Ellen Leaerts Kris Lamberts Iris Schoeters Jurgen Vervaeck Alex De Coninck Bert Meulemans Michel Baert Daisy De Neef Ann Morissens Lobke Michiels Hans Crol Johan Neefs Remi Serranne Annick DeKeyser Vally Mommens Brent Vercauter Karin Derua Wouter Decat Nick Doms Cynthia Van de Vloet Willy Stroobants Nele Hiers Marc Usewils Patrick Pelsmaekers Ellen Leaerts Iris Schoeters Jurgen Vervaeck Alex De Coninck Bert Meulemans Michel Baert Daisy De Neef Ann Morissens Lobke Michiels Hans Crol Johan Neefs Remi Serranne Annick DeKeyser Vally Mommens Brent Vercauter Karin Derua Wouter Decat Nick Doms Cynthia Van de Vloet Willy Stroobants Nele Hiers Marc Usewils Patrick Pelsmaekers Willy Stroobants Lobke Michiels Johan Neefs Nick Doms Michel Baert Marc Usewils Patrick Pelsmaekers Remi Serranne Annick DeKeyser Bert Meulemans Ellen Leaerts Daisy De Neef Alex De Coninck Iris Schoeters Hans Crol Karin Derua Jurgen Vervaeck Brent Vercauter Vally Mommens Nele Hiers Cynthia Van de Vloet Wouter Decat Ann Morissens aantal voorstanders: 13 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 8 Goedgekeurd
De gemeenteraad,
Juridische grond:
Gelet op de Grondwet, meer bepaald artikelen 41, 162 en 170, §4, waarin o.a. bepaald wordt dat geen last of belasting door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente kan worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad;
Gelet op de artikelen 2, 40 § 3, 41, 14°, 56, §3, 7°, 252, 285 t.e.m. 288, 300 en 326 t.e.m. 335 van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, waarin o.a. bepaald wordt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt, waaronder de gemeentelijke belasting- en retributiereglementen;
Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
Gelet op het Wetboek van de Inkomstenbelastingen van 10 april 1992 en het Invorderingswetboek van 13 april 2019;
Gelet op de Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikelen 2.9 tot en met 2.14;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones;
Gelet op de omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 aangaande het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Gelet op de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 23 september 2019 met betrekking tot het inventarisatiereglement voor leegstaande woningen en gebouwen;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 16 december 2019 op de belasting van leegstand van woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit tijdens de zitting van 22 september 2025 over de goedkeuring van het subsidiedossier voor het intergemeentelijk project lokaal woonbeleid IGO div voor de periode 2026-2031.
Financiële impact:
De ontvangsten zijn ingeschreven in het meerjarenplan 2026-2031 onder jaarbudgetrekening ACT-134/0020-00/73740000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN en is dus noodzakelijk voor het behoud van een gezonde financiële toestand van de gemeente.
Motivering:
Het belastingreglement op leegstand van woningen en gebouwen zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2019 voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025, vervalt op 31 december 2025. De gemeente wenst dit reglement te hernieuwen en integraal te vervangen door dit inventarisatie- en belastingreglement op leegstand van woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
De gemeente is genoodzaakt om belastingen te heffen omwille van haar financiële toestand en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
Het uitvoeringsbesluit van 11 september 2020 houdende de Vlaamse Codex Wonen stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.
Op basis van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 kunnen de gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.
Gemeente Boortmeerbeek maakt deel uit van een intergemeentelijk project lokaal woonbeleid van IGO div. Het activiteitenpakket van het project bevat het opsporen, registreren en aanpakken van leegstaande gebouwen en woningen als verplichte activiteit.
De langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden omdat leegstaande woningen en gebouwen een negatieve invloed uitoefenen en leidt tot meer opdrachten voor de gemeente.
De strijd tegen de leegstaande gebouwen en woningen zal onder meer een effect hebben als de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een leegstandsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting.
De langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden om op die manier een optimale benutting van het beschikbaar patrimonium binnen de gemeente te bekomen.
De vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
BESLUIT: 13 stemmen ja: Lobke Michiels, Michel Baert, Annick DeKeyser, Bert Meulemans, Ellen Leaerts, Nick Doms, Daisy De Neef, Willy Stroobants, Patrick Pelsmaekers, Johan Neefs, Marc Usewils, Alex De Coninck en Remi Serranne.
8 stemmen tegen: Karin Derua, Hans Crol, Iris Schoeters, Jurgen Vervaeck, Cynthia Van de Vloet, Brent Vercauter, Vally Mommens en Nele Hiers.
2 onthoudingen: Ann Morissens en Wouter Decat.
Artikel 1: Begripsomschrijving/definitie:
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
1. IGO div: de intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeenteraad wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister;
2. Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen: Pastorijstraat 2, 3190 Boortmeerbeek;
3. Administratieve akte: genummerd document dat de inventarisatiedatum, de kadastrale gegevens van het leegstaande pand, de houder(s) van het zakelijk recht, de beslissing tot opname in het leegstandsregister en de beroepsmogelijkheid tegen de opname in het leegstandsregister omvat;
4. Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a. Een aangetekend schrijven;
b. Een afgifte tegen ontvangstbewijs;
5. Gebouw: elk gebouwd onroerend goed, niet zijnde een woning, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
6. Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;
7. Pand: een gebouw of een woning;
8. Bedrijfsruimten: de verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, als één geheel te beschouwen en waar een economische activiteit heeft plaatsgevonden of plaatsvindt. Deze verzameling heeft een minimale oppervlakte van 5 aren. Uitgesloten is de bedrijfsruimte waarin de woning van de eigenaar een niet afsplitsbaar onderdeel uitmaakt van het bedrijfsgebouw en die nog effectief benut wordt als verblijfplaats;
9. Kamer: woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreekt en waarvan de bewoners voor één of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt;
10. Opnamedatum: de datum waarop het gebouw, de woning of de kamer voor het eerst in het leegstandsregister wordt opgenomen. Dit is tevens de datum van de akte en referentiepunt om de verjaardag te bepalen;
11. Leegstaand gebouw: een gebouw wordt als leegstaand beschouwd indien meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste 12 opeenvolgende maanden. Voor de bepaling van de totale vloeroppervlakte wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
12. Leegstaande/oneigenlijk in gebruik zijnde woning: een woning wordt als leegstaand/oneigenlijk in gebruik zijnd beschouwd wanneer zij gedurende een termijn van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
13. Houder van het zakelijk recht: de persoon of personen met een recht van:
a. volle eigendom;
b. recht van opstal of van erfpacht;
c. vruchtgebruik;
met betrekking tot een gebouw of een woning.
14. Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande woningen en gebouwen, vermeld in o.a. artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
15. Belastbare periode: iedere periode van 12 opeenvolgende maanden van opname in het leegstandsregister. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat een gebouw of woning gedurende 12 opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister. Zolang het leegstaande gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt overeenkomstig artikel 2.11 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van 12 maanden verstrijkt.
Artikel 2: Leegstandsregister en leegstandsindicaties
§1. Het intergemeentelijk woonproject van IGO div houdt een leegstandsregister bij. Het leegstandsregister bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:
1° een lijst ‘leegstaande gebouwen’;
2° een lijst ‘leegstaande woningen’.
§2. De leegstand wordt beoordeeld op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in volgende niet-limitatieve lijst:
1. Het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning of van een aangifte als tweede verblijf;
2. onterechte aanmelding/aangifte als tweede verblijf;
3. De materiële en/of fysische onmogelijkheid om het pand te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde of verzegelde toegang;
4. Het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;
5. Een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen dat een gebruik overeenkomstig de functie van een pand kan worden uitgesloten;
6. De vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;
7. Het pand vertoont tekenen van ernstig vervuild glas- of buitenschrijnwerk, het niet wind- of waterdicht zijn van het pand;
8. Het pand is helemaal/gedeeltelijk ongemeubileerd;
9. Een normaal gebruik van het pand overeenkomstig zijn functie lijkt onmogelijk aangezien het pand (groten)deels vernield is;
10. Het pand wordt niet gebruikt conform de vergunde functie of waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden;
11. Het pand vertoont één of meer van de volgende uitwendige tekenen van leegstand: een uitpuilende, dichtgeplakte of geen brievenbus; geblindeerde raamopeningen, langdurig neergelaten rolluiken; langdurige niet of slecht onderhouden omgeving of tuin;
12. Het ontbreken van een actief vestigingsnummer in de kruispuntbank voor ondernemingen op het betreffende adres van een gebouw;
13. Het ontbreken van een neergelegde jaarrekening van het voorafgaande boekjaar van de onderneming die gevestigd is op het adres van het te registreren gebouw;
14. Een gebrek aan actieve uitbating, het ontbreken van aangeduide openingsuren of het ontbreken van een naam of logo op het gebouw;
15. De feitelijke vaststelling van afwezigheid van uitrustings- en verkoopmateriaal en goederen in het gebouw;
16. Getuigenissen;
17. Andere indicaties die kunnen worden vastgesteld zoals opgesomd in het verslag dat bij de akte wordt toegevoegd.
Artikel 3: Wijze van inventarisatie
§1 Conform artikel 2.9, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 vertrouwt de gemeente de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister toe aan IGO div.
IGO div fungeert als intergemeentelijk samenwerkingsverband. Het beslissingsorgaan van IGO div duidt de personeelsleden aan die onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden hebben. Het intergemeentelijk samenwerkingsverband voert alle taken uit voor de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister.
§2. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum. De houder van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van deze vaststelling.
Artikel 4: Vaststelling van de belasting
§1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op woningen en gebouwen die gedurende minstens 12 opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
§2. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister. Zolang het leegstaand gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van 12 maanden verstrijkt.
§3. De belasting op een leegstaande woning of een leegstaand gebouw, opgenomen in het leegstandsregister, bedraagt:
- voor een eerste opeenvolgende termijn van 12 maanden: € 1.250
- voor een tweede opeenvolgende termijn van 12 maanden: € 2500
- voor een derde opeenvolgende termijn van 12 maanden: € 3750
- vanaf de vierde opeenvolgende termijn van 12 maanden: € 6.000
Artikel 5: Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister. Zolang het leegstaand gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van 12 maanden verstrijkt.
§2. Indien er meerdere houders van het zakelijk recht zijn, zijn deze allen hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Dit betekent dat het volledige bedrag van de belasting bij één van hen kan worden opgeëist.
§3. Bij overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager van dit recht de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister. Tevens moet de overdrager van het zakelijk recht per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte of een attest van overdracht opgemaakt door de notaris bezorgen aan de gemeente, binnen 2 maanden na het verlijden van de notariële akte.
Het attest of de kopie van de notariële akte bevat minstens de volgende gegevens:
- naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel;
- datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;
- nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw.
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
§4. De belasting moet betaald worden binnen de 2 maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 6: Vrijstellingen
§1. Persoonsgebonden vrijstellingen.
Van de leegstandsheffing zijn vrijgesteld:
1° de belastingplichtige die in een erkende ouderenvoorziening verblijft. De vrijstelling zal toegekend kunnen worden wanneer bewijs wordt geleverd door de erkende ouderenvoorziening waar de belastingplichtige verblijft, met dien verstande dat deze vrijstelling geldt voor 12 maanden volgend op datum van opname van de leegstaande woning in de inventaris leegstand. Deze vrijstelling geldt enkel voor die woning waar de belastingplichtige gedomicilieerd was voorafgaand aan de opname in de erkende ouderenvoorziening. Deze vrijstelling kan niet worden verlengd.
2° de belastingplichtige die voor een langdurig verblijf (minimum 1 jaar) werd opgenomen in een psychiatrische instelling. Deze vrijstelling geldt enkel voor die woning waar de belastingplichtige gedomicilieerd was voorafgaand aan de opname in de erkende psychiatrische instelling. De vrijstelling zal toegekend kunnen worden wanneer het bewijs van het langdurige verblijf wordt geleverd door de instelling waar de belastingplichtige verblijft, met dien verstande dat deze vrijstelling geldt voor 12 maanden volgend op de opnamedatum van de leegstaande woning in de inventaris leegstand. Deze vrijstelling kan worden verlengd zolang de opname van de patiënt in de psychiatrische instelling duurt.
3° de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar houder van het zakelijk recht is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt t.e.m. het aanslagjaar volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht. De vrijstelling zal toegekend kunnen worden wanneer een bewijs van overdracht wordt aangeleverd in de vorm van een kopie van de notariële akte of een attest van overdracht opgemaakt door de notaris.
4° de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een
gerechtelijke beslissing. Deze vrijstelling geldt voor een periode van 12 maanden volgend op datum van opname van de leegstaande woning in de inventaris leegstand, tenzij de gerechtelijke beslissing eerder wordt opgeheven. Deze vrijstelling is slechts éénmaal verlengbaar met 12 maanden.
§2. Objectgebonden vrijstellingen.
Een vrijstelling wordt verleend indien:
1° het gebouw of de woning gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan wordt voorbereid.
2° het gebouw of de woning vernield of beschadigd werd ten gevolge van een ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van 12 maanden volgend op de datum van de vernieling of beschadiging. Deze vrijstelling is slechts tweemaal aaneensluitend verlengbaar met telkens 12 maanden. Onder een ramp wordt verstaan elke gebeurtenis die uiterlijk waarneembare schade veroorzaakt aan het pand, en waardoor het gebruik of de bewoning ervan geheel of ten dele onmogelijk wordt.
3° het gebouw of de woning behoort tot het beschermd erfgoed of een beschermd erfgoedlandschap en een dossier voor het verkrijgen van een erfgoedpremie is ingediend. Deze vrijstelling geldt vanaf het aanslagjaar waarin een ontvankelijk dossier wordt ingediend tot en met het aanslagjaar waarin de premie is toegekend of afgewezen. De vrijstelling geldt enkel indien de houder van het zakelijk recht aannemelijk maakt dat de werken waarvoor de premie wordt aangevraagd noodzakelijk zijn om het gebruik van de woning of het gebouw redelijkerwijze mogelijk te maken.
4° voor het pand een stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning werd aangevraagd in overeenstemming met de stedenbouwkundige voorschriften en brandveiligheidsvoorschriften doch er 4 maanden na het indienen van deze aanvraag, onafhankelijk van de wil van de aanvrager of houder van het zakelijk recht, geen definitieve bouwvergunning werd bekomen. Per gebouw of woning kan er door dezelfde eigenaar binnen een periode van 10 jaar slechts éénmalig beroep worden gedaan op deze vrijstelling. De vrijstelling geldt voor een periode van 12 maanden en gaat in vanaf de datum van de aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning.
5° het gebouw of de woning gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen stedenbouwkundige vergunning/melding/omgevingsvergunning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van 12 maanden volgend op het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning/melding/omgevingsvergunning. Deze vrijstelling is viermaal aaneensluitend verlengbaar met telkens 12 maanden.
6° Het pand gerenoveerd wordt zonder dat er een stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning is vereist. In dit geval moet een renovatiedossier worden voorgelegd dat minstens volgende elementen bevat:
a. een plan of tekening en enkele foto’s van de bestaande toestand van het te renoveren
gedeelte;
b. een overzicht van de niet stedenbouwkundig/omgevingsvergunningplichtige werken die
worden uitgevoerd;
c. een raming van de kosten, vergezeld van offertes, facturen, bestekken van de uit te voeren
en reeds uitgevoerde werken;
d. een gedetailleerd tijdschema dat aangeeft wanneer de werken worden uitgevoerd;
e. een akkoord van de mede-houders zakelijk recht (indien van toepassing).
De werkzaamheden moeten van die aard zijn dat de woning of het gebouw tijdens de werken
niet in gebruik kan genomen worden. De houder van het zakelijk recht geeft toestemming om de werken ter plaatse te controleren. Het college van burgemeester en schepenen kan de aanvraag weigeren wanneer de bedoelde werken en investeringen onvoldoende zijn om één jaar te duren en/of wanneer de woning na de werken nog niet zou voldoen aan de normen van de Vlaamse Codex Wonen.
Deze vrijstelling geldt voor een periode van 12 maanden volgend op de startdatum van de werken (indienen zoals vermeld in het renovatiedossier) en is tweemaal aaneensluitend verlengbaar voor telkens 12 maanden.
Een eerste en tweede verlenging dient te worden aangevraagd voor het verstrijken van de lopende vrijstelling. Per gebouw of woning kan er door dezelfde eigenaar binnen een periode van 10 jaar slechts éénmalig beroep worden gedaan op deze vrijstelling.
7° voor het pand een offerte voor sloop werd ondertekend. Deze vrijstelling geldt voor een periode van 12 maanden volgend op de datum van de offerte en kan slechts éénmaal door dezelfde eigenaars aangevraagd worden. Deze vrijstelling kan niet worden verlengd.
§3. De vrijstelling van heffing heeft geen impact op de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister. De anciënniteit van opname in het leegstandsregister blijft doorlopen tijdens de periode van vrijstelling. Dit betekent dat wanneer de reden tot vrijstelling wegvalt, de heffing zal berekend worden op basis van de begindatum van opname in het leegstandsregister.
§4. Indien er meerdere houders van het zakelijk recht zijn op een woning of gebouw en er aan één van hen een vrijstelling wordt toegekend, geldt de vrijstelling voor alle houders van het zakelijk recht, zelfs al hebben de anderen geen aanvraag tot vrijstelling ingediend.
§5. De aanvraag tot vrijstelling van heffing wordt, vergezeld van de nodige bewijsstukken, gericht aan het college van burgemeester en schepenen vóór het verstrijken van de eerste termijn van 12 maanden of een volgende termijn van 12 maanden na datum van opname in het leegstandsregister. Eens de verjaardag van de inventarisatiedatum is verlopen, kan de gemeente overgaan tot het invorderen van de heffing.
Artikel 7: Schrapping uit het leegstandsregister
Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt, eens de houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste 6 opeenvolgende maanden.
Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt, eens de houder van het zakelijk recht bewijst dat deze woning gedurende een termijn van ten minste 6 opeenvolgende maanden aangewend wordt in overeenstemming met de functie.
IGO div vermeldt als datum van schrapping de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie.
Indien een woning of gebouw gesloopt werd, wordt deze uit het leegstandsregister geschrapt.
De houder van het zakelijk recht levert hiervoor een bewijs van sloop, bijvoorbeeld foto’s. Een woning of gebouw dat gesloopt werd, kan pas geschrapt worden wanneer al het puin op het perceel volledig opgeruimd werd.
De houder van het zakelijk recht dient een gemotiveerd verzoek tot schrapping te richten aan de leegstandsbeheerder. Dit verzoek bevat:
• de identiteit en het adres van de indiener;
• de nodige contactgegevens;
• het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop
het verzoek betrekking heeft;
• één of meer bewijsstukken die aantonen dat het gebouw of de woning geschrapt mag worden uit het leegstandsregister.
De leegstandsbeheerder neemt binnen de 2 maanden na ontvangst van het verzoek een beslissing. De leegstandsbeheerder brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing.
Artikel 8: Beroepsprocedure
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen per post (Pastorijstraat 2, 3190 Boortmeerbeek) of via elektronische weg (per e-mail: fd@boortmeerbeek.be) worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.
De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Artikel 9: Inwerkingtreding
Dit reglement wordt overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 286-288 van het decreet over het lokaal bestuur door de burgemeester bekendgemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en heft op en vervangt vanaf die dag het gemeentelijk reglement van 16 december 2019 inzake de belasting op leegstaande woningen en gebouwen. En heft op en vervangt tevens vanaf die dag het gemeentelijk reglement van 23 september 2019 inzake de inventarisatie van leegstaande woningen en gebouwen.
Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijk leegstandsregister voor die datum blijven opgenomen met dezelfde opnamedatum.
Dit reglement wordt overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Register der bekendmakingen
Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.
Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie heeft plaatsgevonden.
Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.