres waar hij zijn hoofverblijfplaats heeft, d.w.z. de plaats waar hij effectief verblijft gedurende het grootste deel van het jaar.

Het gaat om een louter feitelijke aangelegenheid. De hoofdverblijfplaats wordt vastgesteld op grond van objectieve materiële of feitelijke gegevens, en niet in functie van afgelegde verklaringen of het akkoord van de ouders of één van hen om op een bepaald adres te worden ingeschreven.

 

Artikel 10

Als de ouders niet samenleven verwittigt de gemeente de andere ouder per aangetekende brief van de adreswijziging. Indien de andere ouder in het buitenland woont of ambtshalve is afgevoerd, dan wordt er geen brief gestuurd.

De ouder aan wie kennis werd gegeven van de aangifte van de overbrenging van de hoofdverblijfplaats van zijn/haar minderjarig kind beschikt dan over een termijn van 15 kalenderdagen na ontvangst van deze kennisgeving om desgevallend een afschrift voor te leggen van de gerechtelijke uitspraak waarbij hem/haar het exclusief ouderlijk gezag werd toegewezen of om aan te tonen dat de andere ouder uit het ouderlijke gezag werd ontzet.

In dat geval zal de adreswijziging niet worden uitgevoerd.

 

Artikel 11

Wanneer de ouders niet samenleven en de niet-ontvoogde minderjarige op een gelijkmatig verdeelde wijze verblijft bij elk van beide ouders (systeem van het verblijfsco-ouderschap), dan is het niet mogelijk om te bepalen bij welke ouder de minderjarige effectief verblijft gedurende het grootste gedeelte van het jaar.

De inschrijving van de niet-ontvoogde minderjarige gebeurt dan op basis van hetzij het wederzijds akkoord van de beide ouders, hetzij de laatste gerechtelijke beslissing tot gelijkmatig verdeelde huisvesting, hetzij de laatste notariële akte tot gelijkmatig verdeelde huisvesting.

Bij gebrek aan een akkoord, een gerechtelijke beslissing of een notariële akte blijft de niet-ontvoogde minderjarige ingeschreven aan het adres van de laatste hoofdverblijfplaats.

Indien het niet mogelijk blijkt om de inschrijving van de niet-ontvoogde minderjarige te regelen volgens de voormelde modaliteiten dan gebeurt deze aan het adres van de hoofdverblijfplaats van de ouder die de kinderbijslag ontvangt in afwachting dat de hoven en rechtbanken een uitspraak doen terzake.

 

Hoofdstuk 6: Inschrijving van ambtswege

 

Artikel 12

Het onderzoek naar de werkelijke verblijfplaats kan ook gevoerd worden op initiatief van de lokale politie of op verzoek van de ambtenaar van de Burgerlijke Stand. Dit gebeurt als er een vermoeden is dat een persoon of een gezin zich gevestigd heeft op het grondgebied van Boortmeerbeek, zonder hiervan aangifte te doen.

In dergelijk geval zal de lokale politie betrokkene(n) oproepen om de nodige stappen te ondernemen om de aangifte van adreswijziging te doen en zo de toestand te regulariseren. Tevens ontvangt betrokkene van de dienst Burgerzaken een aangetekende brief met de vraag aangifte van adreswijziging te doen.

Als de lokale politie later vaststelt dat betrokkene geen gevolg geeft aan deze oproep, dan stelt hij een verslag van ambtshalve inschrijving op.

 

Artikel 13

Wanneer betrokkene geen gevolg geeft aan de oproep, schrijft het college van burgemeester en schepenen hem in op de datum waarop zijn aanwezigheid in de gemeente werd vastgesteld. Deze datum staat vermeld in het verslag van de ambtenaar van de burgerlijke stand, die zich baseert op het onderzoeksverslag van de wijkagent.

 

De beslissing van het college van burgemeester en schepenen over de inschrijving van ambtswege wordt door de ambtenaar van de Burgerlijke Stand gemotiveerd en aangetekend verstuurd naar betrokkene.

 

Hoofdstuk 7: Vertrek zonder aangifte en afvoering van ambtswege

 

Artikel 14

Wanneer uit onderzoek naar de werkelijke verblijfplaats blijkt dat betrokkene niet op het aangegeven adres verblijft en de nieuwe verblijfplaats niet achterhaald kan worden, dan zal de lokale politie de afvoering van ambtswege voorstellen.

 

Artikel 15

De ambtenaar van de Burgerlijke Stand dient, op het moment dat het dossier wordt ingediend met het oog op een beslissing tot ambtshalve afvoering, een ultieme poging te ondernemen om na te gaan of er een mogelijke hoofdverblijfplaats gekend is. Dit moet blijken uit de argumentatie: gemotiveerd verslag van de lokale politie, ultieme raadpleging van de Sidis databank, ultieme controle van het Rijksregister.

Alvorens over te gaan tot de afvoering van ambtswege, dient de wijkagent zich ervan te vergewissen dat betrokkene niet opgesloten is in een strafinrichting of in een instelling voor sociale bescherming.

 

Artikel 16

Als uit onderzoek blijkt dat betrokkene zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd op een ander adres in Boortmeerbeek, dan meldt de lokale politie dit aan de dienst Burgerzaken en wordt een eventuele schrapping uitgesteld tot na het onderzoek van de lokale politie die belast wordt met het onderzoek.

 

Als uit onderzoek blijkt dat betrokkene zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd in een andere gemeente, dan brengt de ambtenaar van de Burgerlijke Stand de andere gemeente hiervan op de hoogte via een model 6 en wordt een eventuele schrapping uitgesteld tot na het onderzoek in de andere gemeente.

 

Artikel 17

De afvoering is een uitzonderingsmaatregel en kan slechts uitgevoerd worden als er geen andere oplossing mogelijk blijkt.

 

Artikel 18

De lokale politie zal de afvoering van ambtswege ook voorstellen in volgende gevallen:

- Betrokkene heeft zich in het buitenland gevestigd en bevindt zich niet in een situatie van tijdelijke

afwezigheid;

- Betrokkene is ingeschreven op een referentieadres bij een natuurlijke persoon, maar voldoet niet

meer aan de voorwaarde voor dergelijke inschrijving omdat de natuurlijke persoon van adres is

veranderd, overleden is of ambtshalve afgevoerd;

- Vreemde onderdanen die hun recht of toelating tot verblijf van meer dan 3 maanden of tot

vestiging verloren hebben.

 

Wanneer betrokkene is ingeschreven op een referentieadres van het OCMW, dan volstaat een voorstel van het Vast Bureau.

 

Artikel 19

Alvorens effectief te beslissen tot een ambtshalve afvoering, stuurt de gemeente per aangetekende brief een kennisgeving naar betrokkene op het adres waarop de ambtshalve afvoering betrekking heeft. Met deze kennisgeving wordt betrokkene uitgenodigd naar de dienst Burgerzaken om zijn verblijfstoestand te bespreken.

 

Artikel 20

Wanneer betrokkene zich niet aanbiedt bij de dienst Burgerzaken en uit het onderzoeksrapport van de lokale politie blijkt dat betrokkene geen belangen meer heeft op het adres, dan schrijft het college van burgemeester en schepenen hem af op datum van de collegebeslissing.

 

Artikel 21

Nadat het college van burgemeester en schepenen heeft beslist tot een ambtshalve afvoering stuurt de gemeente per aangetekende brief een kennisgeving naar betrokkene op het adres waarop de ambtshalve afvoering betrekking heeft. Met deze kennisgeving wordt betrokkene in kennis gesteld van de verdere opties.

 

Hoofdstuk 8: Referentieadres

 

Artikel 22

Onder referentieadres wordt verstaan het adres van

- ofwel een natuurlijke persoon die is ingeschreven in de bevolkingsregisters op de plaats waar hij zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd;

- ofwel een rechtspersoon waar, met de toestemming van deze natuurlijke persoon of rechtspersoon een natuurlijke persoon zonder vaste verblijfplaats is ingeschreven.

 

De natuurlijke persoon of de rechtspersoon die de inschrijving van een andere persoon aanvaardt als referentieadres, verbindt zich ertoe daar alle voor die persoon bestemde post of alle administratieve documenten te laten toekomen.

 

De inschrijving op een referentieadres is beperkt tot het adres dat in de aanvraag en in de toestemming is opgegeven.

In geval van adreswijziging van de verstrekker van het referentieadres, moet een nieuwe aanvraag worden ingediend.

 

Artikel 23

De mogelijkheid om op een referentieadres ingeschreven te worden, is strikt beperkt tot de hierna vermelde categorieën:

- Personen die in een mobiele woning verblijven;

- Personen die bij gebrek aan voldoende bestaansmiddelen geen hoofdverblijfplaats (meer) hebben;

- Gedetineerden die niet voldoen aan de voorwaarden voor een tijdelijke afwezigheid;

- Personen die maximaal één jaar afwezig zijn voor beroeps- of studieredenen en geen hoofdverblijfplaats hebben;

- Het militair personeel en burgerpersoneel van de Belgische strijdkrachten dat in het buitenland gestationeerd is, de militairen die in het buitenland gedetacheerd zijn, hetzij bij               internationale of supranationale organismen, hetzij een militaire basis in het buitenland, alsook de leden van hun gezin, voor de duur van hun stationering of detachering;

- De personeelsleden van de federale politie die afwezig zijn uit het Koninkrijk, alsook de leden van hun gezin, die ofwel het militaire personeel en burgerpersoneel van de Belgische strijdkrachten in het buitenland begeleiden, ofwel een speciale opdracht vervullen in het buitenland, voor de duur van hun begeleiding of opdracht;

- De dienstplichtigen onder de wapens en de gewetensbezwaarden voor de duur van hun dienst, de dienstplichtigen die vrijstelling van militaire dienst genieten krachtens artikel 16 van de op 30 april 1962 gecoördineerde dienstplichtwetten, voor de duur van hun dienst of hun coöperatieopdracht;

- De federale, gewestelijke en gemeenschapsambtenaren die een functie opnemen op een Belgische diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland, alsook de leden van hun gezin, op voorwaarde dat zij een hiërarchische band hebben met het posthoofd en dat zij ingeschreven worden op de diplomatieke lijsten van de voornoemde vertegenwoordiging, voor de duur van hun opdracht;

- De personen die op coöperatieopdracht gestuurd worden door verenigingen die erkend zijn krachtens de wet van 19 maart 2013 betreffende de Belgische ontwikkelingssamenwerking, alsook de leden van hun gezin, voor de duur van hun coöperatieopdracht.

 

Artikel 24

Voor een inschrijving op referentieadres bij het OCMW is enkel een beslissing nodig van het Vast Bureau. Er is geen controle nodig door de lokale politie.

 

Artikel 25

Het college van burgemeester en schepenen is gelast met de afvoering van ambtswege van personen die ingeschreven zijn op een referentieadres wanneer ze niet meer voldoen aan de voorwaarden voor deze inschrijving en wanneer de verblijfstoestand niet kan geregulariseerd worden.

 

Hoofdstuk 9: Voorlopige inschrijving

 

Artikel 26

Wanneer personen om hun inschrijving verzoeken in gebouwen waar permanente bewoning niet is toegelaten om reden van veiligheid, gezondheid, urbanisme of ruimtelijke ordening, dient bijzondere aandacht besteed te worden aan de controle van de hoofdverblijfplaats. In sommige gevallen bestaat de hoofdverblijfplaats nog in een andere gemeente. Wanneer vastgesteld wordt dat betrokkene er wel degelijk zijn hoofdverblijfplaats heeft, dan wordt hij door de gemeente voorlopig ingeschreven aan dat adres in de bevolkingsregisters.

 

Artikel 27

Bij een voorlopige inschrijving worden regionale, strafrechtelijke en administratieve procedures opgestart die voorzien zijn in de reglementering die een normale inschrijving niet toestaat.

De voorlopige inschrijving blijft voorlopig zolang de terzake bevoegde administratieve of gerechtelijke instantie geen enkele beslissing genomen heeft om een einde te stellen aan de geschapen onregelmatige situatie.

Ze houdt geen legalisering van de situatie in en stelt de betrokkenen niet vrij van hun strafrechtelijke verantwoordelijkheid. De gerechtelijke en administratieve procedures kunnen altijd opgestart of verdergezet worden, zelfs na de definitieve inschrijving.

 

Artikel 28

De voorlopige inschrijving neemt een einde zodra de betrokkenen de woning hebben verlaten of zodra een einde wordt gesteld aan de onrechtmatige toestand.

 

Hoofdstuk 10: Tijdelijke afwezigheid

 

Artikel 29

Een tijdelijke afwezigheid wordt gedefinieerd als ‘het feit van niet effectief te verblijven op zijn hoofdverblijfplaats tijdens een bepaalde periode, waarbij er voldoende belangen behouden worden die aantonen dat de reïntegratie in de hoofdverblijfplaats op elk moment mogelijk is’.

 

Artikel 30

Bij een tijdelijke afwezigheid kan de bestaande inschrijving in de bevolkingsregisters worden behouden. Een voorafgaande inschrijving in de bevolkingsregisters op een hoofdverblijfplaats is dus een vereiste die bij de aanvraag van de tijdelijke afwezigheid moet vervuld zijn.

 

Artikel 31

De burger heeft de mogelijkheid en wordt sterk aanbevolen om elke tijdelijke afwezigheid van meer dan drie maanden aan te geven bij de  dienst Burgerzaken. Hij vult het daartoe bestemde formulier in.

 

Artikel 32

Een tijdelijke afwezigheid mag niet langer duren dan een jaar.

Ze kan éénmaal verlengd worden, waardoor men uiteindelijk gedurende twee jaar afwezig kan zijn. De burger die de tijdelijke afwezigheid voor een bijkomend jaar wenst te verlengen, moet een tweede aangifte doen bij de gemeente Boortmeerbeek. Als hij dit niet doet dan loopt hij het risico op ambtshalve afvoering.

 

Artikel 33

Er kan in bijzondere situaties afgeweken worden van het principe van de beperkte duur van de tijdelijke afwezigheid, als dat bij de gemeente aangegeven wordt. De burger moet de redenen die de afwezigheid verantwoorden invullen op het daartoe bestemde formulier. Nalatigheid kan leiden tot een afvoering van ambtswege.

 

Artikel 34

De voormelde voorwaarden inzake de duur en de verlenging van de tijdelijke afwezigheid gelden niet in de volgende gevallen:

- Personen die op het Belgisch grondgebied verblijven in verpleeginrichtingen en andere openbare en private instellingen die zieken opvangen, rusthuizen, rust- en verzorgingstehuizen, ziekenhuizen of gedeelten van ziekenhuizen, gelijkgesteld met rust- en verzorgingstehuizen, psychiatrische instellingen. Personen die op het Belgisch grondgebied geplaatst werden bij particulieren voor de duur van hun verblijf met therapeutische en/of medische hulpverleningsdoeleinden;

- Personen die opgesloten zijn in strafinrichtingen en inrichtingen voor sociaal verweer, voor de duur van hun opsluiting;

- Minderjarigen die door de jeugdrechter in een gemeenschapsinstelling geplaatst zijn of in de gevangenis, voor de ganse duur van hun plaatsing;

- Het Belgisch militair personeel en burgerpersoneel van het Belgisch leger in het buitenland, de militairen bij internationale of supranationale organismen en de leden van hun gezin, tijdens de ganse duur van hun stationering aldaar;

- De personeelsleden van de federale politie in het buitenland en de leden van hun gezin, tijdens de ganse duur van hun opdracht;

- De dienstplichtigen onder de wapens en de gewetensbezwaarden voor de duur van hun dienst;

- De federale, gewestelijke en gemeenschapsambtenaren die een functie opnemen op een Belgische diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland en de leden van hun gezin tijdens de ganse duur van de opdracht.

- De personen die op coöperatieopdracht gestuurd worden door verenigingen (NGO’s) die erkend zijn door het Belgisch departement ontwikkelingssamenwerking en de leden van hun gezin voor de ganse duur van hun opdracht;

- De personen die verdwenen zijn sinds zes maanden of langer, gesignaleerd aan de politie. De tijdelijke afwezigheid eindigt met de terugkeer of met de vaststelling van het overlijden;

- De personen die, in het kader van beroepsactiviteiten, een specifiek werk of een bepaalde opdracht uitvoeren in een andere gemeente of in het buitenland en de leden van hun gezin voor de ganse duur van hun werk of opdracht;

- De leerlingen en studenten ouder dan zestien jaar die financieel nog ten laste zijn van hun ouders, voor de ganse duur van hun studies in België of in het buitenland.

 

Artikel 35

De tijdelijke afwezigheid eindigt:

- Indien de aanleiding ervoor ophoudt te bestaan;

- Indien de hoofdverblijfplaats betrokken of gebruikt wordt door nieuwe inwoners, al dan niet tijdelijk;

- In geval van een klaarblijkelijk einde van de band met het gezin waarvan de betrokkene deel uitmaakte;

- Zodra de betrokkene meldt dat hij zich opnieuw heeft gevestigd op de hoofdverblijfplaats;

- Wanneer de verlenging ervan niet werd aangegeven;

- Wanneer de betrokkene vraagt om een effectieve inschrijving aan het adres waar hij verblijft, of om een afvoering naar het buitenland.

 

Indien de gemeente geen informatie heeft betreffende de (nieuwe) hoofdverblijfplaats van de betrokkene, dan wordt de procedure opgestart om hem van ambtswege af te voeren.

 

Hoofdstuk 11: Verhuis naar het buitenland:

 

Artikel 36

Bij verhuis naar het buitenland moet betrokkene hiervan aangifte doen bij de dienst Burgerzaken. Dit kan door persoonlijke aangifte aan het loket of per e-mail. Bij aangifte per mail, dient er een kopie van de voor- en achterkant van de identiteitskaart bezorgd te worden.

 

Hoofdstuk 12: Betwisting

 

Artikel 37

Betrokkene kan zijn bezwaren betreffende een inschrijving of afvoering van ambtswege schriftelijk meedelen aan:

Algemene Directie Instellingen en Bevolking

Park Atrium, Koloniënstraat 11

1000 Brussel

callcenter.rrn@rrn.ibz.fgov.be

 

Dit volgens de modaliteiten vermeld in de aangetekende brief die betrokkene ontvangt.

 

Artikel 38

Betwistingen betreffende de werkelijke hoofdverblijfplaats vallen eveneens onder de bevoegdheid van de minister van Binnenlandse Zaken.

 

Hoofdstuk 13: Inwerkingtreding

 

Artikel 39

Dit reglement is van kracht vanaf de vijfde dag na de bekendmaking via publicatie op de gemeentelijke webtoepassing.

 

Publicatiedatum: 31/03/2021
Overzicht punten

Zitting van 22 02 2021

 

 

Openbare zitting

 

Samenwerkingsovereenkomst IPKC Vlaams-Brabant

 

Overwegende dat volgende motivatie voor een samenwerking met het Interprovinciaal Kenniscentrum kan worden beschreven:

 

FEITEN EN CONTEXT

"In de 5 Vlaamse provincies is er heel wat kennis over milieu- en aanverwante thema’s aanwezig.  Al sinds 2013 maken de provincies onderling gebruik van die bestaande expertise onder de noemer van het Interprovinciaal Kenniscentrum voor Milieu (IPKC). In 2016 sloten de 5 Vlaamse provincies een overeenkomst af met elkaar waardoor deze interprovinciale samenwerking officieel werd.

De kennis en expertise aanwezig binnen het IPKC wordt nu ook ter beschikking gesteld van de gemeenten.

De provincieraad van Vlaams-Brabant keurde op 10 november 2020 een voorstel van een overeenkomst met de Vlaams-Brabantse gemeenten goed. Na ondertekening  loopt de samenwerkingsovereenkomst tot 31 december 2021. De overeenkomst kan jaarlijks opgezegd worden; zo niet wordt ze stilzwijgend verleng tot 31 december van het volgend jaar.

Het aanbod van het IPKC wil focussen op diensten waarvan de gemeenten geen gebruik kunnen maken via het provinciaal aanbod van Vlaams-Brabant en/of via het aanbod van de streekintercommunales (Haviland en Interleuven). Hiermee worden voor de gemeenten niches opgevuld. Na ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst met de provincie kan  via het IPKC beroep gedaan worden op de kennis en de expertise bij een ander provinciebestuur. Dit wordt mogelijk gemaakt doordat er tussen de 5 Vlaamse provincies onderling al een overeenkomst bestaat.

De ondertekening van deze overeenkomst met de provincie is gratis en houdt voor de gemeente Boortmeerbeek  geen enkele verplichting in. Het staat nog altijd volledig vrij om voor een bepaalde opdracht al dan niet gebruik te maken van deze dienstverlening.

 

Bij de overeenkomst horen twee bijlagen: een actielijst en enkele praktische afspraken. De actielijst geeft aan voor welke dienstverleningen een beroep kan worden gedaan op het IPKC. Deze actielijst kan in de loop van de tijd aangepast of geactualiseerd worden. De tweede bijlage bevat de praktische afspraken om van deze dienstverlening van het IPKC gebruik te kunnen maken."

 

Gelet op de goedkeuring van de Samenwerkingsovereenkomst voor uitwisseling van kennis en dienstverlening inzake milieu en aanverwante thema’s tussen de 5 Vlaamse provincies door de provincieraad van Vlaams-Brabant op 2 februari 2016;

 

Gelet op de goedkeuring van het voorstel van Samenwerkingsovereenkomst tussen de provincie Vlaams-Brabant en de gemeente betreffende de uitwisseling van kennis en dienstverlening inzake milieu en aanverwante thema’s door de provincieraad van Vlaams-Brabant op 10 november 2020;

 

Gelet op het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 25 januari 2021 betreffende het voorstel om aan te sluiten bij het IPKC;

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

BESLUIT: eenparig.
 

art. 1

De samenwerkingsovereenkomst betreffende de uitwisseling van kennis en dienstverlening inzake milieu en aanverwante thema’s met de provincie Vlaams-Brabant, samen met de actielijst en lijst met enkele praktische afspraken, goed te keuren en te ondertekenen.

 

art. 2

Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de verdere uitvoering van dit besluit.

 

art. 3

Een afschrift van dit besluit en twee origineel ondertekende exemplaren van de samenwerkingsovereenkomst zullen met de post voor verder gevolg aan Provincie Vlaams-Brabant, Dienst leefmilieu – IPKC, Provincieplein 1, 3010 Leuven bezorgd worden.

 

Publicatiedatum: 31/03/2021
Overzicht punten

Zitting van 22 02 2021

 

 

Openbare zitting

 

Samenwerkingsovereenkomst tussen Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten en haar leden

 

Gelet op de samenwerkingsovereenkomst tussen Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten en haar leden;

 

Overwegende dat de samenwerkingsovereenkomst tussen de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten en haar leden moet goedgekeurd worden waarin de activiteiten en de werking van zelfstandige groepering zonder rechtspersoonlijkheid worden vastgelegd;

 

Overwegende dat de werking van de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten luidens artikel 8 van de overeenkomst wordt opgevolgd door een stuurgroep;

 

Gelet op artikel 8.2. van de samenwerkingsovereenkomst waarin de bevoegdheden van de stuurgroep als volgt worden omschreven:

         De stuurgroep volgt de gemeenschappelijke dienstverlening en gewenst diensten binnen de specifieke doelstellingen van ZG IL OA op, evalueert de dienstverlening en bespreekt de uitbreiding ervan, doet suggesties omtrent uitvoering van de dienstverlening…

         De stuurgroep neemt kennis van de verdeling van de verstrekte diensten onder de leden.

         De stuurgroep wordt geïnformeerd over de personeelssamenstelling van het gemeenschappelijk personeel en het gevolgde personeelsbeleid;

 

Overwegende dat de stuurgroep minstens één keer per jaar samenkomt en een voorzitter en een ondervoorzitter onder de leden aanduidt;

 

Overwegende dat de stuurgroep wordt samengesteld uit een afgevaardigde van elk lid, welke een exclusiviteitsovereenkomst heeft afgesloten, waaronder de gemeente Boortmeerbeek en dit bij besluit van de gemeenteraad van 16 december 2019;

 

Overwegende dat de afgevaardigde van de gemeente bij voorkeur een lid van het college van burgemeester en schepenen is of de afgevaardigde van de gemeente in de raad van bestuur van Interleuven;

 

Gelet op de geheime stemming waarbij 22 stembiljetten in de stembus werden aangetroffen met volgend resultaat:

 vertegenwoordiger: Karin Derua    19 JA - 3 NEEN - 0 ONTHOUDING

 plaatsvervangend vertegenwoordiger: Maurice Vanmeerbeeck 

19 JA - 3 NEEN - 0 ONTHOUDING

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

BESLUIT: eenparig.
 

art. 1

De samenwerkingsovereenkomst tussen de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten en haar leden goed te keuren.

 

art. 2

Burgemeester Karin Derua aan te duiden als afgevaardigde van de stuurgroep voor de opvolging van de werking van de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten.

 

art. 3

Raadslid Maurice Vanmeerbeeeck aan te duiden als plaatsvervanger afgevaardigde van de stuurgroep voor de opvolging van de werking van de Zelfstandige groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten.

 

Publicatiedatum: 31/03/2021
Overzicht punten

Zitting van 22 02 2021

 

 

Openbare zitting

 

Samenwerkingsovereenkomst vaccinatiecentrum Kampenhout-Sas

 

Overwegende dat in het kader van de COVID19-pandemie een nationale vaccinatiecampagne wordt georganiseerd;

 

Overwegende dat in het Vlaamse Gewest de vaccinaties in principe per Eerstelijnszone worden georganiseerd;

 

Overwegende dat de gemeente Boortmeerbeek deel uitmaakt van de Eerstelijnszone Leuven-Noord waartoe de gemeenten Boortmeerbeek, Haacht, Holsbeek, Keerbergen, Rotselaar en Tremelo behoren;

 

Overwegende dat de gemeenten Boortmeerbeek, Haacht en Keerbergen omwille van de burgernabijheid en de bereikbaarheid evenwel gebruik wensen te maken van het vaccinatiecentrum Kampenhout-Sas;

 

Overwegende dat ook de gemeenten Kampenhout, Steenokkerzeel en Zemst van dit vaccinatiecentrum gebruik zullen maken;

 

Overwegende dat dit vaccinatiecentrum niet op het grondgebied van een van de gemeenten van de Eerstelijnzone Leuven-Noord gelegen is maar wel op het grondgebied van de Eerstelijnszone Bravio;

 

Overwegende dat het daarom wenselijk is een samenwerkingsovereenkomst af te sluiten tussen de gemeenten die gebruik zullen maken van het vaccinatiecentrum Kampenhout-Sas;

 

Gelet op het voorstel van samenwerkingsovereenkomst;

 

Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

BESLUIT: eenparig.
 

art. 1

De samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeenten Boortmeerbeek, Haacht, Kampenhout, Keerbergen, Steenokkerzeel en Zemst met betrekking tot de opbouw en beheer van het vaccinatiecentrum Kampenhout-Sas in het kader van de bestrijding van de COVID19-pandemie met volgende onderdelen en bijlagen, goed te keuren:

 

A. Samenwerkingsovereenkomst

Bijlage A1: overzicht budgetten Agentschap Zorg en Gezondheid met betrekking tot de werking van het Vaccinatiecentrum (infrastructuur en uitbating);

Bijlage A2: raming kosten voorbereiding, opstart, organisatie en werking Vaccinatiecentrum;

Bijlage A3: verloning ingeschakeld personeel;

Bijlage A4: overzicht potentieel te vaccineren inwoners (01.02.’21) Penhoudend bestuur en Partner-gemeenten.

 

B. Terbeschikkingstellingovereenkomst Belorta

Bijlage B: plannen ingebruikname

 

C. Terbeschikkingstellingsovereenkomst BRAVA

Bijlage C: plannen ingebruikname

 

D. Vrijwilligersovereenkomst

 

art. 2

Een afschrift van dit besluit over te maken aan de gemeenten Boortmeerbeek, Haacht, Kampenhout, Keerbergen, Steenokkerzeel en Zemst en aan de Eerstelijnszone Leuven-Noord.

 

Publicatiedatum: 31/03/2021
Overzicht punten

Zitting van 22 02 2021

 

 

Openbare zitting

 

Lastvoorwaarden en wijze van gunnen voertuig technische dienst

 

Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

 

Gelet op de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen

inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en

concessies, en latere wijzigingen;

 

Gelet op de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 42, § 1, 1° a) (de

goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van 139.000,00 EUR niet);

 

Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels

van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen;

 

Gelet op het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke

sectoren, en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 90, 1°;

 

Overwegende dat het aangewezen is om een nieuwe bestelwagen met open laadbak, dubbele cabine en kipper aan te kopen aangezien de huidige bestelwagen Volkswagen LT 46 van bouwjaar 2005 dateert en in de week van 12 januari 2021 in panne is gevallen;

 

Overwegende dat in het kader van de opdracht “Aankoop bestelwagen met open laadbak, dubbele

cabine en kipper ” een ontwerp van bestek met nr. 2021119 werd opgesteld;

 

Overwegende het advies van de Provincie dienst leefmilieu waarin gesteld wordt dat de minst schadelijke wagens de elektrische wagens zijn (op voorwaarde dat ze enkel 100% groene stroom verbruiken) en de auto's op waterstof. Vanaf de 3de plaats in het klassement volgen dan de wagens op diesel, vervolgens benzine en als laatste pas CNG. In het segment van bestelwagens met laadbak is het elektrische aanbod echter nog beperkt en behoorlijk duur. Daarom wordt gekozen om een diesel bestelwagen op te nemen in het bestek;

 

Overwegende dat de uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 41.322,31 EUR excl. btw of

50.000,00 EUR incl. 21% btw;

 

Gelet op het advies van de financieel directeur;

 

Overwegende dat daaruit blijkt dat in het meerjarenplan 2020-2025 geen investeringsbudget is opgenomen voor aankoop van wagens waardoor de bevoegdheid tot goedkeuring van de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van deze opdracht (voorwaarden en wijze van gunnen), toekomt aan de gemeenteraad, rekening houdende met het besluit van de gemeenteraad van 28 januari 2019 betreffende de delegatie van dagelijks bestuur;

 

Overwegende dat het te voorziene investeringskrediet zal voorzien worden door middel van een interne kredietverschuiving;

 

Overwegende dat het college van burgemeester en schepenen heden vastgesteld heeft dat de rapportering vanuit de garage die de herstelling zou doen van het bestaande voertuig in afwachting van de vervanging bepaalt dat tijdelijke herstelling geheel niet mogelijk is en daardoor het noodzakelijk zou zijn tijdelijk over te gaan tot huur van een voertuig;

 

Overwegende dat dit een zeer dure oplossing is;

 

Op voorstel van de voorzitter van de gemeenteraad een addendum toe te voegen waarbij de mogelijkheid gegeven wordt aan het college van burgemeester en schepenen via raamcontract een (vervroegde) aankoop te doen van een hybride bestelwagen;

 

Overwegende dat daartoe het raamcontract met referentie  2020/HFB/OP/70676 bij het facilitair bedrijf van de Vlaamse overheid over de openbare procedure voor de aankoop van bestelwagens – benzine, diesel en PHEV              Perceel 4: compacte bestelwagens MTM 2,5 – 3,5 ton, PHEV aangewend kan worden;

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

BESLUIT: 16 stemmen ja: Karin Derua, Michel Baert, Hans De Locht, Annick DeKeyser, Denis Bosny, Maurice Vanmeerbeeck, Audrey Bogaerts, Ann Sleyp, Ann Morissens, Wouter Decat, Sigrid Van Obbergen, Maria Luise Altmutter, Willy Stroobants, Gert Verschueren, Steven Michiels en Remi Serranne.
2 stemmen tegen: Bert Meulemans en Steven D'hont.
4 onthoudingen: Eddy Mortier, Hans Crol, Rodrigue Bijlsma en Regina Wolfs.
 

art. 1

De lastvoorwaarden en raming  voor de opdracht  “Aankoop bestelwagen met open laadbak, dubbele cabine en kipper ” worden goedgekeurd.

 

art. 2

De onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking voor de opdracht “Aankoop

bestelwagen met open laadbak, dubbele cabine en kipper ” wordt opgestart.

 

art. 3

Voor de aankoop van een hybride bestelwagen het raamcontract met referentie  2020/HFB/OP/70676 bij het facilitair bedrijf van de Vlaamse overheid over de openbare procedure voor de aankoop van bestelwagens – benzine, diesel en PHEV Perceel 4: compacte bestelwagens MTM 2,5 – 3,5 ton, PHEV aan te wenden.

 

art.4

Het te voorziene investeringskrediet zal voorzien worden door middel van een interne kredietverschuiving.

 

Publicatiedatum: 31/03/2021
Overzicht punten

Zitting van 22 02 2021

 

 

Openbare zitting

 

Kennisname verslag milieuadviesraad 9 november 2020

 

De gemeenteraad neemt kennis van het verslag van de milieuadviesraad van 9 november 2020.

 

Publicatiedatum: 31/03/2021
Overzicht punten

Zitting van 22 02 2021

 

 

Openbare zitting

 

Nood aan een koesterhuis?

 

VRAAG: Is het gemeentebestuur bereid contact op te nemen met de vzw Berrefonds met het oog op eventuele samenwerking?

Wil het gemeentebestuur initiatieven nemen om een koesterhuis in onze gemeente op te richten of te faciliteren? Of er een in samenwerking met andere gemeenten op te richten in onze regio?

Welke voorzieningen, welke ondersteuning wordt momenteel reeds geboden door onze gemeente aan ouders die een kind hebben verloren?

 

ANTWOORD: Momenteel is er geen koesterhuis in de gemeente, maar de thematiek is wel een beleidszorg. Er worden plannen om de herinrichting van de begraafplaats rond de kerk van Hever hiervoor in te richten, aangekondigd.

 

Publicatiedatum: 31/03/2021
Overzicht punten

Zitting van 22 02 2021

 

 

Openbare zitting

 

Opleiding blusmiddel gemeentepersoneel

 

VRAAG: Heeft ons gemeentepersoneel een opleiding gevolgd omtrent hoe te reageren bij brand en accuraat een blusmiddel in te zetten? Zo neen, waarom niet?

Zo ja, hoeveel personeelsleden hebben de afgelopen drie jaar een opleiding genoten?

Wat is de aard van de opleiding juist?

In dit geval ook graag een overzicht opgesplitst per gemeentediensten.

 

ANTWOORD: De bedoelde opleidingen zijn opgenomen in het jaaractieplan zoals heden door de gemeenteraad vastgesteld. Alhoewel de corona-epidemie verstorend werkt, hebben een 15-tal medewerkers al opleidingen in deze zin gevolgd.

 

Publicatiedatum: 31/03/2021
Overzicht punten

Zitting van 22 02 2021

 

 

Openbare zitting

 

Stand van zaken renovatie sporthal

 

VRAAG: Stand van zaken renovatie sporthal

 

ANTWOORD: Het volledige antwoord is opgenomen in het zittingsverslag en geeft een overzicht van de uiteenlopende aspecten die vanuit het AGB worden opgevolgd.

 

Publicatiedatum: 31/03/2021
Overzicht punten

Zitting van 22 02 2021

 

 

Openbare zitting

 

Stand van zaken renovatie oud kerkhof Hever

 

VRAAG: Stand van zaken renovatie oud kerkhof Hever

 

ANTWOORD: Aansluitend bij punt 11 wordt toegelicht dat de renovatie van de voormalige begraafplaats rond de kerk van Hever opgevat zal worden als een rust- en bezinningsruimte rond het thema van de kindersterfte met een maximale natuurverbondenheid.

 

Publicatiedatum: 31/03/2021
Overzicht punten

Zitting van 22 02 2021

 

 

Openbare zitting

 

Omtrent de winterprik

 

VRAAG:

a. Hoe is het ‘strooibeleid’ van de gemeente precies opgesteld met betrekking tot wegen, fiets- en voetpaden? Worden bepaalde wegen (niet) gestrooid?

b. De traditionele gevolgen van een winterprik zijn gaten in het wegdek. We zien dat onder meer aan de Terlindenlaan en aan de Rijmenamsebaan. Wordt er (zo gauw mogelijk) een algemene check gedaan om deze putten zo snel mogelijk te vullen?

 

ANTWOORD: Het strooien gebeurt volgens een vastgesteld strooiplan waarop de keuze vastgelegd is van wegen waarop strooien zinvol en verantwoord kan gebeuren. Na de winter wordt zowel voorzien in een algemeen onderhoud met opdracht aan aannemers als in kleinere herstellingen door de eigen uitvoeringsdienst.

 

Publicatiedatum: 31/03/2021
Overzicht punten

Zitting van 22 02 2021

 

 

Openbare zitting

 

Motie omtrent de Brusselse stadstol

 

VRAAG:

Volgens het Brusselse project SmartMove zullen pendelaars die vanaf 2022 Brussel binnenrijden met de wagen een tolheffing plus een kilometervergoeding moeten betalen. In bepaalde gevallen kan deze zelfs oplopen tot 2000 euro/jaar. Een platte belastingverhoging, lijkt ons. Ondertussen is er al heel wat verzet tegen deze plannen, maar toch lijkt het Brusselse gewest vastberaden en de plannen alles behalve begraven.

In Boortmeerbeek zijn er meer dan 800 inwoners die (buiten coronatijden) dagelijks naar het het Brusselse gewest pendelen. Bijna veertig procent van die pendelaars gaat naar Brussel met de auto (*). In heel Brussel zijn er immers heel veel plaatsen die niet gemakkelijk bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. Voor een werknemer die ’s morgens vroeg met de wagen de kinderen naar school brengt en daarna doorrijdt om te gaan werken in Brussel, is een alternatief ook nagenoeg onmogelijk. Zo is er vandaag voor heel wat pendelaars geen andere keuze dan de wagen om op het werk te geraken. Deze mensen zouden dan gestraft worden door een dergelijke eenzijdige belastingverhoging.

Via deze motie vragen wij de gemeente om bij de Vlaamse Regering aan te dringen met de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest actief de dialoog aan te gaan over haar voornemen tot invoering van een kilometerheffing of stadstol.

We vragen bovendien dat het College van Burgemeester en schepenen van  Boortmeerbeek contact opneemt met haar buurgemeenten en met de VVSG om na te gaan of gezamenlijk optreden mogelijk is teneinde de Brusselse stadstol te verhinderen of anderszins de impact ervan op onze pendelaars te minimaliseren.

 

De gemeenteraad van Boortmeerbeek,

 

Overwegende dat:

         In onze gemeente meer dan 800 inwoners tewerkgesteld zijn in het Brussels Hoofdstedelijk gewest. Naar schatting bijna 40% daarvan is op de wagen aangewezen om hun werkplek te bereiken, vaak omdat er geen of onvoldoende alternatieven voor de wagen zijn;

         Daarnaast heel wat van onze inwoners geregeld naar Brussel gaan om gebruik te maken van zaken zoals ziekenhuizen, winkels, openbare diensten of culturele instellingen;

         de totstandkoming van een intelligente kilometerheffing voor lichte voertuigen opgenomen is in de Gemeenschappelijke Algemene Beleidsverklaring van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;

         volgens die beleidsverklaring de totstandkoming van de kilometerheffing zal leiden tot de afschaffing van de verkeersbelasting voor de inwoners van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. De Vlaamse pendelaars zullen daarentegen onderhevig blijven aan de Vlaamse verkeersbelasting waardoor ze onrechtmatig en ongelijk worden behandeld in vergelijking met de Brusselse pendelaars;

         er voor de uitrol van een stadstol 93 miljoen euro is ingeschreven in de Brusselse hoofdstedelijke begroting voor 2021;

         de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in haar regeerakkoord aangeeft voorstander te zijn van overleg en van een samenwerkingsakkoord tussen de verschillende gewesten;

         de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot op heden op geen enkele manier stappen heeft gezet om dat voornemen tot overleg en samenwerking te realiseren;

         het Waals Parlement via een motie de Waalse Regering heeft opgeroepen tot overleg met de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en, zo nodig, dat te agenderen op het Overlegcomité;

         het Vlaams Parlement eveneens de Vlaamse Regering heeft gevraagd om Brussel op te roepen de dialoog aan te gaan, en om alle juridische middelen aan te wenden opdat de Vlaamse pendelaar door de invoering van een kilometerheffing en/of stadstol niet gediscrimineerd wordt;

 

  1. verzet zich tegen de eenzijdige belastingsverhoging die het Brussels Hoofdstedelijk Gewest door een stadstol en kilometerheffing wil opleggen aan onze pendelaars;
  2. vraagt aan de Vlaamse Regering om:

         aan te dringen bij de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om actief de dialoog aan te gaan met de andere gewesten, én met de gemeentebesturen in haar ommeland, over haar voornemen tot invoering van een kilometerheffing of stadstol;

         als de dialoog met de andere gewesten geen oplossing biedt, alle juridische middelen aan te wenden opdat de Vlaamse pendelaar door de invoering van een kilometerheffing en/of stadstol niet gediscrimineerd wordt;

  1. vraagt aan het College van Burgemeester en Schepenen van Boortmeerbeek dat het College contact opneemt met haar buurgemeenten en met de VVSG om na te gaan of gezamenlijk optreden mogelijk is teneinde de Brusselse stadstol te verhinderen of anderszins de impact ervan op onze pendelaars te minimaliseren.

* Federale diagnostiek Woon-werkverkeer 2017, FOD Mobiliteit & vervoer

 

ANTWOORD:

De gemeenteraad neemt kennis van volgend amendement ingediend door de GROEN-fractie:

"Gelet op de plannen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor de invoering van een slimme kilometerheffing;

Gelet op het aantal inwoners van onze gemeente dat zich voor werk, onderwijs, vrije tijd of dienstverlening naar Brussel verplaatst;

Gelet op de nood aan duurzame vervoersalternatieven

Roept de gemeenteraad van Boortmeerbeek alle betrokken overheden op, in eerste instantie de Vlaamse en Brusselse regering:

 Constructief te overleggen over de plannen van de Brusselse regering voor de invoering van een slimme kilometerheffing;

 Daarbij te pleiten voor maatregelen die iedereen ten goede komen, Brusselaars en niet-Brusselaars;

 Daarbij prioritair te investeren in en samen te werken voor de ontwikkeling van duurzame vervoersalternatieven."

 

De gemeenteraad neemt kennis van volgend amendement van de CD&V-fractie:

"NVA km heffing Brussel motie

Volgens het Brusselse project SmartMove zullen pendelaars die vanaf 2022 Brussel binnenrijden met de wagen een tolheffing plus een kilometervergoeding moeten betalen. In specifieke gevallen kan deze oplopen tot 2000 euro/jaar. Ondertussen zijn er al heel wat vragen gesteld rond deze plannen. Het Brusselse gewest wil deze beleidspiste verder bestuderen en zo mogelijk uitvoeren.

In Boortmeerbeek zijn er meer dan 800 inwoners die (buiten coronatijden) dagelijks naar het Brusselse gewest pendelen. Bijna veertig procent van die pendelaars gaat naar Brussel met de auto (*Bron???). In heel Brussel zijn er immers heel veel plaatsen die minder gemakkelijk bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. Voor heel wat pendelaars vormt de fiets en het openbaar vervoer een alternatief voor de wagen. Een beperkt aantal heeft geen andere keuze dan met de wagen op het werk te geraken. Voor deze mensen zou de kilometerheffing een belastingverhoging betekenen.

Via deze motie vragen wij de gemeente om bij de Vlaamse Regering aan te dringen met de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest actief de open dialoog aan te gaan over haar voornemen tot invoering van een kilometerheffing en om zo mogelijk tot een gemeenschappelijk beleid te komen, zoals met de invoering van de kilometerheffing voor het vrachtvervoer. Voor de uitvoering van de kilometerheffing voor het vrachtvervoer werd trouwens een intergewestelijk orgaan – Viapass – opgericht.

We vragen bovendien dat het College van Burgemeester en schepenen van Boortmeerbeek contact opneemt met haar buurgemeenten en met de VVSG om na te gaan of gezamenlijk optreden mogelijk is teneinde tot een open dialoog over de voor en nadelen van een kilometerheffing voor personenvervoer te komen.

 

De gemeenteraad van Boortmeerbeek,

Overwegende dat:

 In onze gemeente meer dan 800 inwoners tewerkgesteld zijn in het Brussels Hoofdstedelijk gewest. Naar schatting bijna 40% daarvan de wagen gebruikt om hun werkplek te bereiken, voor een aantal omdat er geen of onvoldoende alternatieven voor de wagen zijn;

 Daarnaast heel wat van onze inwoners geregeld naar Brussel gaan om gebruik te maken van zaken zoals ziekenhuizen, winkels, openbare diensten of culturele instellingen;

 Overwegende dat mobiliteit – de kilometerheffing in het bijzonder – een gewestmaterie is;

 Overwegende dat de mobiliteitssector i.t.t. andere maatschappelijke sectoren (bv. industrie, landbouw) er niet in slaagt om de emissies terug te dringen en daardoor een zware hypotheek legt op het halen van de Europees opgelegde klimaatdoelstellingen;

 Overwegende dat in de Mobiliteitsraad Vlaanderen er onder experten, mobiliteitsactoren en sociale partners (vakbonden en werkgevers) een ruime consensus bestaat over de wenselijkheid van een slimme kilometerheffing die het mobiliteitsgedrag stuurt en die aanleiding gaf tot meer dan dertig adviezen sinds 2014;

 Overwegende dat een kilometerheffing voor lichte voertuigen net als deze voor vrachtvervoer bij voorkeur gelijktijdig en op analoge wijze wordt ingevoerd in de drie gewesten;

 De totstandkoming van een intelligente kilometerheffing voor lichte voertuigen opgenomen is in de Gemeenschappelijke Algemene Beleidsverklaring van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;

 Volgens die beleidsverklaring de totstandkoming van de kilometerheffing zal leiden tot de afschaffing van de verkeersbelasting voor de inwoners van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;

 Er voor de uitrol van een stadstol 93 miljoen euro is ingeschreven in de Brusselse hoofdstedelijke begroting voor 2021;

 De Brusselse Hoofdstedelijke Regering in haar regeerakkoord aangeeft voorstander te zijn van overleg en van een samenwerkingsakkoord tussen de verschillende gewesten;

 Het Waals Parlement via een motie de Waalse Regering heeft opgeroepen tot overleg met de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en, zo nodig, dat te agenderen op het Overlegcomité;

 Het Vlaams Parlement eveneens de Vlaamse Regering heeft gevraagd om Brussel op te roepen de dialoog aan te gaan, en om alle juridische middelen aan te wenden opdat de Vlaamse pendelaar door de invoering van een kilometerheffing en/of stadstol niet gediscrimineerd wordt;

 

1. verzet zich tegen de eenzijdige belastingsverhoging die het Brussels Hoofdstedelijk Gewest door een stadstol en kilometerheffing wil opleggen aan onze pendelaars;

2. vraagt aan de Vlaamse Regering om:

 de voor- en nadelen van een slimme kilometerheffing die het mobiliteitsgedrag stuurt nader te bestuderen, ernstig te overwegen en hierover in dialoog te treden met de Mobiliteitsraad Vlaanderen (MORA)

 aan te dringen bij de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om actief de open dialoog aan te gaan met de andere gewesten over haar voornemen tot invoering van een kilometerheffing of stadstol;

 als de dialoog met de andere gewesten geen oplossing biedt, met respect voor de bevoegdheidsverdeling, alle juridische middelen aan te wenden opdat de Vlaamse pendelaar door de invoering van een kilometerheffing en/of stadstol niet gediscrimineerd wordt;

3. vraagt aan het College van Burgemeester en Schepenen van Boortmeerbeek dat het College contact opneemt met haar buurgemeenten en met de VVSG om na te gaan of gezamenlijk optreden mogelijk is teneinde tot een open dialoog over de voor- en nadelen van een kilometerheffing voor personenvervoer te komen."

 

De voorzitter gaat vervolgens over tot de stemming waarbij volgende resultaten worden genoteerd:

Voor het amendement van de GROEN-fractie: 15 neen (Karin Derua, Michel Baert, Hans De Locht, Annick DeKeyser, Denis Bosny, Maurice Vanmeerbeeck, Audrey Bogaerts, Ann Sleyp, Willy Stroobants, Gert Verschueren, Steven Michiels, Eddy Mortier, Hans Crol, Rodrigue Bijlsma en Regina Wolfs), 4 onthoudingen (Remi Serranne, Sigrid Van Obbergen, Bert Meulemans en Steven D'hont) en 3 ja (Wouter Decat,  Ann Morissens en Maria Luise Altmutter).

Het amendement is verworpen.

 

Voor het voorstel van de CD&V-fractie: 15 neen (Karin Derua, Michel Baert, Hans De Locht, Annick DeKeyser, Denis Bosny, Maurice Vanmeerbeeck, Audrey Bogaerts, Ann Sleyp, Willy Stroobants, Gert Verschueren, Steven Michiels, Hans Crol, Rodrigue Bijlsma, Regina Wolfs en Eddy Mortier), 5 onthoudingen (Remi Serranne, Sigrid Van Obbergen, Wouter Decat,  Ann Morissens en Maria Luise Altmutter ) en 2 ja (Bert Meulemans en Steven D'hont) ).

Het amendement is verworpen.

 

Voor het voorstel van de N-VA-fractie: 16 neen (Karin Derua, Hans De Locht, Annick DeKeyser, Denis Bosny, Maurice Vanmeerbeeck, Audrey Bogaerts, Ann Sleyp, Willy Stroobants, Gert Verschueren, Steven Michiels,  Bert Meulemans, Steven D'hont, Sigrid Van Obbergen, Wouter Decat,  Ann Morissens en Maria Luise Altmutter), 1 onthouding (Remi Serranne) en 5 ja (Michel Baert, Eddy Mortier, Hans Crol, Rodrigue Bijlsma en Regina Wolfs).

De motie is verworpen.

 

Publicatiedatum: 31/03/2021
Overzicht punten

Zitting van 22 02 2021

 

 

Openbare zitting

 

Sensibilisering verkeersleefbaarheidsplan

 

VRAAG: In het verkeersleefbaarheidsplan werd ook voorzien in sensibilisatie, vaker fiets nemen, autobestuurders wijzen op de aanwezigheid van de zachte weggebruikers. Met de lente voor de deur willen we graag horen welke acties hiervoor gepland zijn? 

Het is alvast positief dat ook de politiezone dit als aandachtspunt heeft met o.m. strenger toezien op parkeren op fiets-en voetpaden.  Hier zouden we graag ook de cijfers zien, niet enkel van tijdens de actie, maar ook tijdens de periodes zonder controle. We zijn er ons van bewust dat dit misschien niet makkelijk te controleren is, maar mensen doen het snel en het is echt wel gevaarlijk voor de zachte weggebruikers. Ook hier zou sensibiliseren ook al een stap in de goede richting zijn.

 

ANTWOORD: 30 sensibilisatieborden werden via VVSG besteld en zijn geleverd. Thema's zijn opgelet bij afslaan, fietspad vrijhouden en licht gebruiken door fietsers. De politie heeft geen afzonderlijke cijfers maar doet wel intensief controle. Autoloze zondagen en de aanwerving van de mobiliteitsambtenaar zijn niet van de agenda verdwenen.

 

Publicatiedatum: 31/03/2021
Overzicht punten

Zitting van 22 02 2021

 

 

Openbare zitting

 

Stand van zaken uitvoering verkeersleefbaarheidsplan Bieststraat en omgeving

 

VRAAG: Wat is de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering verkeersleefbaarheidsplan Bieststraat en omgeving? Graag overzicht van genomen stappen en timing.

 

ANTWOORD: Het project van de ANPR-camera's is beslist op basis van recente Vlaamse wetgeving, maar vaststelling moet door politie na akkoord van Procureur des Konings. Dit vraagt onder meer meer politiepersoneel en de bespreking hierover is lopende met de politiezone. ook moet de kwestie van de sanctionerend ambtenaar in orde komen. De provincie meldde reeds geen capaciteit hiervoor te hebben. Andere maatregelen zullen o hetzelfde moment moeten worden uitgerold.

voor de knip in de Blokstraat geldt dat de locatie tussen Caetersbosweg en Terlindenlaan zal gelegen zijn. De directe buurt zal bevraagd worden over de precieze plaats. Deze kan niet te dicht bij de school gesitueerd zijn om het veilig fietsen niet in gevaar te brengen. Een tractorsluis in de Caetersbosweg is een vraagteken aangezien onder meer SUV's er vlot over kunnen.

 

Publicatiedatum: 31/03/2021
Overzicht punten

Zitting van 22 02 2021

 

 

Openbare zitting

 

Sneeuw- en ijzelbestrijding

 

VRAAG: Dank aan de technische dienst voor hun inzet om de wegen vrij te houden bij de sneeuwval. 

We zouden willen vragen om in de toekomst ook bijkomend in te zetten op het vrijhouden van fiets-en voetpaden. Hier rekenen op de verplichting van inwoners voor hun deur te vegen is ontoereikend ….Fietspaden aan rond punt en in Bieststraat te Schiplaken waren niet vrij na 3 dagen.

 

ANTWOORD: De vraag werd al behandeld onder punt 15.

 

Publicatiedatum: 31/03/2021
Overzicht punten

Zitting van 22 02 2021

 

 

Openbare zitting

 

Openbaarheid van bestuur

 

VRAAG:

Hoewel we dit punt al meerdere keren hebben aangehaald, stellen we vast dat er nog steeds een grote achterstand is met betrekking tot het beschikbaar stellen van de notulen van het CBS, dit maakt het voor raadsleden  moeilijk hun taak uit te voeren. Op het moment van schrijven is het laatste verslag dat beschikbaar is dat van 28/9/2020.   Ook voor inwoners zou ons inziens minstens de beknopte lijst ter beschikking moeten zijn op de  gemeentelijke website. We verwijzen hier ook naar het DLB. Kunnen er garanties komen dat dit op korte termijn opgelost wordt?

 

Artikel 50. (01/01/2019- ...)

(…)

Overeenkomstig artikel 104 van de Nieuwe Gemeentewet worden alleen de beslissingen opgenomen in de notulen en in het register van de beraadslagingen, en kunnen alleen die beslissingen rechtsgevolgen hebben. De notulen worden goedgekeurd op de eerstvolgende gewone vergadering van het college van burgemeester en schepenen. De notulen worden uiterlijk op dezelfde dag als de vergadering van het college van burgemeester en schepenen die volgt op de vergadering van het college van burgemeester en schepenen waarop de notulen zijn goedgekeurd verstuurd naar of ter beschikking gesteld van de gemeenteraadsleden op de wijze die bepaald is in het huishoudelijk reglement. Als een gemeenteraadslid daarom verzoekt, worden de notulen elektronisch verstuurd of ter beschikking gesteld.

 

En naar het huishoudelijk reglement van onze gemeenteraad Artikel 9 §2.

 

Ook met betrekking tot beschikbaarheid van verslagen van adviesraden enz. zien we weinig verbetering. Openbaarheid van bestuur is niet enkel een plicht het is een must en een uiting van respect naar de inwoners toe, mogen we nog eens met aandrang vragen hier werk van te maken.

 

ANTWOORD: Door de veelheid aan verplichtingen, de nood aan aangepaste digitale middelen en gebrek aan personeel is het onmogelijk om het ritme van de opvolging van deze verplichtingen aan te houden, laat staan te realiseren. iedereen doet zijn best.

 

Publicatiedatum: 31/03/2021
Overzicht punten

Zitting van 22 02 2021

 

 

Openbare zitting

 

Opvolging vroegere voorstellen Groen-fractie

 

VRAAG: Eerder werden een aantal van onze voorstellen positief onthaald; bv. planten voor mensen die een stuk van hun oprit ontharden, samenaankoop mezenkasten…. Zal hier nog iets mee gebeuren?  Samenaankoop regentonnen is een mooi initiatief, maar als je burgers aanmoedigt water op te slaan, kan je niet toestaan dat er bij bouwwerken grote hoeveelheden water in de riool belanden. Bronbemaling, zeker in de lente-en zomerperiode moet echt aan strikte voorwaarden voldoen. Ook in onze gemeente is de grondwaterstand nog altijd een heel stuk lager dan normaal. Wij zouden graag een bronbemalingsreglement zien dat de nodige maatregelen neemt om dit probleem ernstig te nemen en dit met snelle ingang. We vragen daarom om met een voorstel  tot reglement te komen voor volgende gemeenteraad.

 

ANTWOORD: Het besluit van de gemeenteraad over de opmaak van een reglement op bronbemalingen van 29 juni 2021 werd door het college van burgemeester en schepenen al onderzocht, maar de toepassing van aangebrachte voorbeeldreglementen blijkt in de praktijk niet zo eenvoudig of brengt eigenlijk niets bij bij de bestaande algemene wetgeving. In de praktijk wordt wel degelijk toezicht gehouden op het terrein en was zelfs de algemeen directeur persoonlijk ermee begaan. Het opvangen van water werd wel degelijk toegepast, maar dat opgevangen water wordt dan niet of onvoldoende afgehaald en gebruikt tenzij in de bouwwerf zelf. Of er zijn situaties waarbij vijvers overlopen of wegpompen naar de vaart mag niet.

het project van de mezenkasten loopt.

 

Publicatiedatum: 31/03/2021
Overzicht punten

Zitting van 22 02 2021

 

 

Openbare zitting

 

Vraag naar statistische gegevens

 

VRAAG: Meten is weten.  We willen graag een overzicht van de oppervlakte die in voorbije 2 jaar ingenomen zijn door het bouwen van woningen, meergezinswoningen en het aantal percelen die verkaveld werden.

Hierbij aansluitend een bomenteller en een boomkapteller. Op die manier kunnen we monitoren hoe de zaken evolueren in onze gemeente. Het zal ook toelaten om een meer gericht beleid te gaan voeren. Waar gaat het goed, waar gaat het minder… We vragen het college de mogelijkheid van deze monitoringsinstrumenten te onderzoeken.

 

ANTWOORD: De burgemeester antwoordt dat de milieuambtenaar alle betrokkenen aangeschreven heeft. Of een afzonderlijke studie met de gevraagde te monitoren parameters mogelijk is binnen de capaciteit van de dienst als deze gegevens niet vrij beschikbaar zijn is maar de vraag.

 

Publicatiedatum: 31/03/2021
Overzicht punten

Zitting van 22 02 2021

 

 

Openbare zitting

 

Stand van zaken voetweg Schrans - Schoolstraat

 

VRAAG: Wat is de stand van zaken van de voetweg die Schrans met de Schoolstraat verbindt?

ANTWOORD: Doel is de besluitvorming aan de gemeenteraad van maart voor te leggen op basis van de juiste procedure ten gevolge van het decreet gemeentewegen. De voorbereidingen lopen volop.

 

Publicatiedatum: 31/03/2021
Overzicht punten

Zitting van 22 02 2021

 

 

Openbare zitting

 

Notulen gemeenteraad

 

VRAAG: Graag hadden wij de aanvullingen en antwoorden op gestelde vragen van een gemeenteraad toegevoegd willen zien aan de notulen (alvorens ze goed te keuren in de volgende gemeenteraad). Kan hiervoor gezorgd worden (voor onze fractie maar bij uitbreiding voor de vragen van alle fracties)? We weten dat er een andere manier van notuleren komt maar in afwachting hiervan zou dit een goed compromis zijn.

 

ANTWOORD: De notulen bevatten de besluiten en het zittingsverslag wordt opgenomen en bevat de antwoorden die tijdens de zitting worden gegeven. Het college van burgemeester en schepenen formuleert vervolgens nogmaals de antwoorden volgens de bepalingen in het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad in haar notulen en laat ze op de website publiceren. vervolgens krijgen de raadsleden ze via opname in de notulen van de vorige zitting (wat dus strikt genomen niet nodig is aangezien ze reeds in het zittingsverslag opgenomen zijn).

 

Publicatiedatum: 31/03/2021
Overzicht punten

Zitting van 22 02 2021

 

 

Besloten zitting

 

GECORO

 

Gelet op het decreet van 18 mei 1999 en latere wijzigingen houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening;

 

Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 10 september 2001 betreffende de oprichting van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening;

 

Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 25 februari 2019 met betrekking tot de samenstelling en het aantal leden van de GECORO;

 

Overwegende dat de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening 13 leden telt;

 

Overwegende dat de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening bestaat uit enerzijds vertegenwoordigers van maatschappelijke geledingen en anderzijds uit deskundigen;

 

Overwegende dat de bevolking en de maatschappelijke geledingen de gelegenheid hebben gekregen om hun kandidatuur voor lidmaatschap aan de GECORO te melden;

 

Gelet op de besluiten van de gemeenteraad van 21 oktober 2019 betreffende de samenstelling van de GECORO;

 

Gelet op het besluit van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant van 13 december 2019 betreffende de vernietiging van de besluiten van de gemeenteraad van Boortmeerbeek betreffende de samenstelling van de GECORO: aanduiding deskundigen, aanduiding leden vanuit de geledingen, aanduiding voorzitter;

 

Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 17 februari 2020 betreffende de kennisname van voornoemd vernietigingsbesluit;

 

Gelet op het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 21 oktober 2019 betreffende de voordracht van Bart Schrijvers als voorzitter op basis van het ingediende curriculum vitae;

 

Gelet op het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 21 oktober 2019 betreffende de door de geledingen voorgedragen leden die worden bevestigd;

 

Gelet op het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 8 februari 2021 betreffende het gemotiveerd voorstel van samenstelling van de GECORO waarbij de argumenten van de besluiten van 21 oktober 2019 worden bevestigd voor wat betreft de voorzitter en de leden van de geledingen en de motivatie voor de deskundigen wordt omschreven vanuit de vaststelling dat alle ingediende kandidaturen voldoen en aldus een keuze gemaakt wordt voor een zo divers mogelijke samenstelling van de GECORO met een zo breed mogelijke expertise over alle specialisaties heen ;

 

Overwegende dat volgende personen als deskundige worden voorgesteld:

 Julien Dekeyser

 Piet Deventer

 Herman Van Bever

 Peter Vanderborght

 Francine Bols

 Francoise Verbist

 Carla Verraes

 

 

Gelet op de mondelinge stemming  met volgend resultaat:

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

BESLUIT: 16 stemmen ja: Karin Derua, Michel Baert, Hans De Locht, Annick DeKeyser, Denis Bosny, Maurice Vanmeerbeeck, Audrey Bogaerts, Eddy Mortier, Ann Sleyp, Hans Crol, Rodrigue Bijlsma, Regina Wolfs, Willy Stroobants, Gert Verschueren, Steven Michiels en Remi Serranne.
6 stemmen tegen: Bert Meulemans, Ann Morissens, Wouter Decat, Sigrid Van Obbergen, Maria Luise Altmutter en Steven D'hont.
 

art. 1

De samenstelling van de GECORO als volgt te bepalen:

 

MAATSCHAPPELIJKE GELEDINGEN

•milieu- en natuurverenigingen:

⁰Frans Dhaenens (Natuurpunt) - Julien Chaubet (plaatsvervanger)

⁰Roger Swinnen (Wildbeheerseenheid)

•werkgevers of zelfstandigen (met uitsluiting van verenigingen van handelaars of landbouwers):

•handelaars: Kelly De Punder (UNIZO) - Sahin Lefever (plaatsvervanger)

•landbouwers: Jan Derua (Landelijke Gilde) - Marc Vanden Bosch (plaatsvervanger)

•verenigingen van werknemers: Kristel Mommaerts (ACV) - Johan Neefs (plaatsvervanger)

 

DESKUNDIGEN

 Julien Dekeyser

 Piet Deventer

 Herman Van Bever

 Peter Vanderborght

 Francine Bols

 Francoise Verbist

 Carla Verraes

 

VOORZITTER

 Bart Schrijvers

 

art. 2

De omgevingsambtenaar RO zal niet-stemgerechtigd als secretaris van de GECORO fungeren.

 

art. 3

De besluiten over de samenstelling GECORO op de gemeentelijke website te publiceren.

 

Publicatiedatum: 31/03/2021