NOTULEN - GR

Zitting van maandag 27 april 2026

 

Aanwezig:

Lobke Michiels  voorzitter

Michel Baert  burgemeester

Annick DeKeyser, Bert Meulemans, Ellen Leaerts, Nick Doms, Daisy De Neef  schepenen

Karin Derua, Ann Morissens, Hans Crol, Willy Stroobants, Patrick Pelsmaekers, Johan Neefs, Marc Usewils, Alex De Coninck, Remi Serranne, Wouter Decat, Iris Schoeters, Jurgen Vervaeck, Cynthia Van de Vloet, Brent Vercauter, Nele Hiers               raadsleden

Kris Lamberts  algemeen directeur

 

Verontschuldigd:

Vally Mommens  raadslid

 

 

Vanaf punt 14 verlaat raadslid Jurgen Vervaeck de zitting conform artikel 27 van het decreet Lokaal bestuur vanwege een belangenconflict.

Vanaf punt 15 verlaat schepen Daisy De Neef de zitting

Vanaf punt 15 is raadslid Jurgen Vervaeck aanwezig.

Vanaf punt 16 verlaat schepen Bert Meulemans de zitting

Vanaf punt 17 is schepen Daisy De Neef aanwezig.

Vanaf punt 22 is schepen Bert Meulemans aanwezig.

 

 

Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Uitreiking Eretitels Johan Smits

 

Feiten en context:

Het beroepsleven neemt voor de meeste mensen een belangrijke plaats in, vaak gedurende vele jaren en een aanzienlijk deel van elke dag. Werk vormt niet alleen een essentieel onderdeel van het dagelijks leven, maar draagt ook bij tot de persoonlijke identiteit. Voor velen is het beroep een vanzelfsprekend element in de manier waarop men zich aan anderen voorstelt.

Om de inzet en loyaliteit van werknemers te erkennen, werden in 1847 de eretekens uit hoofde van de arbeid ingevoerd. Deze onderscheidingen zijn bedoeld voor personen die gedurende hun loopbaan blijk geven van kennis, vakmanschap, toewijding en professionaliteit. De eretekens bestaan in verschillende categorieën en graden, afhankelijk van de duur van de beroepsactiviteit en het niveau van engagement. Sinds hun invoering genieten deze onderscheidingen een breed maatschappelijk draagvlak en blijven zij een gewaardeerde manier voor werkgevers om waardering te tonen voor het werk en de inzet van hun personeel. Zij onderstrepen tegelijk het belang van wederzijds respect binnen de organisatiecultuur.

De toekenning van deze eretekens wordt beheerd door de Directie van de Eretekens, een dienst binnen de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, en specifiek binnen de Algemene Directie Humanisering van de Arbeid. Deze administratie bevordert het welzijn op het werk en staat in voor de toekenning van de Eretekens van de Arbeid, de Eretekens in de Nationale Orden voor werknemers met een lange loopbaan, de Huldepenningen en de Bijzondere Eretekens van beroepsverenigingen. De uiteindelijke uitreiking van de onderscheidingen gebeurt door de werkgever.

De eretekens bieden werknemers een officiële erkenning van hun bijdrage aan het arbeidsproces. Zij vormen voor velen een symbolische bekroning van jaren inzet en professionaliteit, en bevestigen dat zowel de organisatie als de overheid hun loopbaan naar waarde schatten

 

Argumentatie:

Johan Smits begon zijn loopbaan bij het gemeentebestuur Boortmeerbeek in 1988 als gemeentesecretaris en heeft deze functie gedurende vele jaren met grote inzet, deskundigheid en verantwoordelijkheidszin vervuld. Gedurende zijn volledige carrière heeft hij een belangrijke bijdrage geleverd aan de continuïteit, professionalisering en dienstverlening van het lokaal bestuur.

Na een lange en toegewijde staat van dienst ging hij op 1 mei 2025 met welverdiend pensioen. Het gemeentebestuur wenst met deze erkenning zijn jarenlange engagement, integriteit en loyale inzet te waarderen en te bekronen.

Het is dan ook passend en gerechtvaardigd om hem, ter gelegenheid van het einde van zijn loopbaan, officieel te huldigen voor zijn duurzame bijdrage aan de werking van de gemeente.

 

Juridische grond:

- Wet van 11 juli 1832 tot oprichting van de Leopoldsorde.

- Wet van 28 december 1838: uitbreiding van de graden (waaronder Ridder).

- KB van 3 augustus 1832: uitvoeringsbesluit.

- KB van 16 mei 1839: aanpassingen aan het decorum.

- Besluit gemeenteraad Boortmeerbeek van 28 april 2025 ter opstelling van een reglement toekenning ere-titels

 

Adviezen:

Niet van toepassing.

 

Procedure:

Het lokaal bestuur Boortmeerbeek heeft een voordracht opgesteld om de heer Johan Smits een onderscheiding binnen Belgische Nationale Orde, de Leopoldsorde toe te kennen. Deze werd gericht aan de Dienst Ridderorden onderdeel van de Directie Protocol van de FOD Buitenlandse Zaken, waarna de aanvraag de interne adviesprocedure binnen de FOD Buitenlandse Zaken doorlopen heeft.

In het Koninklijk Besluit van 18 januari 2026 werd beslist om de heer Johan Smits het ereteken van Ridder in de Leopoldsorde toe te kennen met ranginneming op 8 april 2020.

 

Het lokaal bestuur van Boortmeerbeek wenst uitvoering te geven aan het reglement ter toekenning van ere-titels in de gemeente Boortmeerbeek.  Na geheime stemming kan de ere-titel toegekend worden.

 

Financiële weerslag:

Niet van toepassing.

 

BESLUIT: eenparig.
 

art. 1

De gemeenteraad besluit het ereteken van Ridder tot de Leopoldsorde te overhandigen aan de heer Johan Smits.

 

art. 2

De gemeenteraad reikt na geheime stemming de titel van ere-secretaris uit aan de heer Johan Smits.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Notulen vorige vergadering

 

De gemeenteraad keurt unaniem de notulen van de vergadering van 23 maart 2026 goed.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Antwoord gouverneur geanonimiseerde klacht - klacht wegens het nalaten van handhaving bij een stedenbouwkundig misdrijf/inbreuk

 

De gemeenteraad neemt kennis van het antwoord van de gouverneur van Vlaams-Brabant van 6 maart 2026 betreffende de geanonimiseerde klacht van een burger aangaande het nalaten van handhaving bij een stedenbouwkundig misdrijf/inbreuk waarbij de gouverneur laat weten dat er met betrekking tot deze klacht voor hem geen rol is voorzien als algemeen bestuurlijk toezichthouder.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Antwoord gouverneur klacht burger - klacht tegen het besluit van de gemeenteraad dd. 24.11.2025 – ter beschikkingstellen locatie Heemkundige Kring

 

De gemeenteraad neemt kennis van het antwoord van de gouverneur van Vlaams-Brabant van 19 maart 2026 betreffende de klacht van een burger tegen het besluit van de gemeenteraad dd. 24.11.2025 – ter beschikkingstellen locatie Heemkundige Kring waarbij de gouverneur laat weten dat hij niet zal optreden in dit dossier omdat hij geen schending van het recht of het algemeen belang kon vaststellen.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Antwoord gouverneur klacht burger - klacht tegen het CBS-besluit dd. 8 september 2025 – aanvraag splitsing eigendom Stationsstraat 91-93 – resultaat onderzoek

 

De gemeenteraad neemt kennis van het antwoord van de gouverneur van Vlaams-Brabant van 25 maart 2026 betreffende de klacht van een burger tegen het CBS-besluit dd. 8 september 2025 – aanvraag splitsing eigendom Stationsstraat 91-93 – resultaat onderzoek waarbij de gouverneur laat weten dat hij niet zal optreden in dit dossier omdat hij geen schending van het recht of het algemeen belang kon vaststellen.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Samenstelling deontologische commissie gemeenteraad

 

Feiten en context:

Bij elke volledige vernieuwing van de gemeenteraad wordt de deontologische commissie opnieuw samengesteld.

 

Argumentatie:

Bij elke volledige vernieuwing van de gemeenteraad dient de deontologische commissie opnieuw te worden samengesteld. 

De gezamenlijke akten van voordracht van de verschillende fracties werden tijdig overhandigd aan de voorzitter, zijnde uiterlijk 23 maart 2026.

De voorzitter van de gemeenteraad stelt vast dat alle gezamenlijke akten van voordracht voldoende handtekeningen bevatten. 

De voorzitter van de gemeenteraad kan dus de ontvankelijkheid van de voordrachtakten bevestigen.

Volgende kandidaten met plaatsvervangers worden voorgedragen om te zetelen in de deontologische commissie:

Fractie

Effectieve kandidaat

1e Plaatsvervangende kandidaat

2e Plaatsvervangende kandidaat

SAMEN Boortmeerbeek

Willy Stroobants

Remi Serranne 

/

SAMEN Boortmeerbeek

Marc Usewils

Alex De Coninck 

/

SAMEN Boortmeerbeek

Patrick Pelsmaekers

Alex De Coninck 

/

cd&v

Nick Doms

/

/

cd&v

Johan Neefs

/

/

N-VA

Brent Vercauter

/

/

N-VA

Nele Hiers

/

/

Anders.Boortmeerbeek

Jurgen Vervaeck

Karin Derua 

Iris Schoeters

GROEN

Wouter Decat

Ann Morissens 

/

 

De voorzitter van de raad is van rechtswege voorzitter van de deontologische commissie.

 

Juridische grond:

- Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikels 39, 55, 74 en 112.

- De deontologische code voor lokale mandatarissen en externe vertegenwoordigers, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 23 februari 2026, meer bepaald artikel 31.

 

Adviezen:

Niet van toepassing.

 

Procedure:

Niet van toepassing.

 

Financiële weerslag:

De leden en de voorzitter van de deontologische commissie worden conform artikel 37 § 1 en 2 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad vergoed.

 

BESLUIT: eenparig.
 

art. 1

De gemeenteraad neemt kennis van de ontvankelijke gezamenlijke akten van voordracht van de kandidaten en plaatsvervangers voor de deontologische commissie en volgende raadsleden worden verkozen verklaard:

Fractie

Effectieve kandidaat

1e Plaatsvervangende kandidaat

2e Plaatsvervangende kandidaat

SAMEN Boortmeerbeek

Willy Stroobants

Remi Serranne

/

SAMEN Boortmeerbeek

Marc Usewils

Alex De Coninck 

/

SAMEN Boortmeerbeek

Patrick Pelsmaekers

Alex De Coninck 

/

cd&v

Nick Doms

/

/

cd&v

Johan Neefs

/

/

N-VA

Brent Vercauter

/

/

N-VA

Nele Hiers

/

/

Anders.Boortmeerbeek

Jurgen Vervaeck

Karin Derua 

Iris Schoeters

GROEN

Wouter Decat

Ann Morissens 

/

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Kader organisatiebeheersing

 

Feiten en context:

Het ontwikkelen van een systeem voor interne controle was reeds opgenomen in het gemeentedecreet en werd in 2019 opnieuw opgenomen in het Decreet over het Lokaal Bestuur onder de naam "organisatiebeheersingssysteem" of kader voor organisatiebeheersing.

 

In 2007 werd door de gemeenteraad een korte opsomming van engagementen betreffende interne controle goedgekeurd. Uit een organisatie-audit uitgevoerd door Audit Vlaanderen in 2015 bleek te lezen dat deze lijst onvoldoende kader bood voor een globale beheersing van de organisatie. Bovendien was er intussen ook van sommige punten van dit kader afgestapt.

 

In 2025 vond opnieuw een beoordeling aanpak organisatiebeheersing plaats, waaruit bleek dat het lokaal bestuur niet over een kader organisatiebeheersing beschikt en dat er slechts per mail een aantal keer gerapporteerd werd over dit thema.

 

Intussen werd een stafmedewerker organisatie aangeworven in wiens takenpakket de uitbouw en opvolging van het organisatiebeheersingssysteem, onder leiding van de algemeen directeur, opgenomen is. In het kader hiervan wordt nu een kader organisatiebeheersing ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn.

 

Argumentatie:

Op dit ogenblik heeft het lokaal bestuur geen beheersmaatregelen voor de organisatie.

Hierdoor loopt ze gevaar om de vastgelegde doelstellingen niet te bereiken omdat hier geen opvolging of rapportering over is. Ook stelt de organisatie zich bloot aan een hoger risico op fouten en fraude door het ontbreken van interne controlemaatregelen. De organisatie kan bovendien kwetsbaar worden, activa worden niet beschermd, inefficiënt werken of risico's worden niet gemonitord en door een gebrek aan rapportering ontbreekt een zicht op de werking van de organisatie.

 

Juridische grond:

Het Decreet Lokaal Bestuur, met in het bijzonder Artikel 217, Artikel 218, Artikel 219 en Artikel 220.

 

Adviezen:

Niet van toepassing.

 

Procedure:

Niet van toepassing.

 

Financiële weerslag:

Niet van toepassing.

Dit punt beantwoordt wel volledig aan het eerste deel van Actie 124 uit het Meerjarenplan: "We bepalen het kader voor organisatiebeheersing en voeren het bijhorende plan uit".

 

BESLUIT: eenparig.
 

Enig artikel

De gemeenteraad besluit het kader voor organisatiebeheersing als volgt goed te keuren.

 

Kader Organisatiebeheersing

Lokaal Bestuur Boortmeerbeek

 

Inleiding

Een lokaal bestuur bestaat uit diverse diensten met uiteenlopende taken en onderwerpen. Toch is het belangrijk om als één organisatie te werken, met gedeelde procedures en processen die organisatiebreed gelden. Dat is precies waar organisatiebeheersing voor dient: het zorgt voor samenhang, afstemming en een uniforme manier van werken.

 

Op 1 januari 2019 trad Artikel 217 van het Decreet Lokaal Bestuur (DLB) in werking, dat organisatiebeheersing definieert als het geheel van maatregelen en procedures die ontworpen zijn om een redelijke zekerheid te verschaffen dat men:

  1. De vastgestelde doelstellingen bereikt en de risico’s om deze te bereiken kent en beheerst,
  2. Wetgeving en procedures naleeft,
  3. Over betrouwbare financiële en beheersrapportering beschikt,
  4. Op een effectieve en efficiënte wijze werkt en de beschikbare middelen economisch inzet,
  5. De activa beschermt en fraude voorkomt.

 

Met de beheersing van deze risico’s kan de organisatie de juiste dingen doen en de dingen juist doen. Organisatiebeheersing sijpelt immers binnen op alle niveaus van de organisatie, van het globale niveau, naar het dienstniveau tot zelfs het procesniveau.

 

Als er gekeken wordt naar het thema organisatiebeheersing of interne controle (de vroegere benaming) binnen Boortmeerbeek, kan vastgesteld worden dat, naar aanleiding van artikels 99 tot 101 van het gemeentedecreet, er in 2007 een summiere opsomming van engagementen betreffende interne controle werd goedgekeurd door de gemeenteraad. In de organisatie-audit uitgevoerd door audit Vlaanderen van 30 april 2015 staat te lezen dat dit kader onvoldoende bijdraagt aan de globale beheersing van de organisatie en krijgt de raad hiermee te weinig informatie over het functioneren van de administratie op dit vlak. De rapportering over interne controle beperkt zich alleen tot de jaren 2009 en 2011. In de beoordeling aanpak organisatiebeheersing door audit Vlaanderen uit 2025 wordt vermeld dat het lokaal bestuur niet over een kader organisatiebeheersing beschikt en dat de jaarlijkse rapportering tijdens die legislatuur via mail bezorgd werd en een summier overzicht van enkele risico’s en/of initiatieven bevatte. In 2021 en 2022 werd niet gerapporteerd aan de raden.

 

Dit document heeft als doel het “kader interne controle” uit 2007 te vervangen en als volwaardig kader van organisatiebeheersing te fungeren. De opvolging van het organisatiebeheersingssysteem wordt hierin toegelicht evenals de rapporteringen.

 

Wat is het kader organisatiebeheersing

Wettelijk kader

Volgens de bepalingen in het DLB bepaalt het organisatiebeheersingssysteem, of het kader voor organisatiebeheersing zoals het hier genoemd wordt, “op welke wijze de organisatiebeheersing van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn wordt georganiseerd, met inbegrip van de te nemen controlemaatregelen, procedures en de aanwijzing van de personeelsleden en organen die ervoor verantwoordelijk zijn, en de rapporteringsverplichtingen van de personeelsleden die bij het organisatiebeheersingssysteem betrokken zijn”.

 

Verder is het de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur, na overleg met het managementteam, om het kader voor organisatiebeheersing vast te stellen en moet het principe van functiescheiding waar mogelijk toegepast. Het kader moet ook altijd verenigbaar zijn met de continuïteit van de werking van de diensten.

 

Verder zijn het algemene kader en de elementen daarin die raken aan de rol en de bevoegdheden van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn (RVMW) onderworpen aan de goedkeuring van beide raden.

 

Het is bovendien de taak van de algemeen directeur om jaarlijks, en dan telkens uiterlijk voor 30 juni van het daaropvolgende jaar, over de organisatiebeheersing te rapporteren aan het college van burgemeester en schepenen, de gemeenteraad, de RVMW en het vast bureau. 

 

De algemeen directeur kan, binnen de grenzen van het kader voor organisatiebeheersing, zijn bevoegdheden toevertrouwen aan andere personeelsleden van de gemeente of het OCMW. Dit geldt ook voor de financieel directeur. In beide gevallen moet dit schriftelijk gebeuren en met een ondubbelzinnige omschrijving van de toegekende bevoegdheden en de daaraan verbonden opdrachten, middelen en rapporteringsverplichtingen.

 

Leidraad organisatiebeheersing + model

Volgens de leidraad voor organisatiebeheersing, die door audit Vlaanderen gebruikt wordt, moet een kader voor organisatiebeheersing minstens volgende elementen bevatten:

        Verwijzing naar het gehanteerde model van organisatiebeheersing,

        De periodiciteit en de werkwijze van de evaluatie van de werking,

        De wijze waarop de algemeen directeur jaarlijks zal rapporteren aan de raden.

 

De leidraad organisatiebeheersing moet gezien worden als een gids/model met doelstellingen rond organisatiebeheersing, risico’s en beheersmaatregelen die ondersteuning biedt om dit kader uit te bouwen. Hij geeft voorbeelden van risico’s die zich kunnen voordoen wanneer de organisatie niet genoeg inzet op de doelstellingen, maar geeft ook beheersmaatregelen om dit tegen te gaan en de risico’s zo tot een minimum te herleiden.

 

De leidraad onderscheidt 4 soorten processen in een organisatie:

        Kernprocessen: gericht op het afleveren van producten en diensten aan externen,

        Managementprocessen: sturen de organisatie,

        Ondersteunende processen: helpen bij de realisatie van de kernprocessen en de managementprocessen,

        De sleutelprocessen zijn de processen die belangrijk zijn voor de realisatie van de doelstellingen of voor een goede dienstverlening en zijn dus bepaalde processen uit bovenstaande categorieën.

 

De leidraad, en bijgevolg ook dit kader voor organisatiebeheersing, focust voornamelijk op de management- en ondersteunende processen. Hij kan gebruikt worden als een instrument voor zelfevaluatie zodat een correcte foto van de eigen organisatie kan gemaakt worden.

Het model waarrond de leidraad werkt, en dat ook hier gebruikt zal worden, bestaat uit 10 thema’s waarvoor telkens doelstellingen rond organisatiebeheersing en beheersmaatregelen zijn uitgewerkt.

Het werd opgebouwd rond volgende thema’s:

  1. Doelstellingen en procesmanagement: aanpak van de doelstellingen uit het MJP en een focus op sleutelprocessen met grote risico’s (fraudegevoelig, gevaar voor continuïteit van de werking,…
  2. Belanghebbendenmanagement: betreft de organisaties en individuen waarmee rekening gehouden wordt om een effectieve, efficiënte, kwaliteitsvolle en integere organisatie te worden (intergemeentelijke samenwerkingen, centraal meldpunt, klachtenregistratie,…).
  3. Monitoring: het continu verzamelen van relevante gegevens om te volgen of de beleidsdoelstellingen gerealiseerd worden en de dienstverlening goed verloopt (juiste dingen op de juiste manier meten).
  4. Financieel management: het plannen, efficiënt uitvoeren, rapporteren, enz… over de waardestromen, realistische ramingen maken van de inkomsten en uitgaven doorheen de legislatuur, controlepunten voorzien in verschillende financiële processen, enz…
  5. Organisatiestructuur: dit gaat over de indeling in diensten en afdelingen en de coördinatie daartussen om de doelstellingen van de organisatie te kunnen bereiken. Ook de inzet op projectmanagement voor de optimalisering van de werking.
  6. Personeelsbeleid: de afstemming van het personeelsbeleid op de beleidskeuzes- en doelstellingen zoals vastgelegd in het AR en de RPR. Er zijn functiebeschrijvingen, een feedbacksysteem, kwaliteitsvol leidinggeven, correcte personeelsadministratie en een welzijnsbeleid.
  7. Organisatiecultuur: het is belangrijk dat de organisatie bepaalt welke waarden ze wil nastreven en dat deze leven en doorsijpelen in de organisatie en de werking naar de burgers toe. Dit thema wordt bepaald door de andere thema’s, maar bepaalt ook mee de andere thema’s.
  8. Informatie en communicatie: valt uiteen in “interne communicatie”, zijnde info die medewerkers nodig hebben om deskundig te kunnen werken, “externe communicatie”, dus over de dienstverlening en de doelstellingen en het “informatiebeheer”, het beheersen van de informatiestromen, bewaren van informatie en het beveiligen ervan.
  9. Facilitaire middelen, opdrachten en contracten: hieronder valt het belang van het goed beheer van de facilitaire middelen, aandacht voor de regelgeving rond overheidsopdrachten, accurate voorbereiding van contracten en correcte opvolging van de opdrachten.
  10. ICT: handelt over de steeds groter wordende automatisering van de kernactiviteiten en bijgevolg het overzicht bewaken over de ICT-middelen en mogelijkheden, evenals kwaliteitsvolle ICT-diensten blijven leveren en informatie continu beschikbaar houden.

 

Deze 10 thema’s kunnen in drie clusters worden samengebracht:

        Beheers- en Beleidscyclus (BBC): thema’s 1, 2, 3 en 4.

        Mensen: thema’s 5, 6 en 7.

        Middelen: thema’s 8, 9 en 10.

 

In het model dat hier gebruikt wordt, wordt ook de PDCA-cyclus toegepast, waardoor alle thema’s tot elkaar bijdragen. Zo zijn er de:

        Plan: deze thema’s behandelen het formuleren van doelstellingen en hoe ze te bereiken.

        Do: zorgen ervoor dat de doelstellingen gerealiseerd kunnen worden.

        Check: volgen regelmatig de realisaties op.

        Adjust/act: bijsturen van realisaties, plannen en doelstellingen waar nodig.

 

Een laatste onderdeel van het model dat hier gehanteerd zal worden zijn de vier algemene doelstellingen rond organisatiebeheersing: effectiviteit (juiste dingen doen), integriteit (eerlijk en oprecht handelen van individuele personeelsleden), kwaliteit (voortdurende verbetering) en efficiëntie (correcte inzet van middelen).


Audit Vlaanderen

De leidraad waarvan het model hier opgenomen wordt, werd ontwikkeld door audit Vlaanderen. Zij zijn een onafhankelijk agentschap dat bij de lokale besturen de organisatiebeheersing evalueert, nagaat of ze adequaat is en op basis daarvan aanbevelingen tot verbetering formuleert. Dit doet ze doormiddel van organisatie- en procesaudits en ze is gemachtigd om alle bedrijfsprocessen en activiteiten te onderzoeken, evenals forensische audits uit te voeren (Art 222 DLB).

Audit Vlaanderen hanteert de Leidraad als auditinstrument voor organisatie-audits.

 

Plan van aanpak

Volgens de leidraad realiseert een goed functionerende organisatie drie doelstellingen met haar aanpak van de organisatiebeheersing:

        Ze hanteert een kader van organisatiebeheersing. Omdat dit kader de organisatie meer zekerheid biedt in de aanpak van risico’s. 

        Ze kent haar belangrijkste verbeterpunten en risico’s voor de managements- en ondersteunende processen, ze hanteert een strategie om deze te beheersen en ze volgt deze regelmatig op.

        Ze evalueert ook regelmatig de manier waarop ze werkt aan organisatiebeheersing en stuurt dit regelmatig bij.

 

Zelfevaluaties

Met behulp van de controledoelstellingen van de leidraad gaan we in Boortmeerbeek aan het werk om de organisatiebeheersing te ontwikkelen.

 

We splitsen de thema’s hiervoor op in drie groepen. Per jaar zal een van die clusters onder de loep genomen worden en zal hier door een werkgroep bestaande uit het MAT en betrokken deskundigen/leidinggevenden van die thema’s een zelfevaluatie op uitgevoerd worden. Audit Vlaanderen stelt dat gegevens ouder dan drie jaar verouderd zijn, op deze manier vernieuwen we de zelfevaluatie elk jaar helemaal zonder de werklast te hoog te maken.

De bedoeling is om hier inzicht te krijgen in de stand van zaken van de genomen beheersmaatregelen en om nieuwe risico’s te inventariseren. De focus zal hier liggen op het identificeren van de sterke punten, zijnde de punten waar we vandaag als organisatie reeds goed op scoren of waar we al aan werken en op de verbeterpunten, waarbij we per doelstelling binnen de geselecteerde thema’s naar de risico’s en de aandachtspunten gaan kijken.

Er zullen twee sessies met de werkgroep georganiseerd worden om de lijst met risico’s uit te werken.

 

Risico-analyse

De lijst van geïdentificeerde risico’s wordt in een volgende fase onderworpen aan een risico-analyse. Dit om de prioriteit van de te behandelen risico’s te bepalen.


De risico’s zullen door de werkgoep in onderstaande risico-matrix geplaatst worden op basis van waarschijnlijkheid (kans dat ze zich voordoen) en impact (welk effect ze hebben). 

 

Zij worden vervolgens verder verfijnd en ingedeeld in volgende gradaties.

Risico-inschatting

Zeer groot risico

 

Er bestaan geen of zeer weinig beheersmaatregelen. Het controlebewustzijn is eerder laag en er worden geen of weinig acties ondernomen om te komen tot een adequaat systeem van organisatiebeheersing (intern controlesysteem)

 

Groot risico

 

Op ad-hoc basis zijn er beheersmaatregelen uitgewerkt. Het bewustzijn van de nood aan adequate beheersmaatregelen (interne controlemaatregelen) groeit, maar er is nog geen gestructureerde of gestandaardiseerde aanpak. Het systeem van organisatiebeheersing draait meer rond personen dan rond systemen.

 

Aannemelijk risico

 

Er is een gestructureerde aanzet tot ontwikkeling van de beheersmaatregelen. De beheersinstrumenten zijn dus in ontwikkeling maar worden nog niet toegepast (Plan)

 

Klein risico

 

Beheersmaatregelen zijn aanwezig. Ze zijn gestandaardiseerd gedocumenteerd, gecommuniceerd en worden toegepast (Do)

 

Zeer klein risico

 

De beheersmaatregelen worden periodiek intern geëvalueerd en bijgestuurd (Check & Act). Er is ‘levend’ adequaat en doeltreffend systeem van organisatiebeheersing

 

 

Met risico’s kan op vier manieren worden omgegaan. Je kan ze vermijden, beperken, overdragen of aanvaarden. De risico’s die score 1 of 2 gekregen worden, zullen aanvaard worden en behandeld worden wanneer ze zich voordoen. Bij de risico’s die 3 of 4 scoren moet gekeken worden overgedragen kunnen worden naar een derde partij of dat ze door het verminderen van de ernst/waarschijnlijkheid tot een aanvaardbaar niveau kunnen gebracht worden. De risico’s die een 5 scoren moeten ten allen tijde vermeden worden. 

 

Opstellen van een verbeterplan

In een laatste sessie zal de werkgroep de risico’s die 3 of hoger scoren opnemen in een verbeteractieplan. Hierin worden verbeteracties uitgewerkt om de risico’s te beheersen. Per verbeteractie wordt een plan van aanpak uitgewerkt, een start-en einddatum bepaald en een verantwoordelijke aangeduid voor de opvolging ervan. Ook worden ze in een prioriteitenlijst gezet. Optioneel kunnen ook KPI’s bepaald worden waarmee de voortgang van de verbeteractie kan gemeten worden.

 

Opvolging

Vier keer per jaar wordt de voortgang van de verbeteracties met de verantwoordelijken besproken. Twee keer per jaar wordt hierover aan het college gerapporteerd.

Voor de opvolging van het verbeteractieplan worden minstens onderstaande indicatoren, kleurcodes en statussen gehanteerd:

Indicator

Invulling

Groen

Oranje

Rood

 

Stand van Zaken

Wat is de stand van zaken van de verbeteractie? Hier wordt zowel terug- als vooruitgeblikt

Uitvoering verloopt zoals gewenst

Uitvoering loopt wat moeizamer, maar dit zorgt niet voor problemen

Uitvoering loopt niet zoals voorzien.

 

Tijd

Verloopt de uitwerking van de actie volgens de vooropgestelde timing?

Binnen de vooropgestelde timing

Timing zal (mogelijks) niet gehaald worden, maar dit zorgt niet voor problemen

Timing zal niet worden gehaald

 

Status: onbepaald, niet gestart, in voorbereiding, in uitvoering, on hold, vertraagd, voltooid, geannuleerd.

 

Tijdlijn

De tijdlijn van de aanpak organisatiebeheersing zal er per legislatuur als volgt uitzien

        Jaar 1: GR-verkiezingen: interne omgevingsanalyse + Thema’s BBC + opvolging Mensen en Middelen,

        Jaar 2: Bepaling MJP + Thema’s Mensen + opvolging BBC en Middelen,

        Jaar 3: Thema’s Middelen + opvolging BBC en Mensen,

        Jaar 4: Thema’s BBC + opvolging Mensen en Middelen,

        Jaar 5: Thema’s Mensen + opvolging BBC en Middelen,

        Jaar 6: Thema’s Middelen + opvolging BBC en Mensen.

 

Rollen en verantwoordelijkheden

Gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn

Volgens Art 219 van het DLB wordt het algemene kader van het organisatiebeheersingssysteem en de elementen daarin die raken aan de rol en de bevoegdheden van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn zijn onderworpen aan de goedkeuring van de Ggmeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn.

Verder moeten zij, evenals het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau jaarlijks voor 30 juni het rapport organisatiebeheersing krijgen van het vorige jaar.

 

Algemeen directeur

De algemeen directeur coördineert en draagt de verantwoordelijkheid voor de organisatie en de werking van het organisatiebeheersingssysteem. Hij stelt ook jaarlijks het rapport organisatiebeheersing op dat aan de raden voor 30 juni moet worden voorgelegd.

 

Managementteam

Het managementteam speelt een belangrijke rol als bewaker van de missie en de doelstelling van de organisatie en als motor voor strategische ontwikkelingen. Het managementteam geeft zijn advies over het organisatiebeheersingssysteem alvorens het door de algemeen directeur wordt vastgesteld.

 

Medewerkers

De medewerkers spelen een cruciale rol bij de operationele ontwikkelingen en de implementatie van zowel operationele als strategische ontwikkelingen. Zij moeten immers de procedures en de beheersmaatregelen dagdagelijks vertalen naar de werkvloer. 

 

Opvolging en Rapportering

Intern

Eenmaal de verbeteractieplannen per thema op punt staan worden deze driemaandelijks overlopen en worden de indicatoren zoals hierboven minstens aangevuld.

Elke zes maanden wordt van de verantwoordelijken een rapportage over de voortgang van de acties gevraagd. Deze worden dan voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen. Dit zal via een vast Excel-sjabloon verlopen.

Er wordt altijd op de 10 thema’s tegelijk gewerkt, hoewel de zelfevaluatie zich jaarlijks op een andere cluster focust.

 

Extern

Elk jaar rapporteren we vóór 30 juni aan de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn over onze organisatiebeheersing. We zetten hier maximaal in op transparantie en begrijpbaarheid.

 

Elke jaarlijkse rapportering bevat minimaal:

        Een overzicht van de belangrijkste resultaten van de zelfevaluaties van dat jaar,

        Een overzicht van de verbeteracties die het afgelopen jaar uitgevoerd werden,

        Het verbeteractieplan dat tijdens dit jaar werd uitgewerkt voor de thema’s van dat jaar.

Het rapport zelf wordt opgebouwd conform de 10 thema’s uit de leidraad. De status van de verbeteracties wordt zeker grondig toegelicht.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Rechtspositieregelingen

 

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2023  tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen;

 

Gelet op de Europese Arbeidstijdenrichtlijn 2003/88/EG van 4 november 2003 betreffende de aspecten van de organisatie en de arbeidstijd;

 

Gelet op het protocol van akkoord van de representatieve vakorganisatie van 27 maart 2026;

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Overwegende dat een duidelijke en actuele rechtspositieregeling noodzakelijk is voor een transparant en consistent personeelsbeleid;

 

Overwegende dat de bestaande rechtspositieregeling aan herziening toe is omwille van gewijzigde regelgeving en organisatorische noden;

 

Overwegende dat de nieuwe rechtspositieregeling bijdraagt tot een modern HR-beleid, met aandacht voor flexibiliteit, loopbaanontwikkeling en welzijn;

 

Overwegende dat het aangewezen is deze nieuwe rechtspositieregeling al goed te keuren, ondanks de recente vernietiging door de Raad van State van het tweede wijzingsbesluit BVR RPR & het recent goedgekeurde sectoraal akkoord;

 

BESLUIT: 19 stemmen ja: Lobke Michiels, Michel Baert, Annick DeKeyser, Bert Meulemans, Ellen Leaerts, Nick Doms, Daisy De Neef, Ann Morissens, Hans Crol, Willy Stroobants, Patrick Pelsmaekers, Johan Neefs, Marc Usewils, Alex De Coninck, Remi Serranne, Wouter Decat, Cynthia Van de Vloet, Brent Vercauter en Nele Hiers.
3 onthoudingen: Karin Derua, Iris Schoeters en Jurgen Vervaeck.
 

art. 1

De rechtspositieregelingen goed te keuren waarvan de teksten als bijlage integraal deel uitmaken van dit besluit:

        RPR voor het gemeente- en het OCMW-personeel

        RPR voor studenten en monitoren

        RPR voor art. 60 medewerkers

        RPR voor flexijobs

 

art. 2

Deze rechtspositieregelingen van toepassing te verklaren vanaf 1 mei 2026.

 

art. 3

Alle betrokkenen in kennis te stellen van de aangepaste of nieuwe rechtspositieregelingen.

 

art. 4

De rechtspositieregelingen te publiceren op de gemeentelijke website.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Punt bijlagen/links 2026_-_RPR_flexijobs_-_DEF.pdf Download
2026_-_RPR_art.60_§7_-_DEF.pdf Download
2026_-_RPR_Gemeente_&_OCMW_personeel_-_DEF_incl_wijzigingsbesluit.pdf Download
2026_-_RPR_studenten_&_monitoren_-_DEF.pdf Download
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Amendement - Anders.Boortmeerbeek-fractie bij punt 'Belasting op leegstaande woningen en gebouwen'

 

Feiten en context:

- Bespreking van punt 9 op de agenda van de gemeenteraad is de bespreking van de 'belasting op leegstaande woningen en gebouwen'.

- Ter zitting legt de Anders.Boortmeerbeek-fractie volgend amendement voor aan de gemeenteraad ter stemming over het agendapunt belasting op leegstaande woningen en gebouwen'.

- Dit amendement wijzigt de oorspronkelijke tekst op volgende wijze:

Toevoeging aan artikel 6 paragraaf 1: De laatste woonplaats blijft onbeperkt vrijgesteld van leegstandsbelasting.

 

Juridische grond:

- Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

BESLUIT: 9 stemmen ja: Karin Derua, Ann Morissens, Hans Crol, Wouter Decat, Iris Schoeters, Jurgen Vervaeck, Cynthia Van de Vloet, Brent Vercauter en Nele Hiers.
12 stemmen tegen: Lobke Michiels, Michel Baert, Annick DeKeyser, Bert Meulemans, Ellen Leaerts, Nick Doms, Daisy De Neef, Willy Stroobants, Patrick Pelsmaekers, Johan Neefs, Marc Usewils en Alex De Coninck.
1 onthouding: Remi Serranne.
 

art. 1

Het amendement dat volgende tekstwijziging aanbrengt aan het ontwerp van de tekst van het besluit 'belasting op leegstaande woningen en gebouwen' niet goed te keuren met volgende aanpassing in de tekst:

Toevoeging aan artikel 6 paragraaf 1: De laatste woonplaats blijft onbeperkt vrijgesteld van leegstandsbelasting.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Belasting op leegstaande woningen en gebouwen

 

Motivering:

Het belastingreglement op leegstand van woningen en gebouwen zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2019 voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025, vervalt op 31 december 2025. De gemeente wenst dit reglement te hernieuwen en integraal te vervangen door dit inventarisatie- en belastingreglement op leegstand van woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

 

De gemeente is genoodzaakt om belastingen te heffen omwille van haar financiële toestand en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.

 

Het uitvoeringsbesluit van 11 september 2020 houdende de Vlaamse Codex Wonen stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.

 

Op basis van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 kunnen de gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.

 

Gemeente Boortmeerbeek maakt deel uit van een intergemeentelijk project lokaal woonbeleid van IGO div. Het activiteitenpakket van het project bevat het opsporen, registreren en aanpakken van leegstaande gebouwen en woningen als verplichte activiteit.

De langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden omdat leegstaande woningen en gebouwen een negatieve invloed uitoefenen en leidt tot meer opdrachten voor de gemeente.

 

De strijd tegen de leegstaande gebouwen en woningen zal onder meer een effect hebben als de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een leegstandsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting.

 

De langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden om op die manier een optimale benutting van het beschikbaar patrimonium binnen de gemeente te bekomen.

 

De vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

 

Juridische grond:

Gelet op de Grondwet, meer bepaald artikelen 41, 162 en 170, §4, waarin o.a. bepaald wordt dat geen last of belasting door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente kan worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad;

 

Gelet op de artikelen 2, 40 § 3, 41, 14°, 56, §3, 7°, 252, 285 t.e.m. 288, 300 en 326 t.e.m. 335 van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, waarin o.a. bepaald wordt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt, waaronder de gemeentelijke belasting- en retributiereglementen;

 

Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

 

Gelet op het Wetboek van de Inkomstenbelastingen van 10 april 1992 en het Invorderingswetboek van 13 april 2019;

 

Gelet op de Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikelen 2.9 tot en met 2.14;

 

Gelet op het Besluit van de Vlaamse regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

 

Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

 

Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones;

 

Gelet op de omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 aangaande het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;

 

Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 23 september 2019 met betrekking tot het inventarisatiereglement voor leegstaande woningen en gebouwen;

 

Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 16 december 2019 op de belasting van leegstand van woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025;

 

Gelet op het gemeenteraadsbesluit tijdens de zitting van 22 september 2025  over de goedkeuring van het subsidiedossier voor het intergemeentelijk project lokaal woonbeleid IGO div voor de periode 2026-2031.

 

Financiële weerslag:

De ontvangsten zijn ingeschreven in het meerjarenplan 2026-2031 onder jaarbudgetrekening ACT-134/0020-00/73740000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN en is dus noodzakelijk voor het behoud van een gezonde financiële toestand van de gemeente.

 

BESLUIT: 13 stemmen ja: Lobke Michiels, Michel Baert, Annick DeKeyser, Bert Meulemans, Ellen Leaerts, Nick Doms, Daisy De Neef, Willy Stroobants, Patrick Pelsmaekers, Johan Neefs, Marc Usewils, Alex De Coninck en Remi Serranne.
3 stemmen tegen: Karin Derua, Iris Schoeters en Jurgen Vervaeck.
6 onthoudingen: Ann Morissens, Hans Crol, Wouter Decat, Cynthia Van de Vloet, Brent Vercauter en Nele Hiers.
 

art. 1

Het reglement belasting op leegstaande woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031, gelet op het heden ingediende amendement van de Anders.Boortmeerbeek-fractie dewelke na stemming tijdens de zitting werd verworpen, als volgt vast te stellen:

 

Artikel 1: Begripsomschrijving/definitie:

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

  1.    IGO div: de intergemeentelijke administratieve eenheid, met leegstandsbeheerder, die door de gemeenteraad wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister;

 

  1.    Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen: Pastorijstraat 2, 3190 Boortmeerbeek;

 

  1.    Administratieve akte: genummerd document dat de inventarisatiedatum, de kadastrale gegevens van het leegstaande pand, de houder(s) van het zakelijk recht, de beslissing tot opname in het leegstandsregister en de beroepsmogelijkheid tegen de opname in het leegstandsregister omvat;

 

  1.    Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
    1. Een aangetekend schrijven;
    2. Een afgifte tegen ontvangstbewijs;

 

  1.    Gebouw: elk gebouwd onroerend goed, niet zijnde een woning, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;

 

  1.    Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;

 

  1.    Pand: een gebouw of een woning;

 

  1.    Kamer: woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreekt en waarvan de bewoners voor één of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt;

 

  1.    Opnamedatum: de datum waarop het gebouw, de woning of de kamer voor het eerst in het leegstandsregister wordt opgenomen. Dit is tevens de datum van de akte en referentiepunt om de verjaardag te bepalen;

 

  1. Leegstaand gebouw: een gebouw wordt als leegstaand beschouwd indien meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste 12 opeenvolgende maanden. Voor de bepaling van de totale vloeroppervlakte wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.

 

De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

 

Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

  1. Leegstaande/oneigenlijk in gebruik zijnde woning: een woning wordt als leegstaand/oneigenlijk in gebruik zijnd beschouwd wanneer zij gedurende een termijn van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

 

  1. Houder van het zakelijk recht: de persoon of personen met een recht van:
    1. volle eigendom;
    2. recht van opstal of van erfpacht;
    3. vruchtgebruik;

           met betrekking tot een gebouw of een woning.

 

  1. Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande woningen en gebouwen, vermeld in o.a. artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

  1. Belastbare periode: iedere periode van 12 opeenvolgende maanden van opname in het leegstandsregister. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat een gebouw of woning gedurende 12 opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister. Zolang het leegstaande gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt overeenkomstig artikel 2.11 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van 12 maanden verstrijkt.

 

Artikel 2: Leegstandsregister en leegstandsindicaties

§1. Het intergemeentelijk woonproject van IGO div houdt een leegstandsregister bij. Het leegstandsregister bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:

 

1° een lijst ‘leegstaande gebouwen’; 2° een lijst ‘leegstaande woningen’.

 

§2. De leegstand wordt beoordeeld op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in volgende niet-limitatieve lijst:

  1.    Het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning of van een aangifte als tweede verblijf;
  2.    onterechte aanmelding/aangifte als tweede verblijf;
  3.    De materiële en/of fysische onmogelijkheid om het pand te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde of verzegelde toegang;
  4.    Het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;
  5.    Een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen dat een gebruik overeenkomstig de functie van een pand kan worden uitgesloten;
  6.    De vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;
  7.    Het pand vertoont tekenen van ernstig vervuild glas- of buitenschrijnwerk, het niet wind- of waterdicht zijn van het pand;
  8.    Het pand is helemaal/gedeeltelijk ongemeubileerd;
  9.    Een normaal gebruik van het pand overeenkomstig zijn functie lijkt onmogelijk aangezien het pand (groten)deels vernield is;
  10. Het pand wordt niet gebruikt conform de vergunde functie of waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden;
  11. Het pand vertoont één of meer van de volgende uitwendige tekenen van leegstand: een uitpuilende, dichtgeplakte of geen brievenbus; geblindeerde raamopeningen, langdurig neergelaten rolluiken; langdurige niet of slecht onderhouden omgeving of tuin;
  12. Het ontbreken van een actief vestigingsnummer in de kruispuntbank voor ondernemingen op het betreffende adres van een gebouw;
  13. Het ontbreken van een neergelegde jaarrekening van het voorafgaande boekjaar van de onderneming die gevestigd is op het adres van het te registreren gebouw;
  14. Een gebrek aan actieve uitbating, het ontbreken van aangeduide openingsuren of het ontbreken van een naam of logo op het gebouw;
  15. De feitelijke vaststelling van afwezigheid van uitrustings- en verkoopmateriaal en goederen in het gebouw;
  16. Getuigenissen;
  17. Andere indicaties die kunnen worden vastgesteld zoals opgesomd in het verslag dat bij de akte wordt toegevoegd.

 

Artikel 3: Wijze van inventarisatie

§1 Conform artikel 2.9, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 vertrouwt de gemeente de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister toe aan IGO div.

IGO div fungeert als intergemeentelijk samenwerkingsverband. Het beslissingsorgaan van IGO div duidt de personeelsleden aan die onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden hebben. Het intergemeentelijk samenwerkingsverband voert alle taken uit voor de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister.

 

§2. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister

aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum. De houder van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van deze vaststelling.

 

Artikel 4: Vaststelling van de belasting

§1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op woningen en gebouwen die gedurende minstens 12 opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

§2. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister. Zolang het leegstaand gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van 12 maanden verstrijkt.

 

§3. De belasting op een leegstaande woning of een leegstaand gebouw, opgenomen in het leegstandsregister, bedraagt:

       voor een eerste opeenvolgende termijn van 12 maanden: € 1.250

       voor een tweede opeenvolgende termijn van 12 maanden: € 2500

       voor een derde opeenvolgende termijn van 12 maanden: € 3750

       vanaf de vierde opeenvolgende termijn van 12 maanden: € 6.000

 

Artikel 5: Belastingplichtige

§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

 

§2. Indien er meerdere houders van het zakelijk recht zijn, zijn deze allen hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Dit betekent dat het volledige bedrag van de belasting bij één van hen kan worden opgeëist.

 

§3. Bij overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager van dit recht de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister. Tevens moet de overdrager van het zakelijk recht per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte of een attest van overdracht opgemaakt door de notaris bezorgen aan de gemeente, binnen 2 maanden na het verlijden van de notariële akte.

Het attest of de kopie van de notariële akte bevat minstens de volgende gegevens:

       naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel;

       datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;

       nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw.

Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van

§1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

§4. De belasting moet betaald worden binnen de 2 maanden na verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 6: Vrijstellingen

§1. Persoonsgebonden vrijstellingen. Van de leegstandsheffing zijn vrijgesteld:

 

1° de belastingplichtige die in een erkende ouderenvoorziening verblijft. De vrijstelling zal toegekend kunnen worden wanneer bewijs wordt geleverd door de erkende ouderenvoorziening waar de belastingplichtige verblijft, met dien verstande dat deze vrijstelling geldt voor 12 maanden volgend op datum van opname van de leegstaande woning in de inventaris leegstand. Deze vrijstelling geldt enkel voor die woning waar de belastingplichtige gedomicilieerd was voorafgaand aan de opname in de erkende ouderenvoorziening. Deze vrijstelling kan niet worden verlengd.

 

2° de belastingplichtige die voor een langdurig verblijf (minimum 1 jaar) werd opgenomen in een psychiatrische instelling. Deze vrijstelling geldt enkel voor die woning waar de belastingplichtige gedomicilieerd was voorafgaand aan de opname in de erkende psychiatrische instelling. De vrijstelling zal toegekend kunnen worden wanneer het bewijs van het langdurige verblijf wordt geleverd door de instelling waar de belastingplichtige verblijft, met dien verstande dat deze vrijstelling geldt voor 12 maanden volgend op de opnamedatum van de leegstaande woning in de inventaris leegstand. Deze vrijstelling kan worden verlengd zolang de opname van de patiënt in de psychiatrische instelling duurt.

 

3° de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar houder van het zakelijk recht is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt t.e.m. het aanslagjaar volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht. De vrijstelling zal toegekend kunnen worden wanneer een bewijs van overdracht wordt aangeleverd in de vorm van een kopie van de notariële akte of een attest van overdracht opgemaakt door de notaris.

 

4° de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing. Deze vrijstelling geldt voor een periode van 12 maanden volgend op datum van opname van de leegstaande woning in de inventaris leegstand, tenzij de gerechtelijke beslissing eerder wordt opgeheven. Deze vrijstelling is slechts éénmaal verlengbaar met 12 maanden.

 

§2. Objectgebonden vrijstellingen. Een vrijstelling wordt verleend indien:

 

1° het gebouw of de woning gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan wordt voorbereid.

 

2° het gebouw of de woning vernield of beschadigd werd ten gevolge van een ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van 12 maanden volgend op de datum van de vernieling of beschadiging. Deze vrijstelling is slechts tweemaal aaneensluitend verlengbaar met telkens 12 maanden. Onder een ramp wordt verstaan elke gebeurtenis die uiterlijk waarneembare schade veroorzaakt aan het pand, en waardoor het gebruik of de bewoning ervan geheel of ten dele onmogelijk wordt.

3° het gebouw of de woning behoort tot het beschermd erfgoed of een beschermd erfgoedlandschap en een dossier voor het verkrijgen van een erfgoedpremie is ingediend. Deze vrijstelling geldt vanaf het aanslagjaar waarin een ontvankelijk dossier wordt ingediend tot en met het aanslagjaar waarin de premie is toegekend of afgewezen. De vrijstelling geldt enkel indien de houder van het zakelijk recht aannemelijk maakt dat de werken waarvoor de premie wordt aangevraagd noodzakelijk zijn om het gebruik van de woning of het gebouw redelijkerwijze mogelijk te maken.

 

4° voor het pand een stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning werd aangevraagd in overeenstemming met de stedenbouwkundige voorschriften en brandveiligheidsvoorschriften doch er 4 maanden na het indienen van deze aanvraag, onafhankelijk van de wil van de aanvrager of houder van het zakelijk recht, geen definitieve bouwvergunning werd bekomen. Per gebouw of woning kan er door dezelfde eigenaar binnen een periode van 10 jaar slechts éénmalig beroep worden gedaan op deze vrijstelling. De vrijstelling geldt voor een periode van 12 maanden en gaat in vanaf de datum van de aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning.

5° het gebouw of de woning gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen stedenbouwkundige vergunning/melding/omgevingsvergunning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van 12 maanden volgend op het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning/melding/omgevingsvergunning. Deze vrijstelling is viermaal aaneensluitend verlengbaar met telkens 12 maanden.

6° Het pand gerenoveerd wordt zonder dat er een stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning is vereist. In dit geval moet een renovatiedossier worden voorgelegd dat minstens volgende elementen bevat:

  1. een plan of tekening en enkele foto’s van de bestaande toestand van het te renoveren

gedeelte;

  1. een overzicht van de niet stedenbouwkundig/omgevingsvergunningplichtige werken die worden uitgevoerd;
  2. een raming van de kosten, vergezeld van offertes, facturen, bestekken van de uit te voeren en reeds uitgevoerde werken;
  3. een gedetailleerd tijdschema dat aangeeft wanneer de werken worden uitgevoerd;
  4. een akkoord van de mede-houders zakelijk recht (indien van toepassing).

 

De werkzaamheden moeten van die aard zijn dat de woning of het gebouw tijdens de werken niet in gebruik kan genomen worden. De houder van het zakelijk recht geeft toestemming om de werken ter plaatse te controleren. Het college van burgemeester en schepenen kan de aanvraag weigeren wanneer de bedoelde werken en investeringen onvoldoende zijn om één jaar te duren

en/of wanneer de woning na de werken nog niet zou voldoen aan de normen van de Vlaamse Codex Wonen.

Deze vrijstelling geldt voor een periode van 12 maanden volgend op de startdatum van de werken (indienen zoals vermeld in het renovatiedossier) en is tweemaal aaneensluitend verlengbaar voor telkens 12 maanden.

Een eerste en tweede verlenging dient te worden aangevraagd voor het verstrijken van de lopende vrijstelling. Per gebouw of woning kan er door dezelfde eigenaar binnen een periode van 10 jaar slechts éénmalig beroep worden gedaan op deze vrijstelling.

 

7° voor het pand een offerte voor sloop werd ondertekend. Deze vrijstelling geldt voor een periode van 12 maanden volgend op de datum van de offerte en kan slechts éénmaal door dezelfde eigenaars aangevraagd worden. Deze vrijstelling kan niet worden verlengd.

 

§3. De vrijstelling van heffing heeft geen impact op de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister. De anciënniteit van opname in het leegstandsregister blijft doorlopen tijdens de periode van vrijstelling. Dit betekent dat wanneer de reden tot vrijstelling wegvalt, de heffing zal berekend worden op basis van de begindatum van opname in het leegstandsregister.

 

§4. Indien er meerdere houders van het zakelijk recht zijn op een woning of gebouw en er aan één van hen een vrijstelling wordt toegekend, geldt de vrijstelling voor alle houders van het zakelijk recht, zelfs al hebben de anderen geen aanvraag tot vrijstelling ingediend.

§5. De aanvraag tot vrijstelling van heffing wordt, vergezeld van de nodige bewijsstukken, gericht aan het college van burgemeester en schepenen vóór het verstrijken van de eerste termijn van 12

maanden of een volgende termijn van 12 maanden na datum van opname in het leegstandsregister. Eens de verjaardag van de inventarisatiedatum is verlopen, kan de gemeente overgaan tot het invorderen van de heffing.

 

Artikel 7: Schrapping uit het leegstandsregister

Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt, eens de houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste 6 opeenvolgende maanden.

Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt, eens de houder van het zakelijk recht bewijst dat deze woning gedurende een termijn van ten minste 6 opeenvolgende maanden aangewend wordt in overeenstemming met de functie.

IGO div vermeldt als datum van schrapping de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie.

 

Indien een woning of gebouw gesloopt werd, wordt deze uit het leegstandsregister geschrapt.

De houder van het zakelijk recht levert hiervoor een bewijs van sloop, bijvoorbeeld foto’s. Een woning of gebouw dat gesloopt werd, kan pas geschrapt worden wanneer al het puin op het perceel volledig opgeruimd werd.

De houder van het zakelijk recht dient een gemotiveerd verzoek tot schrapping te richten aan de leegstandsbeheerder. Dit verzoek bevat:

de identiteit en het adres van de indiener;

de nodige contactgegevens;

het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop

 

het verzoek betrekking heeft;

één of meer bewijsstukken die aantonen dat het gebouw of de woning geschrapt mag worden uit

het leegstandsregister.

De leegstandsbeheerder neemt binnen de 2 maanden na ontvangst van het verzoek een beslissing. De leegstandsbeheerder brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing.

 

Artikel 8: Beroep tegen opname

Binnen een termijn van 30 dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van de kennisgeving, vermeld in artikel 3, kan een houder van het zakelijk recht bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister of beroep aantekenen tegen weigering van schrapping.  Het beroep wordt per beveiligde zending betekend.

 

Het beroepschrift wordt gedagtekend en bevat minimaal de volgende gegevens:

1° de identiteit en het adres van de indiener;

2° de nodige contactgegevens 

3° het adres van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;

4° één of meer bewijsstukken die aantonen dat niet voldaan is aan de voorwaarden voor leegstand, met dien verstande dat de vaststelling van de leegstand betwist kan worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, met uitzondering van de eed.

 

Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd. 

De beroepsinstantie registreert elk inkomend beroepschrift in het leegstandsregister en meldt de ontvangst ervan aan de indiener van het beroepschrift.

Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van 90 dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.

Als het college van burgemeester en schepenen het beroep gegrond acht, of nalaat om binnen de termijn van 90 dagen, kennis te geven van zijn beslissing, kunnen de eerder gedane vaststellingen geen aanleiding geven tot een nieuwe beslissing tot opname in het leegstandsregister.

Indien de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond is, neemt de leegstandsbeheerder het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand (de datum van de administratieve akte).

 

Artikel 9: Beroepsprocedure

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

Bezwaarschriften kunnen per post (Pastorijstraat 2, 3190 Boortmeerbeek) of via elektronische weg (per e-mail: fd@boortmeerbeek.be) worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.

De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.

 

Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.

Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.

 

Artikel 10: Inwerkingtreding

Dit reglement wordt overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 286-288 van het decreet over het lokaal bestuur door de burgemeester bekendgemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd.

 

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en heft op en vervangt vanaf die dag het gemeentelijk reglement van 23 februari 2026 inzake de belasting op leegstaand en oneigenlijk gebruik woningen en gebouwen. Het heft op en vervangt tevens vanaf die dag het gemeentelijk reglement van 23 september 2019 inzake de inventarisatie van leegstaande woningen en gebouwen.

 

Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijk leegstandsregister voor die datum blijven opgenomen met dezelfde opnamedatum.

 

Dit reglement wordt overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur aan de toezichthoudende overheid toegezonden.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Rapportering LEKP 2025

 

Gelet op het ondertekenen door de gemeente Boortmeerbeek van het Burgemeestersconvenant 2030, aangaande de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen;

 

Gelet op het Lokaal Energie- en Klimaatpact van de Vlaamse Regering en de Vlaamse steden en gemeenten van 4 juni 2021 aangaande het verbintenissen engagement inzake de algemenen engagementen en de vier werven behoudend 16 specifieke doelstellingen;

 

Gelet op art. 2 van het Decreet Lokaal Bestuur: “De gemeenten zijn overeenkomstig artikel 41 van de Grondwet bevoegd voor de aangelegenheden van gemeentelijk belang. Voor de verwezenlijking daarvan kunnen ze alle initiatieven nemen. Ze beogen om bij te dragen aan de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied”;

 

Overwegende dat de gemeente Boortmeerbeek het Lokaal Energie- en Klimaatpact 1.0 ondertekende op 6 juli 2021;

 

Overwegende dat de gemeente Boortmeerbeek het Lokaal Energie- en Klimaatpact 2.0 ondertekende op 3 oktober 2022;

 

Overwegende dat de gemeente Boortmeerbeek het Lokaal Energie- en Klimaatpact 2.1 ondertekende op 24 april 2023;

 

Overwegende dat binnen het Lokaal Energie- en Klimaatpact een jaarlijkse inhoudelijke rapportering met betrekking tot de voorgang moet opgemaakt worden dat na voorleggen aan de gemeenteraad bij Agentschap Binnenlands Bestuur moet ingediend worden;

 

Overwegende dat hiervoor gebruik gemaakt wordt van het Lokaal Klimaatpactportaal, waar de Vlaamse overheid de monitoring van de doelstellingen bijhoudt;

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

BESLUIT: eenparig.
 

art. 1

Kennis te nemen van de rapportering over 2025 in verband met het Lokaal Energie- en Klimaatpact, inclusief de bijhorende financiële rapportering.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze - aankoop veegmachine

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;

 

Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;

 

Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht;

 

Gelet op de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen;

 

Gelet op de wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 41, §1, 1° (het geraamde bedrag excl. btw bereikt de drempel van 216.000,00 EUR niet);

 

Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen;

 

Gelet op het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen;

 

Overwegende dat in het kader van de opdracht “Aankoop veegmachine ”een bestek met nr. 2026278 werd opgesteld door de dienst Ruimte;

 

Overwegende dat de uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 157.024,79 EUR excl. btw of 190.000,00 EUR incl. 21% btw;

 

Overwegende dat voorgesteld wordt de opdracht te gunnen bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking;

 

Overwegende dat de uitgave voor deze opdracht voorzien is in het investeringsbudget:
2026/ACT-89/0119-05/24300000/GEMEENTE/CBS/IP-121 - Aankoop veegmachine;

 

BESLUIT: eenparig.
 

art. 1

Goedkeuring wordt verleend aan het bestek met nr. 2026278 en de raming voor de opdracht “Aankoop veegmachine”, opgesteld door de technische dienst. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten. De raming bedraagt 157.024,79 EUR excl. btw of 190.000,00 EUR incl. 21% btw.

 

art. 2

Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de vereenvoudigde

onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.

 

art. 3

De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal

niveau.

 

art. 4

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget:
2026/ACT-89/0119-05/24300000/GEMEENTE/CBS/IP-121 - Aankoop veegmachine.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Aankoopcentrale VERA - toetreding

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Gelet op de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten en latere wijzigingen;

 

Gelet op artikel 47 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, dat bepaalt dat aanbestedende overheden leveringen en diensten kunnen verwerven via een aankoopcentrale;

 

Gelet op het feit dat VERA, autonoom provinciebedrijf van de provincie Vlaams-Brabant,

optreedt voor de leden als aankoopcentrale in de zin van artikel 2, 6°a) en 7°b) van de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten. Een aanbestedende overheid die een beroep doet op een aankoopcentrale is vrijgesteld van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren, conform artikel 47 § 2 van bovenvermelde wet.

 

Gelet op het feit dat VERA interessante raamovereenkomsten afsluit voor ICT-, audiovisueel- en netwerkmateriaal;

 

Gelet op het feit dat het lokaal bestuur lid is van IT-punt ILV, een virtuele centrumstad binnen VERA;

 

Overwegende dat leden van de virtuele centrumsteden en IT-punt ILV kosteloos gebruik kunnen maken van de raamovereenkomsten die door VERA worden afgesloten;

 

Overwegende dat de financiële voordelen van deze raamovereenkomsten rechtstreeks ten goede komen aan de deelnemende lokale besturen via voordelige prijzen en een uitgebreidere dienstverlening van de betrokken leveranciers;

 

Overwegende dat het gebruik van een aankoopcentrale lokale besturen toelaat om op een efficiënte en rechtszekere wijze aankopen te verrichten, met een vermindering van administratieve lasten en een optimalisatie van de prijs-kwaliteitverhouding;

 

Overwegende dat het aangewezen is dat de gemeente, het OCMW en het autonoom gemeentebedrijf (AGB) gebruik kunnen maken van deze raamovereenkomst voor de aankoop van audiovisueel materiaal en bijhorende diensten;

 

Overwegende dat de toetreding tot deze raamovereenkomst geen aankoopverplichting inhoudt, maar enkel de mogelijkheid creëert om bij toekomstige aankopen gebruik te maken van de contractvoorwaarden en de bestelprocedure van deze raamovereenkomst;

 

BESLUIT: eenparig.
 

art. 1
De kosteloze toetreding tot de aankoopcentrale "VERA", goed te keuren. 

 

art. 2
De gemeente kan binnen de bevoegdheden en beschikbare kredieten, gebruik maken van de raamovereenkomsten voor de aankoop van audiovisueel materiaal en bijhorende diensten.

 

art. 3
De concrete bestellingen zullen gebeuren overeenkomstig de bestelprocedure voorzien door de aankoopcentrale en volgens de interne delegaties en budgettaire bepalingen van de betrokken entiteit.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw van de Vrede Boortmeerbeek - jaarrekening 2025

 

Feiten en context:

 - De jaarrekening dienstjaar 2025 vanwege de Kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw van de Vrede Boortmeerbeek zoals goedgekeurd door de kerkraad op 11 maart 2026.

- Alle bijlagen werden bijgevoegd.

- In het administratief onderzoek werden geen opmerkingen gemaakt.

 

Argumentatie:

- Er dient kennis te worden genomen van de jaarrekening dienstjaar 2025 vanwege de Kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw van de Vrede Boortmeerbeek zoals goedgekeurd door de kerkraad op 11 maart 2026.

 

Juridische grond:

- Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

- Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en de werking van de erkende erediensten.

 

Adviezen:

Niet van toepassing.

 

Procedure:

Niet van toepassing.

 

Financiële weerslag:

Niet van toepassing.

 

BESLUIT: 15 stemmen ja: Lobke Michiels, Michel Baert, Annick DeKeyser, Bert Meulemans, Ellen Leaerts, Nick Doms, Daisy De Neef, Karin Derua, Willy Stroobants, Patrick Pelsmaekers, Johan Neefs, Marc Usewils, Alex De Coninck, Remi Serranne en Iris Schoeters.
6 onthoudingen: Ann Morissens, Hans Crol, Wouter Decat, Cynthia Van de Vloet, Brent Vercauter en Nele Hiers.
 

art. 1 

Kennis te nemen van de jaarrekening dienstjaar 2025 vanwege de Kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw van de Vrede Boortmeerbeek, dewelke toegevoegd werd als bijlage en integraal deel uitmaakt van dit besluit.

 

art. 2

De jaarrekening dienstjaar 2025 vanwege de Kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw van de Vrede Boortmeerbeek gunstig te adviseren.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Punt bijlagen/links Jaarrekening_2025_kerkfabriek_Boortmeerbeek_deel_1.pdf Download
Jaarrekening_2025_kerkfabriek_Boortmeerbeek_deel_2.pdf Download
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Regiowerking HaBoBIB - mandatering algemene vergadering van 9 juni 2026

 

Feiten en context:

- De gemeente Boortmeerbeek is aangesloten is bij de opdrachthoudende intergemeentelijke vereniging HaBoBIB.

 

Argumentatie:

- Op 6 maart 2026 werd de gemeente Boortmeerbeek opgeroepen deel te nemen aan de algemene vergadering van de opdrachthoudende vereniging HaBoBIB op 9 juni 2026 die plaats heeft in de bibliotheek van Boortmeerbeek - Blokstraat 2.

 

Juridische grond:

- Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

- Het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking.

- Artikel 44, 3° alinea van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking bepaalt dat de benoemingsprocedure met de vaststelling van het mandaat van de afgevaardigde wordt herhaald voor elke algemene vergadering.

- Het besluit van de gemeenteraad van 27 januari 2025 waarin na geheime stemming is besloten Ellen Leaerts, schepen, Patrick Pelsmaekers, raadslid, Willy Stroobants, raadslid, Alex De Coninck, raadslid en Bert Meulemans, schepen aan te duiden als afgevaardigden en het besluit van de gemeenteraad van 24 november 2025 waarin na geheime stemming is besloten Lobke Michiels, raadslid, aan te duiden als afgevaardigde van de gemeente Boortmeerbeek, en het besluit van de gemeenteraad van 26 januari 2026 waarin na geheime stemming is besloten Daisy De Neef, schepen, aan te duiden als afgevaardigde van de gemeente Boortmeerbeek op de algemene vergaderingen van de opdrachthoudende intergemeentelijke vereniging HaBoBIB voor de volledige legislatuur 2025-2030, waarbij de afgevaardigden eveneens plaatsvervanger van elkaar zijn.

 

Adviezen:

Niet van toepassing.

 

Procedure:

Niet van toepassing.

 

Financiële weerslag:

Niet van toepassing.

 

BESLUIT: eenparig.
 

art. 1 

Het mandaat van de afgevaardigden als volgt te bepalen voor de algemene vergadering van de opdrachthoudende intergemeentelijke vereniging HaBoBIB op 9 juni 2026:

1. Vaststellen van het aantal aanwezige aandelen

2. Goedkeuring verslag d.d. 9 december 2025

3. Goedkeuring jaarrekening 2025: verslag Raad van Bestuur (art. 49 van de statuten)

4. Goedkeuring jaarrekening 2025: verslag van de revisor (art. 49 van de statuten)

5. Kwijting aan de bestuurders en aan de revisor

6. Goedkeuring werkingsverslag 2025

7. Varia

 

art. 2 

De afgevaardigden van de gemeenteraad te mandateren op de algemene vergadering akkoord te gaan met de bij deze agendapunten horende voorstellen en daartoe de nodige handelingen te stellen.

 

art. 3  

Het college van burgemeester en schepenen te belasten met de uitvoering van de hierbij genomen beslissing en er kennis van te geven aan HaBoBIB, p/a. Wespelaarsesteenweg 85, 3150 Haacht.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Regiowerking IGS Hofheide - mandatering algemene vergadering van 24 juni 2026

 

Feiten en context:

- De gemeente Boortmeerbeek is aangesloten bij de intergemeentelijke samenwerking Hofheide.

- De actuele statuten van de intergemeentelijke samenwerking Hofheide die bepalen dat deelnemende gemeenten hun vertegenwoordigers op een algemene vergadering bij gemeenteraadsbesluit moeten mandateren met de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger voor elke algemene vergadering.

 

Argumentatie:

- Op 27 maart 2026 werd de gemeente Boortmeerbeek opgeroepen deel te nemen aan de algemene vergadering van de dienstverlenende vereniging IGS Hofheide op 24 juni 2026 die plaats heeft in crematorium Hofheide.

 

Juridische grond:

- Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

- Het besluit van de gemeenteraad van 24 november 2025 waarin na geheime stemming is besloten Lobke Michiels, raadslid aan te duiden als vertegenwoordiger en Bert Meulemans, schepen, aan te duiden als plaatsvervangend vertegenwoordiger van de gemeente Boortmeerbeek op de algemene vergaderingen van de dienstverlenende vereniging IGS Hofheide , voor de volledige legislatuur.

 

Adviezen:

Niet van toepassing.

 

Procedure:

Niet van toepassing.

 

Financiële weerslag:

Niet van toepassing.

 

BESLUIT: eenparig.
 

art. 1 

Het mandaat van de vertegenwoordiger als volgt te bepalen voor de algemene vergadering van de dienstverlenende vereniging IGS Hofheide op 24 juni 2026:

  1. Goedkeuring van het verslag van de buitengewone algemene vergadering van 17 december 2025,
  2. Vaststelling van de jaarrekening en het jaarverslag 2025,
  3. Verlenen van kwijting aan de bestuurders en de commissaris,
  4. Werking van het crematorium,
  5. Varia.

 

art. 2 

De vertegenwoordiger van de gemeenteraad te mandateren op de algemene vergadering akkoord te gaan met de bij de agendapunten horende voorstellen en daartoe de nodige handelingen te stellen.

 

art. 3 

Het college van burgemeester en schepenen te belasten met de uitvoering van de hierbij genomen beslissing door er onder meer kennis van te geven aan de opdrachthoudende vereniging.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Regiowerking C-smart (Cipal dv) - mandatering algemene vergadering van 25 juni 2026

 

Feiten en context:

- De gemeente Boortmeerbeek is aangesloten bij de dienstverlenende vereniging C-smart (Cipal) dv.

- De raad van bestuur stelt voor de officiële naam van de dienstverlenende vereniging te wijzigen in “C-smart”. De naam C-smart wordt vandaag reeds door de dienstverlenende vereniging gebruikt als merknaam voor haar dienstverlening, waaronder de rol van aankoopcentrale.

- De statuten regelen de organisatie en de werking van de dienstverlenende vereniging. Het ontwerp van statutenwijziging werd samen met het advies van de Vlaamse Regering over de statutenwijziging op 27 maart 2026 via e-mail overgemaakt.

- Artikel 427 DLB bepaalt dat uiterlijk negentig kalenderdagen voor de algemene vergadering die de statutenwijzigingen moet beoordelen, een door de raad van bestuur opgesteld ontwerp samen met het advies van de Vlaamse Regering over de statutenwijzigingen aan alle deelnemers wordt voorgelegd. De beslissingen daarover van hun raden die de oorspronkelijke statuten hebben goedgekeurd, bepalen het mandaat van de respectieve vertegenwoordigers op de algemene vergadering en worden bij het verslag gevoegd. De algemene vergadering waarvan sprake in deze alinea wordt voorzien op 25 juni 2026.

 

Argumentatie:

- Op 27 maart 2026 werd de gemeente Boortmeerbeek opgeroepen deel te nemen aan de algemene vergadering van de dienstverlenende vereniging C-smart (Cipal dv) op 25 juni 2026 die plaats heeft in Gasthuisbos 4 te 2440 Geel.

- De voorgelegde statutenwijziging strekt tot wijziging van de naam van de dienstverlenende vereniging.

- Volgens het advies van de Vlaamse Regering is deze wijziging in overeenstemming met het recht.

- Er zijn geen bezwaren voorhanden om goedkeuring van de voorgelegde statutenwijziging te weigeren.

 

Juridische grond:

- Het artikel 44, 1ste en 3e alinea van het Vlaams decreet van 6 juli 2001 houdende de

Intergemeentelijke Samenwerking, waarbij bepaald wordt dat de gemeenten-vennoten hun

vertegenwoordigers op een algemene vergadering van een dienstverlenende vereniging bij

gemeenteraadsbesluit moeten aanwijzen uit de leden van de gemeenteraad en dat dergelijke

benoemingsprocedure met de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger moet worden herhaald voor elke algemene vergadering.

- Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

- Artikel 427 Decreet Lokaal Bestuur beschrijft de procedure van statutenwijzigingen van de dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen.

- De gemeenteraad is bevoegd op grond van de artikelen 40 en 41 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

- Het besluit van de gemeenteraad van 27 januari 2025 waarin na geheime stemming is besloten Nick Doms, schepen, aan te duiden als vertegenwoordiger en Bert Meulemans, schepen, als plaatsvervangend vertegenwoordiger van de gemeente Boortmeerbeek op de algemene vergaderingen van de dienstverlenende vereniging C-smart (Cipal) dv, voor de volledige legislatuur.

 

Adviezen:

Niet van toepassing.

 

Procedure:

Niet van toepassing.

 

Financiële weerslag:

Niet van toepassing.

 

BESLUIT: eenparig.
 

art. 1 

Het mandaat van de vertegenwoordiger als volgt te bepalen op de algemene vergadering van de dienstverlenende vereniging C-smart (Cipal dv) op 25 juni 2026:

1. Toetreding nieuwe deelnemer(s)

2. Kennisname van het jaarverslag van de raad van bestuur en het verslag van de commissaris

over de enkelvoudige jaarrekening van C-smart over het boekjaar 2025

3. Goedkeuring van de enkelvoudige jaarrekening van C-smart over het boekjaar 2025 met

bestemming van het resultaat

4. Kennisname van het jaarverslag van de raad van bestuur en het verslag van de commissaris

over de geconsolideerde jaarrekening van C-smart over het boekjaar 2025

5. Kennisname van de geconsolideerde jaarrekening van C-smart over het boekjaar 2025

6. Kwijting te verlenen afzonderlijk aan de bestuurders en aan de commissaris van C-smart voor

de uitoefening van hun mandaat tijdens het boekjaar 2025

7. Statutenwijziging

8. Goedkeuring van het verslag, staande de vergadering.

 

art. 2 

Het ontwerp van statutenwijziging van de dienstverlenende vereniging Cipal (C-smart), medegedeeld bij e-mail van 27 maart 2026 en te behandelen op de algemene vergadering van 25 juni 2026 wordt goedgekeurd.

 

art. 3

De vertegenwoordiger van de gemeente wordt gemandateerd om op de algemene vergadering van de dienstverlenende vereniging Cipal (C-smart) van 25 juni 2026 te handelen en te beslissen conform dit besluit. Indien deze algemene vergadering niet geldig zou kunnen beraadslagen of indien deze algemene vergadering om welke reden dan ook zou worden verdaagd, dan blijft de vertegenwoordiger van de gemeente gemachtigd om deel te nemen aan elke volgende vergadering met dezelfde agenda.

 

art. 4

Het college van burgemeester en schepenen te belasten met de uitvoering van de hierbij genomen beslissing door er onder meer kennis van te geven aan de dienstverlenende vereniging.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Regiowerking Fluvius Riobra - mandatering algemene vergadering van 23 juni 2026

 

Feiten en context:

- De gemeente Boortmeerbeek is voor één of meerdere activiteiten aangesloten bij de opdrachthoudende vereniging Fluvius Riobra.

 

Argumentatie:

- Op 30 maart 2026 werd de gemeente Boortmeerbeek per aangetekend schrijven opgeroepen deel te nemen aan de algemene vergadering van de opdrachthoudende vereniging Fluvius Riobra op 23 juni 2026 die plaats heeft in Craywinkelhof, Staatsbaan 263 te 3210 Lubbeek.

- Een dossier met documentatiestukken werd op 30 maart 2026 aan de gemeente Boortmeerbeek per brief overgemaakt.

 

Juridische grond:

- Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

- Het artikel 432, alinea 3 van het decreet over het lokaal bestuur, waarbij bepaald wordt dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger dient te worden herhaald voor elke algemene vergadering.

- Het besluit van de gemeenteraad van 27 januari 2025 waarin na geheime stemming is besloten Annick DeKeyser, schepen, aan te duiden als vertegenwoordiger en Johan Neefs, raadslid, aan te duiden als plaatsvervangend vertegenwoordiger van de gemeente Boortmeerbeek op de algemene vergaderingen van de opdrachthoudende vereniging Fluvius Riobra, voor de volledige legislatuur.

 

Adviezen:

Niet van toepassing.

 

Procedure:

Niet van toepassing.

 

Financiële weerslag:

Niet van toepassing.

 

BESLUIT: eenparig.
 

art. 1 

Het mandaat van de vertegenwoordiger als volgt te bepalen voor de algemene vergadering van de opdrachthoudende vereniging Fluvius Riobra op 23 juni 2026:

  1. Kennisneming verslagen van de Raad van Bestuur en van de commissaris van Fluvius Riobra over het boekjaar 2025.  
  2. Goedkeuring van de jaarrekening van Fluvius Riobra afgesloten op 31 december 2025 (balans, resultatenrekening, winstverdeling, boekhoudkundige besluiten en waarderingsregels).
  3. Vaststelling uitkeringen overeenkomstig art. 6:114 en volgend WVV.
  4. Kwijting te verlenen afzonderlijk aan de bestuurders, de leden van de regionale bestuurscomités en de commissaris van Fluvius Riobra met betrekking tot het boekjaar 2025.  
  5. Desgevallend aanvaarding uitbreiding activiteiten gemeenten voor (neven)activiteiten.
  6. Statutaire benoemingen.
  7. Benoeming van een commissaris.
  8. Statutaire mededelingen.

 

art. 2 

De vertegenwoordiger van de gemeente Boortmeerbeek die zal deelnemen aan de (fysieke of

digitale) algemene vergadering van de opdrachthoudende vereniging Fluvius Riobra op 23 juni 2026 (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden), op te dragen zijn/haar stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad van heden inzake voormeld artikel 1 van onderhavige beslissing.

 

art. 3

Het college van burgemeester en schepenen te gelasten met de uitvoering van voormelde

beslissingen en onder meer kennisgeving hiervan te verrichten aan de opdrachthoudende vereniging Fluvius Riobra, ter attentie van het secretariaat (in pdf-versie), uitsluitend op het e-mailadres vennootschapssecretariaat@fluvius.be.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Regiowerking Fluvius Zenne-Dijle - mandatering algemene vergadering tevens jaarvergadering van 18 juni 2026

 

Feiten en context:

- De gemeente Boortmeerbeek is voor één of meerdere activiteiten aangesloten bij de opdrachthoudende vereniging Fluvius Zenne-Dijle.

 

Argumentatie:

- Op 2 april 2026 werd de gemeente Boortmeerbeek per aangetekend schrijven opgeroepen deel te nemen aan de algemene vergadering tevens jaarvergadering van de opdrachthoudende vereniging Fluvius Zenne-Dijle op 18 juni 2026 die plaats heeft in Yellow Red KV Mechelen, Kleine Nieuwedijkstraat 53 te 2800 Mechelen.

- Een dossier met documentatiestukken werden aan de gemeente Boortmeerbeek overgemaakt op 2 april 2026.

 

Juridische grond:

- Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

- Het artikel 432, alinea 3 van het decreet over het lokaal bestuur, waarbij bepaald wordt dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger dient te worden herhaald voor elke algemene vergadering.

- Het besluit van de gemeenteraad van 27 januari 2025 waarin na geheime stemming is besloten Johan Neefs, raadslid, aan te duiden als vertegenwoordiger van de gemeente Boortmeerbeek en Bert Meulemans, schepen, aan te duiden als plaatsvervangend vertegenwoordiger van de gemeente Boortmeerbeek op de algemene vergaderingen van de opdrachthoudende vereniging Fluvius Zenne-Dijle voor de volledige legislatuur.

 

Adviezen:

Niet van toepassing.

 

Procedure:

Niet van toepassing.

 

Financiële weerslag:

Niet van toepassing.

 

BESLUIT: eenparig.
 

art. 1 

Het mandaat van de vertegenwoordiger als volgt te bepalen voor de algemene vergadering tevens jaarvergadering van de opdrachthoudende vereniging Fluvius Zenne-Dijle op 18 juni 2026:

1. Kennisneming verslagen van de Raad van Bestuur en van de commissaris van Fluvius Zenne-Dijle over het boekjaar 2025.

2. Goedkeuring van de jaarrekening van Fluvius Zenne-Dijle afgesloten op 31 december 2025 (balans, resultatenrekening, winstverdeling, boekhoudkundige besluiten en waarderingsregels).

3. Vaststelling uitkeringen overeenkomstig art. 6:114 en volgend WVV.

4. Kwijting te verlenen afzonderlijk aan de bestuurders, de leden van de regionale bestuurscomités en de commissaris van Fluvius Zenne-Dijle met betrekking tot het boekjaar 2025.

5. Hernieuwing aanwijzing als elektriciteits- en aardgasdistributienetbeheerder door VNR en toestemming om beroep te doen op de werkmaatschappij Fluvius System Operator cv.

6. Desgevallend Aanvaarding uitbreiding activiteiten gemeenten voor (neven)activiteiten.

7. Statutaire benoemingen.

8. Statutaire mededelingen.

 

art. 2 

De vertegenwoordiger van de gemeente Boortmeerbeek die zal deelnemen aan de (fysieke of

digitale) algemene vergadering tevens jaarvergadering van de opdrachthoudende vereniging Fluvius Zenne-Dijle op 18 juni 2026 (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden), op te dragen zijn/haar stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad van heden inzake voormeld artikel 1 van onderhavige beslissing.

 

art. 3 

Het college van burgemeester en schepenen te gelasten met de uitvoering van voormelde be­slis­singen en onder meer kennis hiervan te geven aan de opdrachthoudende vere­niging Fluvius Zenne-Dijle, ter attentie van het secre­tariaat (in pdf-versie), uitsluitend op het e-mailadres vennootschapssecretariaat@fluvius.be en de vertegenwoordigers van de gemeente in kennis te stellen van dit besluit.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Zefier cv - mandatering algemene vergadering tevens jaarvergadering van 11 juni 2026

 

Feiten en context:

- De gemeente Boortmeerbeek is aangesloten bij Zefier cv.

- De statuten van de Zefier cv inzonderheid de artikelen 25, 26 en 27.

 

Argumentatie:

- Op 24 maart 2026 werd de gemeente Boortmeerbeek per e-mail opgeroepen deel te nemen aan de algemene vergadering, tevens jaarvergadering van Zefier cv op 11 juni 2026 die plaats heeft in AuditoRium4 - CommunicatieCampus, Sint-Denijslaan 485 te 9000 Gent.

 

Juridische grond:

- Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

- Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, en in het bijzonder op artikel 41.

- Het besluit van de gemeenteraad van 27 januari 2025 waarin na geheime stemming is besloten Willy Stroobants, raadslid, aan te duiden als vertegenwoordiger en Patrick Pelsmaekers, raadslid, aan te duiden als plaatsvervangend vertegenwoordiger van de gemeente Boortmeerbeek op de algemene vergaderingen van Zefier cv, voor de volledige legislatuur.

 

Adviezen:

Niet van toepassing.

 

Procedure:

Niet van toepassing.

 

Financiële weerslag:

Niet van toepassing.

 

BESLUIT: eenparig.
 

art. 1

Het mandaat van de vertegenwoordiger als volgt te bepalen voor de algemene vergadering tevens jaarvergadering van Zefier cv op 11 juni 2026:

  1. Verslag van de raad van bestuur over het boekjaar 2025;
  2. Verslag van de commissaris-revisor over de jaarrekening 2025;
  3. Goedkeuring van de jaarrekening 2025 (balans, resultatenrekening, winstverdeling en toelichting);
  4. Terugbetaling van ‘andere beschikbare inbreng buiten kapitaal’; en
  5. Kwijting aan de bestuurders en de commissaris-revisor.

 

art. 2

De vertegenwoordiger van de gemeenteraad op te dragen om namens het bestuur alle akten en

bescheiden met betrekking tot de algemene vergadering tevens jaarvergadering van Zefier cv vastgesteld op 11 juni 2026, te onderschrijven en zijn stemgedrag af te stemmen op het in de beslissing van de raad van heden bepaalde standpunt met betrekking tot de agendapunten van voormelde algemene vergadering tevens jaarvergadering.

 

art. 3

Het college van burgemeester en schepenen te belasten met de uitvoering van de hierbij genomen beslissing door er onder meer kennis van te geven aan de opdrachthoudende vereniging.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Providentia bv - mandatering algemene vergadering van 7 mei 2026

 

Feiten en context:

- De gemeente Boortmeerbeek is vennoot in Providentia bv.

- De statuten van Providentia bv die bepalen dat de algemene vergadering uit alle vennoten bestaat.

 

Argumentatie:

- Op 1 april 2026 werd de gemeente Boortmeerbeek opgeroepen deel te nemen aan de algemene vergadering van Providentia bv op 7 mei 2026 die plaats heeft in Restaurant Eenhoorn, Keierberg 80 te 1730 Asse.

 

Juridische grond:

- Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

- Het artikel 41, 4° van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

- Het artikel 432, alinea 3 van het decreet over het lokaal bestuur, waarbij bepaald wordt dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger dient te worden herhaald voor elke algemene vergadering.

- Het besluit van de gemeenteraad van 24 maart 2025 waarin na geheime stemming is besloten Michel Baert, burgemeester aan te duiden als vertegenwoordiger en Daisy De Neef, schepen aan te duiden als plaatsvervangend vertegenwoordiger van de gemeente Boortmeerbeek op de algemene vergaderingen van Providentia bv, voor de volledige legislatuur.

 

Adviezen:

Niet van toepassing.

 

Procedure:

Niet van toepassing.

 

Financiële weerslag:

Niet van toepassing.

 

BESLUIT: eenparig.
 

art. 1

Het mandaat van de vertegenwoordiger van de gemeente in de algemene vergadering van Providentia bv van 7 mei 2026 vast te stellen als volgt:

  1.    Het jaarverslag van de raad van bestuur, inclusief het verslag waarin rekenschap wordt gegeven van zijn beleid, inclusief de klachtenrapportering, inclusief de wijze van toezicht op de naleving van de erkenningsvoorwaarden en inclusief vermelding van de activiteiten ter verwezenlijking van haar voorwerp en de daarvoor ingezette middelen (ter kennisgeving)
  2.    Het verslag van de commissaris (controleverslag) (ter kennisgeving)
  3.    De jaarrekening 2025 (ter goedkeuring)
  4.    Aanwending van het resultaat (ter goedkeuring)
  5.    Kwijting aan de bestuurders (na goedkeuring van de jaarrekening) (ter goedkeuring)
  6.    Kwijting aan de commissaris (na goedkeuring van de jaarrekening) (ter goedkeuring)
  7.    Eventueel ontslag en benoeming bestuurders en waarnemer (ter goedkeuring)
  8.    Vastlegging presentiegeld (ter goedkeuring)
  9.    Buitengewone algemene vergaderingen 18/06/2026 (ter kennisgeving)
  10. Terugblik 2025 en perspectief 2026 (ter kennisgeving)
  11. Varia

 

art. 2

De vertegenwoordiger van de gemeente in kennis te stellen van dit besluit.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Kennisname verslagen milieuadviesraad 2025

 

De gemeenteraad neemt kennis van de verslagen van de milieuadviesraad van 5 mei 2025, 2 september 2025, 3 november 2025 en 2 december 2025.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Nieuwe situatie Pontstraat

 

VRAAG: We vernemen dat nogal wat autobestuurders komende uit Mechelen toch nog de Pontstraat in proberen te rijden. Komen er nog extra maatregelen (signalisatie) om dit te voorkomen?

Daarnaast merken we een gevaarlijke situatie aan hetzelfde kruispunt Pontstraat – Leuvensesteenweg. Fietsers die vanuit Mechelen komen en rechts afslaan, botsen op auto’s die in de Pontstraat naar links (richting Mechelen) willen. Gaan hier extra maatregelen/voorzieningen komen?

 

ANTWOORD: Het college van burgemeester en schepenen is zich bewust van de onduidelijkheden en de gemelde conflictsituaties aan het kruispunt Pontstraat – Leuvensesteenweg.

De signalisatie op de gewestweg is momenteel nog niet volledig afgewerkt. Ook de belijning en de verkeerslichten moeten nog definitief aangepast worden. Deze onderdelen maken deel uit van de uitvoering door Agentschap Wegen en Verkeer, en worden door de gemeente actief opgevolgd. De aansluiting van de gemeentelijke infrastructuur kan pas volledig gebeuren zodra de lichtenregeling van AWV operationeel is.

Daarnaast wordt gewerkt aan duidelijkere en aanvullende signalisatie, zodat autobestuurders correct worden geleid en de leesbaarheid van de verkeerssituatie verbetert. De huidige verwarring, onder meer door de fietszone en de 30 km/u-regeling, wordt daarbij expliciet meegenomen.

Om de veiligheid van fietsers te verhogen, wordt met de provincie en AWV bekeken of aanpassingen mogelijk zijn aan de opstelling ter hoogte van de verkeerslichten, waaronder een conflictvrije oplossing voor afslaande fietsers. Ook ontbrekende elementen, zoals belijning en een zebrapad, worden verder opgevolgd.

Het project kadert binnen het verkeersleefbaarheidsplan en wordt uitgevoerd in overleg met de betrokken overheden. Het bestuur engageert zich om de signalisatie en verkeersveiligheid verder te optimaliseren zodra alle onderdelen zijn afgewerkt en op elkaar afgestemd.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Inventaris openbare werken Langestraat en Laarstraat

 

VRAAG: Graag ontvingen we een inventaris van alle openbare werken die komende legislatuur gepland zijn in Langestraat en Laarstraat.

 

ANTWOORD: Voor de Laarstraat is in het meerjarenplan budget voorzien in 2026 voor de studie en aanbesteding van de geplande werken, ten bedrage van 150.000 euro.

Voor de Langestraat wordt het dossier bekeken in functie van een toekomstig rioleringstraject. Om die reden werd initieel geen budget voorzien voor herasfaltering of bijkomende infrastructuurwerken. De geplande rioleringswerken worden momenteel tijdelijk on hold gezet na overleg met Riobra, Fluvius en de gemeente Kampenhout, aangezien dit project momenteel moeilijk te combineren is met het project Lievekensbossen en er nog geen definitieve locatie is vastgelegd voor een noodzakelijk bufferbekken.

De lopende studie blijft wel behouden. De betrokken rioolbeheerders zullen bij de VMM motiveren waarom de uitvoering van dit project binnen de toegekende termijn momenteel niet haalbaar is. De uiterste gunningstermijn voor deze dossiers loopt tot 30 juni 2027.

Parallel hiermee zal het bestuur nagaan of en waar bijkomend budget kan worden vrijgemaakt om de Laarstraat intussen al te voorzien van een degelijke en veilige infrastructuur, in afwachting van een bredere aanpak.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Bezwaren sanering Lievekensbossen

 

VRAAG: Hoeveel opmerkingen en bezwaren zijn er ingediend met betrekking tot de saneringswerken van de Lievekensbossen (deadline was 20 april). Wat is de aard van deze bezwaren. Hoe en wanneer worden deze behandeld? Wat is momenteel de geschatte startdatum van de werken?

 

ANTWOORD: In het kader van het openbaar onderzoek, dat door de gemeente werd georganiseerd voor rekening van de provincie, zijn in totaal een 71-tal bezwaren ingediend.

Alle bezwaren werden via de gemeentelijke diensten ontvangen en geregistreerd in het daartoe voorziene softwaresysteem.

De provincie Vlaams-Brabant treedt in dit dossier op als vergunningverlenende overheid, aangezien het gaat om een klasse 2-omgevingsvergunning in functie van onder meer de bemalingswerken.

Op dit moment beschikt het bestuur nog niet over een volledig inhoudelijk overzicht per bezwaar, maar uit een eerste doorlichting blijken onder meer volgende bezorgdheden:

- de aanleg van een open gracht ter hoogte van de Mimosalaan in relatie tot de provinciale hemelwaterverordening;

- het afsluiten van bestaande grachten;

- de vrees voor een parkeerverbod (dat expliciet niet wordt opgelegd in het huidige dossier);

- de aanleg en het onderhoud van infiltrerend groene bermen, conform de provinciale richtlijnen;

- vragen rond verharde voetpaden, die binnen dit project niet verenigbaar zijn met de vereisten inzake hemelwaterinfiltratie en waterbuffering.

De inhoudelijke beoordeling van de bezwaren gebeurt volledig door de provincie, in het kader van haar advies- en vergunningsprocedure. De gemeente kan hierover zelf geen uitspraak doen.

Op 5 mei staat nog een vergadering van de Provinciale Omgevingsvergunningscommissie (POVC) gepland, waarbij ook vertegenwoordigers van de gemeentelijke diensten zullen aanwezig zijn. De uiterste beslissingsdatum voor de vergunning bedraagt 30 juni 2026. Afhankelijk van de adviezen en bezwaren kunnen nog bijsturingen aan het project noodzakelijk blijken.

Wat de timing betreft, wordt momenteel uitgegaan van onderstaande planning:

- opmaak aanbestedingsdossier: lopende, met publicatie voorzien in augustus 2026;

- gunning van de aannemer: najaar 2026;

- aanvangsbevel: eerste kwartaal van 2027;

- geraamde looptijd van de werken: ongeveer drie jaar.

De vermoedelijke startdatum van de werken ligt bijgevolg begin 2027.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Ruimtelijke ordening - Lievekensbossen

 

VRAAG:

A.In de aanvraag tot omgevingsvergunning voor de sanering Lievekensbossen staat te lezen dat de gemeente Boortmeerbeek bij OVAM bekend staat als een ‘asbest gemeente’. Er zou een risico zijn dat er voor ondergronden en verhardingen asbesthoudende materialen gebruikt zijn in het verleden.

-Is de gemeente hiervan op de hoogte?

-Op welke manier zal hiermee omgegaan worden bij werkzaamheden aan gemeentewegen en hoe zullen inwoners beschermd worden?

 

B. Waarom is er in dit dossier geen nieuw informatie moment geweest met de betrokken inwoners over de impact van deze toch grote werken met heel wat  gevolgen voor veel bewoners? Impact op Bv. Parkeren? 

Ter vergelijking: Voor de aanvraag van de carwash is dit wel gebeurd, met de direct omwonenden, konden we vernemen via Fb. 

Daar is de impact, in combinatie met de plannen voor de F8 ook relevant voor een veel grotere groep inwoners. 

Moeilijke start- weinig vertrouwen voor het vervolg. 

 

ANTWOORD: De vragen over de Lievekensbossen zijn gebundeld in één antwoord bij het punt 'Bezwaren sanering Lievekensbossen' dat werd ingediend door de N-VA-fractie.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Personeelsbeleid

 

VRAAG:

A. In een verslag van het college kunnen we lezen dat ons college het voorstel van de VVSG over koopkracht en kwaliteitsmaatregelen met o.m de oprichting van een opleidingsfonds niet goedkeurt. Wat is de motivatie om dit niet te doen? Bij de vacature financieel directeur in juli hoorden we nog ... we hebben als kleine gemeente weinig te bieden... en we laten nu een kans liggen om ons personeel te beschermen en op te leiden? Wat was het resultaat van de stemming op die vergadering?

 

B. Er is momenteel een vacature voor deskundige patrimonium, is dit een aanvulling bij de bestaande  interne deskundige? En er is eveneens een externe deskundige aangeworven (collegeverslag).

 

ANTWOORD:

A. Het standpunt van het college ten aanzien van het voorstel van de VVSG is ingegeven door de overtuiging dat dit initiatief in hoofdzaak neerkomt op de doorverrekening van Vlaamse beleidskeuzes naar de lokale besturen. Via het voorgestelde systeem zouden gemeenten bijkomende financiële lasten dragen voor maatregelen die voortvloeien uit Vlaamse regelgeving en bevoegdheden. Het bestuur is van mening dat het opbouwen van kennis en ondersteuning rond deze thema’s in eerste instantie tot de verantwoordelijkheid van de Vlaamse overheid behoort.

De stemming binnen de VVSG over dit voorstel was zeer nipt. Hoewel het Vlaamse fonds uiteindelijk wordt opgericht, heeft ons bestuur bewust gekozen om dit voorstel niet goed te keuren, omdat het principieel een verkeerde richting uitgaat voor kleinere lokale besturen.

 

B. De vacature voor deskundige patrimonium kadert binnen de uitvoering van het goedgekeurde personeelskader. Het betreft een versterking van de capaciteit, bedoeld om de opvolging van de toenemende en complexere patrimonium- en investeringsdossiers beter te kunnen verzekeren. Deze functie vormt dus een aanvulling op de bestaande interne expertise. De tijdelijke aanstelling van een externe deskundige dient ter ondersteuning bij de lopende grote projecten en om de continuïteit te waarborgen.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Mandateringen

 

VRAAG: Onze gemeente zit in heel veel intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Veel meer dan een mandatering ziet de gemeenteraad hier niet van. Daarom willen we vragen dat er hier 1 keer per jaar een overzicht wordt gegeven van deze Av's en RvB met de belangrijkste feiten en beslissingen. We stellen voor dat we dit jaarlijks doen op een vast moment. Bv. De gemeenteraad van september.

We stellen ook vast dat er niet altijd een mandatering wordt gevraagd aan de gemeenteraad, hoe komt dit?  Extra av VVSG, Bosgroep?

 

ANTWOORD: Rapporteringen over intergemeentelijke samenwerkingsverbanden die decretaal zijn vastgelegd, worden doorgaans georganiseerd door de intercommunales zelf. In dat kader nodigen zij de gemeenteraadsleden uit voor een toelichting of informatiesessie waarin de werking en de belangrijkste beslissingen worden toegelicht. Dit gebeurt ook in onze gemeente, onder meer via dergelijke toelichtingsmomenten.

Het is daarbij belangrijk om te benadrukken dat dergelijke rapporteringen niet langer wettelijk verplicht zijn. De organisatie, frequentie en vorm ervan liggen daarom bij de betrokken samenwerkingsverbanden zelf.

 

Wat de mandatering betreft: een expliciete goedkeuring door de gemeenteraad is enkel vereist voor beslissingen van statutair of strategisch belang, zoals de aanduiding van vertegenwoordigers of belangrijke beleidskeuzes. Voor andere, meer operationele vergaderingen is een afzonderlijke mandatering niet altijd noodzakelijk, wat verklaart waarom deze niet systematisch aan de gemeenteraad worden voorgelegd.

Tot slot stelt het bestuur vast dat de aanwezigheid van gemeenteraadsleden op de bestaande informatie- en rapporteringsmomenten vaak beperkt is. Ook op recente bijeenkomsten, zoals de informatievergadering van Fluvius, waar vragen konden worden gesteld en beantwoord, waren geen of nauwelijks raadsleden aanwezig.

Het bestuur blijft inzetten op transparantie en informatiedeling, maar benadrukt dat het effectieve gebruik van deze momenten ook afhangt van de betrokkenheid van de gemeenteraad zelf.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Bindend sociaal objectief (BSO)

 

VRAAG: De Vlaamse Regering wijzigt opnieuw principieel haar besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021. Rekening houdend met de bevolkingsprognoses, de ruimtelijke haalbaarheid en de wachtlijst van kandidaat-huurders wordt voorgesteld om een nieuw Bindend Sociaal Objectief te voorzien van 50.000 sociale huurwoningen tegen 2042.

Gemeenten die onvoldoende inspanningen leveren om het Bindend Sociaal Objectief te verwezenlijken zijn een bijdrage verschuldigd voor de financiering van de tegemoetkoming voor kandidaat-huurders van een sociale huurwoning.

Voor Boortmeerbeek is er voorzien dat er tegen 2042 137 sociale huurwoningen moeten zijn om te voldoen aan het nieuwe BSO.

Tegen 2030 moeten er 15 bijkomen als reguliere inspanning en 18 als specifieke inhaalbeweging. In totaal 33 tegen 2030 dus.

 

Vragen:

        Hoe gaat het college dit BSO tegen 2030 verwezenlijken?

        Waar gaan die woningen komen?

        Gaat het college hiervoor eigen gronden/panden verkopen (bv. aan Woontrots)?

        Wat is de te verwachten waardevermindering indien verkocht wordt aan Woontrots i.p.v. openbaar of via makelaar?

 

ANTWOORD: Het college stelt vast dat er reeds verschillende lopende en geplande projecten bijdragen aan het behalen van het Bindend Sociaal Objectief tegen 2030. Het gaat onder meer om projecten in:

        Durabrik (13 woningen),

        Eekhoornweg (7 woningen),

        Goorweg,(ca.35 woningen)

        Weerstandsstraat (ca. 40 woningen),

 

Deze projecten zijn inhoudelijk en procedureel van elkaar losgekoppeld.

Daarnaast werd overleg gepleegd met Woontrots om mogelijke bijkomende locaties te onderzoeken, waaronder de pastorie Haacht-Station en het oude gemeentehuis aan de Heverplein. Ook ingehuurde woningen op de privémarkt tellen mee voor het BSO: Woontrots huurt binnen dat kader momenteel een vijftal bestaande projecten.

 

De woonmaatschappij Woontrots voert hierin de regie: zij staat in voor de aankoop van gronden of panden, de projectuitwerking, de aanduiding van ontwerpers en de vergunningsaanvraag, telkens na goedkeuring binnen het lokaal woonoverleg. Goedgekeurde projecten worden opgenomen in de projectenlijst en in de meerjarenplanning.

Naast de klassieke aanpak worden ook alternatieve procedures ingezet, zoals:

Design & build-projecten met vooraf vastgelegde prijzen, constructieve overheidsopdrachten op Vlaams initiatief, de aankoop van kwaliteitsvolle woningen op de privémarkt.

 

De rol van de gemeente situeert zich vooral op het faciliterende en regisserende vlak, onder meer via:

        ruimtelijk beleid en woonuitbreidingsgebieden,

        het onderhandelen van bescheiden woonlasten bij private ontwikkelingen,

        het faciliteren van sociale initiatieven (zoals in de Weerstandsstraat),

        overleg met Woontrots via het woonoverleg en de raad van bestuur.

 

Buiten de aangehaalde projecten is een eventuele verkoop van gemeentelijke gronden of panden aan Woontrots is momenteel niet aan de orde. De percelen aan de Slagveldweg worden bijvoorbeeld enkel besproken in overleg met de betrokken partners (zoals de voetbalclub). Er ligt vandaag geen beslissing tot verkoop vast, noch een raming van een eventuele waardevermindering bij verkoop aan Woontrots.

Het college benadrukt het belang van snelle en duidelijke terugkoppeling naar Woontrots, dat vooral interesse toont in concentraties van 7 tot 12 woningen, om zo tijdig en efficiënt bij te dragen aan het behalen van het BSO tegen 2040.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

STAVAZA kunstgrasveld

 

VRAAG: Graag verneem ik de actuele stand van zaken omtrent de aanleg van het kunstgrasveld aan de sporthal.

 

ANTWOORD: In het kader van de voorbereiding werden twee infiltratieproeven uitgevoerd om te onderzoeken hoe de noodzakelijke waterbuffering kan worden gerealiseerd. Uit deze proeven blijkt dat de buffering op de huidige locatie enkel mogelijk is indien (een deel van) de speeltuin zou moeten worden opgebroken, bijvoorbeeld ter vervanging door een wadi. Dit wordt op dit moment niet als wenselijk beschouwd.

Daarom wordt bekeken of er alternatieve en meer geschikte locaties zijn voor de aanleg van het kunstgrasveld, eventueel ook buiten de onmiddellijke omgeving van de sporthal, bijvoorbeeld in Hever. Ook zullen nog verdere gesprekken gevoerd worden met de voetbalclub.

 

Aangezien er ook een RUP zal worden opgestart aan de sporthal om het sportaanbod verder uit te breiden, zal mee onderzocht worden of de nodige waterbuffer eventueel alsnog aan de sporthal kan voorzien worden.

 

Daarnaast wordt nagegaan of het project kan gebruikmaken van de Sportspurt-procedure van Sport Vlaanderen, die een snellere doorlooptijd mogelijk maakt.

Gelet op de huidige randvoorwaarden acht het bestuur het op dit moment niet aangewezen om het kunstgrasveld te realiseren door ingrijpende aanpassingen aan de bestaande speeltuin. De verdere keuzes worden daarom zorgvuldig onderzocht.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Patrimoniumplan

 

VRAAG: Midden 2024 werd het patrimoniumplan besteld waarvoor een deel van het werk eind 2024 gebeurde en de rest voorzien was begin 2025.

Waarom heeft het een jaar langer geduurd en kregen we het resultaat van het plan pas op de gemeenteraad van maart 2026?

Heeft die vertraging het plan ook duurder gemaakt?

Moet door dit plan het MJP aangepast worden op bepaalde posten?

 

ANTWOORD: Het college wenst eerst en vooral te benadrukken dat van een echte vertraging in dit dossier volgens ons geen sprake is. Het ging om een doordacht en intensief traject, waarin het patrimonium van de gemeente grondig en gefaseerd werd geanalyseerd, met voortdurende terugkoppeling naar zowel administratie als bestuur. Zoals ook reeds werd toegelicht op de gemeenteraad van 24 november 2025, was het patrimoniumplan op dat moment nog volop in opmaak.

 

Ter verduidelijking volgt hieronder het doorlopen proces:

        13 februari 2025: eerste toelichting door Mondea en bespreking van het draft “as-is”-rapport.

        6 maart, 25 april en 8 mei 2025: drie workshops met het college, ambtenaren en Mondea.

        22 mei en 16 juni 2025: terugkoppelingsmomenten met respectievelijk de kerngroep en het college.

        27 oktober 2025: toelichting van het draft patrimoniumrapport op het college.

        Half november 2025: ontvangst van het draft rapport, dat expliciet nog niet definitief was.

        Januari 2026: ontvangst van het finaal rapport.

 

De finale agendering op de gemeenteraad gebeurde in maart 2026 omwille van een samenloop van praktische redenen: het finaal rapport werd te laat ontvangen voor agendering in januari, de gemeenteraad van februari bevatte reeds een geplande externe toelichting (RUP kernversterking), waardoor maart het eerstvolgende passende moment was.

Wat de kostprijs betreft:

Het samenwerkingsvoorstel werd op 24 juni 2024 gegund voor een bedrag van 48.812,00 euro incl. btw.

Uiteindelijk werd in totaal 50.662,74 euro incl. btw aangerekend, een meerkost van 1.850,74 euro.
 

Deze kan verklaard worden door extra overlegmomenten, de aanstelling van een patrimoniumdeskundige tijdens het traject, de intensieve afstemming met de meerjarenbegroting én indexatie van uurlonen. Deze meerkost wordt als verantwoord en beperkt beschouwd binnen de omvang van het traject.

Tot slot: de ontvangst van het patrimoniumplan op zich vereist geen onmiddellijke aanpassing van het meerjarenplan. Het plan vormt een strategisch kader. Eventuele budgettaire bijsturingen kunnen zich in de toekomst voordoen bij de concretisering of heroriëntering van lopende of nieuwe projecten en zullen, indien nodig, worden meegenomen bij een volgende budgetwijziging.

Het college is ervan overtuigd dat het resultaat net door deze grondige aanpak sterker, realistischer en financieel beter onderbouwd is.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Knip Beringstraat

 

VRAAG: Op sociale media is er een paar weken geleden een enquête gelanceerd voor het verwijderen van de knip in de Beringstraat. De schepen van Mobiliteit heeft daarop gereageerd met de woorden: ‘Het college heeft principieel beslist om de Beringstraat opnieuw open te maken’, hetzij de knip te verwijderen.

Klopt dat? Waar en wanneer werd die beslissing genomen? In het college? Waar in de notulen kunnen we dat terugvinden? Is hierover een overleg geweest met de directie, leerkrachten en ouders?

 

ANTWOORD: Het college verduidelijkt dat er geen formele beslissing werd genomen om de knip in de Beringstraat definitief te verwijderen. Wat wel werd besproken, is het verkennen van mogelijke scenario’s om de verkeerssituatie aan de schoolomgeving opnieuw te evalueren, rekening houdend met de nieuwbouw van de school en de actuele verkeersdruk.

 

In dat kader wordt onderzocht of en hoe de knip eventueel zou kunnen worden aangepast of opgeheven, zonder afbreuk te doen aan de verkeersveiligheid. Eén van de aandachtspunten daarbij is de mogelijke herinrichting van het speelveld tot een personeelsparking, met als expliciete voorwaarde dat dit veilig en integraal wordt bekeken binnen een ruimer mobiliteitsconcept.

 

Er wordt gesteld dat de ochtendspits aan de school momenteel bijzonder chaotisch verloopt, wat aanleiding is om de situatie opnieuw te analyseren. Naar aanleiding van een eerdere vraag hierover op 28 januari werd dan ook aangegeven dat het bestuur zal blijven zoeken naar de meest veilige oplossing, niet dat er al een beslissing was genomen.

 

De uitspraak op sociale media moet dan ook begrepen worden als een principiële bereidheid om alternatieven te onderzoeken, en niet als een bindende of formeel goedgekeurde beslissing van het college. Bijgevolg is er hierover geen collegebesluit terug te vinden in de notulen.

Eventuele verdere stappen zullen pas gezet worden na een grondige afweging van verkeersveiligheid, en indien nodig met overleg met de betrokken schoolactoren. Beslissingen die de verkeersveiligheid niet ten goede komen, worden daarbij uitgesloten.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Evaluatie begrotingsconclaven

 

VRAAG: Er zijn de afgelopen periode meerdere begrotingsconclaven gehouden ter voorbereiding van de meerjarenplanning. Sommige meerdaags, sommige niet. Zo hebben we meerdaagse conclaven gehad in Lier en Oud-Turnhout, voor respectievelijk 3.640,30 en 4.896,80 EUR en dan nog minstens eentje bij de lokale horeca met een kost van 690,00 EUR, samen goed voor 9.227,10 EUR.

Ik heb nu in de collegeverslagen gezien dat hier een evaluatie van gebeurd is, hetgeen een goede zaak is.

Ik was wel enigszins verbaasd om in de resultaten te zien dat 9,1 % van de respondenten deze conclaven erg inefficiënt vond en 27,3% vond deze conclaven matig tot inefficiënt.

Vind u dat deze 9.227,10 EUR belastinggeld in het licht van deze cijfers nuttig werd besteed?

 

ANTWOORD: Aan de evaluatie hebben 11 personen deelgenomen. Dat betekent concreet dat slechts één respondent de begrotingsconclaven als niet efficiënt heeft ervaren. Het college vindt het belangrijk om deze cijfers correct te duiden en niet los te zien van de bredere evaluatie.

Uit de conclaven is veel geleerd, niet alleen inhoudelijk over de meerjarenplanning, maar vooral ook op het vlak van samenwerking tussen politiek en administratie. De conclaven betekenden een bewuste breuk met vroegere werkwijzen en hebben bijgedragen aan een hechtere samenwerking, meer wederzijds begrip en een betere afstemming tussen medewerkers en bestuur.

 

Het college beschouwt deze aanpak als een verderzetting en verdieping van het vorige beleid, waarbij sterk wordt ingezet op teamvorming. Het bestuur hecht er veel belang aan dat medewerkers en politici zich meer als één ploeg opstellen dan voorheen. Die ploegvorming is een expliciete beleidskeuze en een belangrijk aandachtspunt voor dit college.

In dat licht is het oordeel van het college dat de ingezette middelen verantwoord en nuttig werden besteed, omdat ze hebben bijgedragen aan een betere beleidsvoorbereiding, samenwerking en gedragen besluitvorming. De burgemeester heeft ook aangegeven deze focus op samenwerking in de toekomst te willen blijven vasthouden.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Personeelsbeleid en waarborg van objectiviteit binnen de gemeente

 

VRAAG: Ik maak mij zorgen over het personeelsbeleid in onze gemeente.

Daarom heb ik volgende vragen aan het college:

  1. Kan het college toelichten welke concrete procedures worden gevolgd inzake evaluatie en functioneringsgesprekken voor leidinggevende functies binnen de organisatie?
  2. Welke stappen worden standaard genomen alvorens over te gaan tot ontslag omwille van functioneren? Bestaan er formele richtlijnen inzake verbetertrajecten en waarschuwingen?
  3. Hoe wordt gegarandeerd dat de motivering van ontslagbeslissingen voldoende objectief en onderbouwd is?
  4. Op welke wijze wordt gewaarborgd dat personeelsbeleid volledig losstaat van politieke invloeden of percepties daarvan?
  5. Hoe wordt omgegaan met het voorleggen van beëindigingsovereenkomsten aan personeelsleden, en welke garanties worden geboden inzake vrije en geïnformeerde toestemming?
  6. Is het college bereid om een externe audit of doorlichting van het personeelsbeleid te laten uitvoeren om deze principes te toetsen?

 

ANTWOORD: Het personeelsbeleid is vastgelegd in de nieuwe rechtspositieregeling en steunt op zorgvuldigheid, transparantie en objectiviteit.

 

Er is een systeem van continue feedback, met minstens één formeel functioneringsgesprek per jaar, ook voor leidinggevenden. Bij onvoldoende functioneren kan een formeel verbetertraject worden opgestart met duidelijke doelstellingen, opvolging en evaluatie. Het personeelslid krijgt hierbij alle kansen tot verbetering en kan zich laten bijstaan. Pas na een negatieve eindevaluatie en eventuele beroepsprocedure kan ontslag overwogen worden.

Ontslagbeslissingen zijn gebaseerd op gedocumenteerde evaluaties met concrete voorbeelden.

 

Er bestaat steeds een mogelijkheid tot beroep.

De onafhankelijkheid van het personeelsbeleid wordt gegarandeerd doordat procedures strikt zijn vastgelegd en verschillende actoren betrokken zijn. Selectiecommissies bestaan uitsluitend uit deskundigen, zonder politieke mandatarissen. Ook beroepsinstanties bevatten externe leden.

 

De rechtspositieregeling bevat geen specifieke bepalingen over beëindigingsovereenkomsten, maar garandeert wel dat personeelsleden vooraf worden gehoord en beslissingen steeds procedureel en gemotiveerd worden genomen.

Tot slot staat het college open voor een externe toetsing van het personeelsbeleid, bijvoorbeeld via Audit Vlaanderen of een onafhankelijke externe audit, om transparantie en kwaliteit verder te versterken.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Belijning Pontstraat en Kallebeekstraat

 

VRAAG: Wanneer worden de belijningen in de Pontstraat en de Kallebeekstraat uitgevoerd? 

 

ANTWOORD: Het antwoord op deze vraag is samengevoegd met de vraag 'Nieuwe situatie Pontstraat' dat werd ingediend door de N-VA-fractie.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Besloten zitting

 

STAVAZA lopend juridisch geschil

 

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Besloten zitting

 

Sport- en cultuurlaureaat van het jaar 2025

 

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Besloten zitting

 

Benoeming financieel directeur

 

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 27 04 2026

 

 

Openbare zitting

 

Eedaflegging financieel directeur

 

Gelet op het besluit van de gemeenteraad van heden 27 april 2026 betreffende de benoeming van een financieel directeur;

 

Gelet op artikel 163 van het decreet lokaal bastuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen waarbij wordt bepaald dat de financieel directeur tijdens een openbare vergadering van de gemeenteraad in handen van de voorzitter de eed "Ik zweer de verplichtingen van mijn ambt trouw na te komen" aflegt;

 

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

BESLUIT: 

art. 1

Akte te nemen van de eedaflegging als financieel directeur met ingang van 28 april 2026 in de handen van de voorzitter door Hilde De Boeck, waarbij de eed "ik zweer de verplichtingen van mijn ambt trouw na te komen" werd uitgesproken.

 

Publicatiedatum: 19/05/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.